Bijzonder

Aan het eind van het alfabet: de Zastava Yugo

By  | 

Voor 1988 had Zastava ingehaakt op Het Milieu: De Zastava 45A en de Zastava 55A waren voorzien van een katalysator. Maar de gewone 55 verdween, net als de 65GTL (een Fiat met de achterkant van de Simca 1100). En dan was er nog steeds de Zastava Yugo. En dat was een auto waarvan er al snel de gruwelijkste verhalen de ronde over deden.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Een succes in the States

Opvallend was, dat de Zastava Yugo ook het eerste serieus Joegoslavische product was dat de Amerikaanse markt haalde. In de States was de Zastava Yugo 45 een van de daar meest succesvolle compacte Europese importauto’s. Kort na aanschaf waren bijna 60.000 Amerikaanse consumenten het er echter bijna unaniem over eens dat er zelden of nooit een auto was gemaakt die meer mankementen vertoonde en zo weinig weerstand had tegen normaal gebruik als de uit ‘Joegoslavië’ afkomstige Zastava.

Een eigen model

Eerst bouwde Zastava FIATS onder licentie. In 1979 introduceerde voormalig licentiebouwer voor het eerst een soort van eigen ontwerp. De Yugo 45. Die was technisch gebaseerd op de populaire Fiat 127, maar had een veel hoekiger carrosserie  en een wat kortere wielbasis. Door de vormgeving had je er redelijk veel ruimte in voor vier personen en de auto had door de gekozen constructie een behoorlijke wegligging.

En hij leek een beetje op een Autobiancchi. Dat was een plus. Met een motor van maar 903cc, kwam de Zastava Yugo tot 45 pk en een best indrukwekkende top van 130 km/u. Je moest wel flink schakelen om tot die prestaties te komen, en dan was het brandstofverbruik redelijk vaak een net zo indrukwekkende 1 op 10. Er waren ook 1300 cc Yugo’s.

Een favoriet vakantieland

De Zastava Yugo kwam natuurlijk uit het toenmalig favoriete Oostblok vakantieland Joegoslavië. Alleen dat al maakte dat hij hier vriendelijk werd ontvangen. Maar ook in de Nederlandse pers werd geconcludeerd dat het autootje van niet al te beste delen was samen geknutseld. De motivatie om een goed product te maken zat er bij de communistische Partijgenoten niet echt in. De slechte afwerking was al direct duidelijk door de slordige manier waarop hang en sluitwerk was gemonteerd.

De bouwkwaliteit en de algemene stand van zaken bij zo’n Yugootje lag mijlenver van wat de westerse consumenten inmiddels als norm hadden. De vormgeving van het interieur was niet alleen gedateerd, maar het zitcomfort was symbolisch en het bedieningsgemak was ook duidelijk een versie 1.0.

De pers zag het somber in

Al met al was er weinig buiten de prijs dat in het voordeel van zo’n Zastava Yugo sprak. De kans op grote verkoopsuccessen in Het Westen werden dan ook terecht laag ingeschat. Het enige verkoopargument van de Zastava Yugo was de aanschafprijs. Dat het autootje direct na aanschaf ongeveer een inruil/wederverkoopwaarde van ongeveer nul had nivelleerde dat voordeel weer serieus.

Het serieuze advies dat uit de diverse binnen- en buitenlandse autobladen sprak was dan ook duidelijk: Koop maar een gebruikte auto van een echt merk. Zelfs als er in aanmerking werd genomen dat de Zastava Yugo in 1988 een sportstuur, driepuntsgordels voor de voorste inzittenden, een uitneembare hoedenplak, een zonneklep met make-up spiegel en een benzinetank slot had. Plus tandheugel besturing, schijfremmen voor en een ruitenwisser op de achterruit.

Intussen zijn we dertig jaar verder

En nu zijn er Zastava Yugo liefhebbers omdat het karretje nu gewaardeerd wordt op zijn Oostblok nostalgie en zijn 100 procents dodderigheidsfactor. Maar dat ze daardoor opeens waarde hebben gekregen? Nou neuh…

En of de criminelen daar blij mee waren? Yes!

 

 

Nu in de winkel, het augustusnummer

Auto Motor Klassiek van augustus ligt nu in de winkel. Voor maar 4,99 een garantie voor zeker een paar uur leesplezier.

Deze maand een mooie opvallende omslag. De Opel Rekord die Erwin Roosink een paar jaar geleden kocht in slechte staat en volledig restaureerde. Waarna hij als fan van de Dukes of Hazzard aan het uiterlijk van zijn Rekord een eigen draai gaf.

