Nieuws

Aston Martin DBS

By  | 

Ondergewaardeerde Aston Martin

U kunt zich als klassiekerliefhebber nog wel de jaren herinneren dat de neus werd opgehaald voor een Aston Martin DBS? Een mooi en goed rijdend exemplaar kon probleemloos worden aangeschaft voor een bedrag van tien mille en minder. Die dagen zijn geteld. 

Roest

Een DBS – geleverd met een zescilinder in lijn of een V8 motor – brengt anno heden een fortuin op. Hoewel ook met een aluminium koets, roestte het frame daaronder – dat net zoals bij de andere DB modellen van blik was -, heel verschrikkelijk. Een handige spuiter zorgde ervoor dat niet alleen het lakwerk aan de buitenzijde dikker dan dik werd aangebracht, maar dat vooral de binnenkant rijkelijk van bitumen werd voorzien zodat niet gemakkelijk zichtbaar werd dat het een ‘gebakje’ was. Net zoals genoemde Edelkoetsenfabrikant – eigendom van tractorfabrikant David Brown (vandaar de letters DB in de typebenaming) – het bij het juiste eind had met de DB2 en DB4, deed men dat in 1967 ook met de DBS. In die jaren werd duidelijk dat ontwerpers afscheid moesten nemen van de styling uit de jaren vijftig. Er werd een DB6 naar de ontwerpafdeling van Aston Martin gehaald en ‘huisontwerper’ William Towns de opdracht gegeven er iets héél anders van te maken.

Het ontwerp

Zijn uiteindelijke creatie zou een kwart eeuw als een rode draad door het modellengamma blijven lopen. Het chassis van de DB6 werd bijna 12 centimeter breder gemaakt, de wielbasis met tweeënhalve centimeter verlengd om de motor daar ietsje verder in naar achteren te plaatsen. Dit alles ter verkrijging van een betere balans en dus betere wegligging. Hoewel een langere wielbasis, werd de DBS uiteindelijk toch bijna 4 centimeter korter, maar wel 15 centimeter breder. Omdat de door de Pool Tadeusz ‘Tarek’ Marek ontworpen V8 motor nog niet productierijp was, werd de auto voorzien van de 4 liter zescilinder krachtbron uit de DB6. En als u toen de snellere ‘Vantage’ uitvoering wilde hebben, hoefde daar niets extra voor te worden betaald. Pas in 1970 was de V8 versie leverbaar. Nadat in totaal 829 exemplaren de fabriekspoort in Newport Pagnell, Graafschap Buckinghamshire, hadden verlaten, viel in mei 1972 het doek voor dit model. Voor een mooi en daadwerkelijk goed exemplaar, wordt anno heden met alle liefde ‘n ton aan euro’s betaald.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X