Praktijk en techniek

Waar blijft die olie toch?

By  | 

Waar blijft die olie toch?

We weten allemaal wel dat het olie peil regelmatig gecontroleerd moet worden, dat het peil tussen twee onderhoudsbeurten kan dalen en dat er dan olie bijgevuld moet worden. Maar waar die olie dan blijft is voor velen een raadsel. En hoeveel olie er verbruikt mag worden voordat we ons zorgen moeten maken? Nog zo’n vraag.

Eén ding is duidelijk: elke motor verbruikt olie.

Maar misschien daalt het peil tussen twee controles zo weinig dat het niets lijkt. Dat kan weer wel. Als waarde wordt onder normale omstandigheden een verbruik van 1 liter op ongeveer 3000 kilometer. Van oudsher geldt dat als er meer dan een liter per 1000 km wordt verstookt het blok gereed is voor serieuze aandacht. Maar let op: Bij echt oude, zeg vooroorlogse klassiekers hoeft een verbruik van 1 op 500 nog niet alarmerend te zijn.

Hoe komt het eigenlijk dat een motor olie verbruikt?

Om vastlopen van de zuiger tegen te gaan zal er tussen zuigerveren en cilinderwand een oliefilm aanwezig moeten zijn. Het meest in aanmerking voor verbranding komt natuurlijk olie die nodig is voor het smeren van zuiger en cilinderwand. Olie die nodig is voor het smeren van de diverse onderdelen komt in de verbrandingskamer, verbrandt daar en verdwijnt via de uitlaat in de buitenlucht.

Olieverbruik door mechanische slijtage is één van de meest voorkomende oorzaken van olieverbruik. Naarmate motoren ouder worden beginnen de zuigveren en de cilinderwand te slijten. Er ontstaat ruimte tussen beiden, waarlangs de olie naar de verbrandingskamer kan weglopen. In de verbrandingskamer wordt deze olie gedeeltelijk verbrand. Het onverbrande deel zorgt voor uitlaatrook (donkere blauwgrijze rook vooral bij het optrekken) wat kan duiden op een grote slijtage. Als de motor warmer wordt, wordt de olie dunner en zal er meer olie ontsnappen. Dit zorgt voor meer rook, koolaanslag. Tegelijkertijd zullen er brandstofdampen en uitlaatgassen langs de zuigerveren ontsnappen, wat weer verlies van compressie en vermogen tot gevolg heeft.

Bij rijden onder normale omstandigheden is revisie van de cilinder en zuiger(veren) pas nodig bij circa 80-100.000 kilometer. Maar er zijn Volvo’s en Mercedessen plenty die na vier ton nog steeds in orde zijn. Dat heeft dan wel te maken met het feit dat ze hun reguliere onderhoud altijd hebben gehad.

Ook na revisie

Olieverbruik via de olieschraapveer komt ook voor bij gereviseerde motoren, de cilinderwand is na het honen nog enigszins ruw, de olieschraapveer is nog niet ingelopen waardoor er relatief veel olie achterblijft, bij een vers blok zal dan ook aanzienlijk vaker olie gepeild moeten worden dan bij een blok wat al is ingelopen.

Een lapmiddel

Een tweede manier waarop een motor olie kan gaan verbruiken is langs de klepgeleiders, door de materiaalkeuze zal voor de smering tussen klepsteel en klepgeleider weinig olie nodig zijn , normaal is de atmosfeer rond de steel al enigszins vettig en voldoende voor smering. En oh ja: wat moderner motoren met klepsteelrubbers kunnen lijden aan slijtage/verdroging/verharding van die rubbers. Daardoor kan er olie tussen klepsteel en klepgeleider in de verbrandingskamers komen. Dat resulteert in dezelfde symptomen. Soms kan men volstaan met het vernieuwen van de klepsteelhoedjes. Dat kan verbetering brengen maar is nooit een definitieve oplossing voor het probleem.

 

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X