Verder in dit nummer:

  • Fiat 850 Familiare die na een halve eeuw overging naar de tweede eigenaar, die vervolgens beloofde de volgende halve eeuw er goed voor te zorgen.
  • Suzuki GS1000 die in de eind jaren zeventig een nieuw hoofdstuk vormde in de betrouwbaarheid en rij-eigenschappen van de Japanse supersports.
  • De Volvo 340 GL is dan misschien wel geen uniek type auto, maar met zijn 58.000 kilometer op de teller, is de inmiddels 33 jarige klassieker wel in unieke staat.
  • In het praktjkartikel leren interieur opknappen wordt een uitgedroogd leren interieur weer mooi gemaakt.
  • De Toyota Corolla Coupé GT Twin Cam 16 is de laatste tien jaar behoorlijk in populariteit gestegen. Reden voor ons er eens een reportage aan te wagen. We vonden een mooi exemplaar.
  • BMW R100 Mono. In vergelijking met een R69S of een R90S heb je zo’n ‘nieuwe’ R100RT voor wisselgeld. En je rijdt er een mooie motor mee. Een signalement.
  • De Saab 96V4 van Ad van Beurden had al wat rally's gereden, maar om hem echt optimaal te laten presteren, moest er nog het een en ander aan gebeuren. In dit nummer een verslag van de werkzaamheden.
  • In 75 jaar later opnieuw een serie foto's uit de oude doos, waarmee we even terugschakelen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog.

Alle auto- en motorverhalen worden voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien ook rond de veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet eens aangeboden worden. Het perfecte leesvoer, ook voor de komende vakantie. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

5 Comments

  1. Henk Haar

    24 september, 2019 at 00:57

    Ehhh, de 65GTL het front en midden van een Fiat 127? Volgens mij was was het tot de achterkant een Fiat 128, en ja, daar zat dan een soort van Simca 1100 kont op.

  2. Dolf Peeters

    23 september, 2018 at 10:46

    Beste Steven, Ik heb er niet alleen in gereden, ik heb er eentje gehad:-) Plus een FSO en een Lada. En ik rij al 25+ jaar Russische zijspancombinaties. Ik heb altijd een zwak voor de producten uit het ex oostblok gehad. Maar ik heb ook altijd gesnapt dat er mensen zijn die ze naar westerse maatstaven volledig onder de maat vonden. En wat maakt het uit of jouw geliefde Yugo en mijn Ural in diverse bladen/sites in alle landen ter wereld zijn uitgeroepen tot ‘slechtste aller tijden’? Het gaat om ons plezier. En als je Yugo – alweer met alle respect – er nog een beetje netjes uit ziet? Dan wil ik graag een afspraak met je maken om er een verhaal in AutoMotorKlassiek over te maken.

    • Steven Bosdijk

      24 september, 2018 at 08:01

      Beste Rolf, ik lees je artikelen altijd met veel plezier maar was bij deze niet helemaal onbevooroordeeld, ik heb ergens wat blinde vlekken ?. Ik heb een zwak voor de “underdog” qua automobielen en uniek (want dat zijn ze inmiddels wel in Nederland) is ook een pré wat mij betreft. Ik zou graag wat meer vertellen over mijn knaloranje Zastava Jugo45A voor een artikel.

  3. Steven Bosdijk

    17 september, 2018 at 10:47

    Wat een overbodig artikel, de auteur heeft er vast nog nooit in gereden.. Ik heb zelf een Yugo 45A met 903 cc motor. De motor staat sowieso bekend als betrouwbaar en aan het hang en sluitwerk mankeerd niks. Het autotje zit slim en overzichtelijk in elkaar en alles is eenvoudig te demonteren en monteren. In de verenigde staten waren zo gewoon niet bekend met Italiaanse techniek die je nu eenmaal goed moet onderhouden. Zoals met alle Fiat motoren van dit type maar ook anderen, moest je bijvoorbeeld de distributieriem bij iedere 30k kilometer vervangen (kost nagenoeg niks), deed je dat niet dan was het einde oefening. Het werd beschouwd als wegwerpartikel, ook vanwege de prijs (asbak vol ? weg ermee) Verder zitten schijfremmen en alle andere zaken die worden genoemd als van na 1988 ook in die van mij (bouwjaar 1983). In heel voormalig Jugoslavië rijden er nog tienduizenden rond, overal kom je ze tegen, ze houden het dus lang vol ook al waren ze daar nooit voor bedoeld.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *