Sluitingsdatum julinummer -> we zijn aan het afsluiten
Welkom, nieuwe klassiekerrijders m/v! – column
In de motorfietshoek zijn er steeds meer mensen m/v die hun A-rijbewijs halen om tamelijk praktische redenen. Op een motorfiets heb je in het verkeer nu eenmaal een hoop extra ‘Lebensraum’. En parkeren is nooit een probleem.
Er is daarbij een groeiend aantal mensen dat interesse krijgt of heeft in klassiekers en/of youngtimers.
Die recent van een A voorziene motorrijders m/v gaan op zoek naar motorfietsen. Daarbij lopen ze – als ze tenminste geen lease-stekkermotor van de zaak krijgen – aan tegen de prijzen van nieuwe of recente motorfietsen. Dat zijn doorgaans machines met een hoop elektronische gadgets en de benodigde bezoeken aan merkdealers, waarbij het werkplaatstarief doorgaans (ver) boven de € 100/uur ligt. En misschien zijn die tweewielers niet eens duur voor wat ze bieden, maar ‘niet duur’ kan best wel ‘veel geld’ zijn. Zelfs de nieuwe goedkope Chinese motorfietsen kosten duiten.
Die onbevangen motorrijders m/v zijn doorgaans vrij pienter. Ze kijken verder dan hun neuzen lang zijn. En zo komen ze in de klassiekerhoek terecht. De wereld waarvan wij roepen dat de prijzen zo hoog zijn. Ze kijken dan niet naar Harley Knuckleheads, BMW R90S’en of Honda CBX’en, maar naar motorfietsen zo tussen 1980 en 1990. Dan praat je over bedragen van € 1.500-4.500 voor een motor waar zelfs de meest kritische schoonmoeder mee kan leven.
We hebben het over het tijdperk vóór de tegenwoordige trend van een enorme bult uitbundige elektronica. Dat is het tijdperk van motorblokken die bij normaal onderhoud en gebruik gewoon, zonder serieuze problemen, een ton+ meegaan. Tijdens een proefrit merkt zo’n recente motorrijder die zijn/haar rijbewijs heeft gehaald op een net zo recente machine dat motorfietsen uit de jaren 80-90 anders zijn dan heel verse exemplaren. Leuker zijn dan ZGAN- of nieuwe motorfietsen.
Die onbevangenheid geeft een heel andere insteek. Want motorfietsen die voor ‘ons’ gewoon niet interessant zijn? Dat zijn motorfietsen waar de nieuwe motorrijders dus best blij van worden. En zo krijgen tot voor kort ‘waardeloze’ motoren een serieuze kans op een nieuw leven onder het gebilte van een heel tevreden motorrijder m/v. Dat m/v noemen we telkens expliciet. Want onze mannenwereld op twee wielen wordt steeds vaker ontdekt door leden van het voordeliger geboetseerde soort.
Dat die nieuwe motorrijders m/v doorgaans de ballen verstand van techniek hebben? Maakt niet uit. Ze brengen hun motor voor onderhoud naar een ongebonden motorhandelaar en ze komen juichend uit met de nieuwe kilometervergoeding.
We kennen er intussen een paar die na de praktische insteek ook gegrepen zijn door de passie van het motorrijden. En met een dikke Kawasaki 1000GTR, een Yamaha FJ1100, een FJ1200 of FJR1300, een Suzuki Bandit 600 of 1200/1250 ligt de wereld aan je voeten. En nog niet alle K100’s/K75’s zijn verzaagd en van loempiazadels voorzien. Die nieuwe klassiekerrijders m/v kennen daarbij allemaal internet en YouTube. Daar vinden ze alles wat ‘wij’ vroeger al doende en tijdens gesprekken in kroegen leerden.
Kortom: er is voorzichtig een nieuwe groep klassiekerliefhebbers aan het groeien. Dus de angst dat wij als old school klassiekerrijders, bijna allemaal m, een met uitsterven bedreigde diersoort zijn? Dat lijkt heel erg mee te vallen.
En als je er toch over dacht om voor de grap een ‘waardeloze’ klassieker te kopen? Dan moet je dat nu doen. Want waar de CB750’s en MV750’s in prijs dalen, daar krabbelt de onderkant van de markt nu omhoog. Het is maar een tip. Let wel even op: een K750 is geen BMW!

Ik rij een Honda VFR750 uit 1991, veel beter wordt het echt niet! Heerlijke motor met een fantastisch blok.
Ik ben ook op zo’n ‘daar wil je niet op gezien worden’ scharreldier met welgeteld 471cc en 27pk begonnen. Een BMW R45N. En die N staat volgens mij gewoon voor het woordje ‘Nichts’. Op de Duitse autoweg werd ik ‘opgeduwd’ door vrachtwagens. Als ik dat probeerde te voorkomen en sneller reed, betekende dat exponentieel sneller cremeren van de kleppen. Enfin, ook met die originele setting was het een puike woon/werk fiets. Hij groeide uit tot mijn karaktervolle Blauwtje van nu. Ik denk nog vaak terug aan de jaren dat ik ook in de winter doorreed en in de herfst steevast tegen een stortbui met storm aanreed en met doorweekte kroonjuwelen op het werk aankwam waarbij mijn leren motorpak dagenlang niet droog werd terwijl ik 38km heen én terug moest. Heerlijk! En met weinig vermogen trok ik het achterwiel niet onderuit. Weinig vermogen heeft dus ook voordelen
Klein beetje eens en oneens. Oude motoren zijn leuker, zeker, maar beginners onderschatten soms wel dat remmen, banden en vering echt van een ander niveau zijn dan op modern spul.
Voor nieuwe rijders is zo’n oudere machine vaak ook een prima leerschool. Je merkt beter wat de motor doet en je kunt nog eens wat zelf sleutelen zonder meteen een laptop nodig te hebben.
Helemaal waar. Een motor uit de jaren 80 of 90 rijdt vaak gewoon eerlijker dan al dat nieuwe spul met menu’s en lampjes.
Tja, hier een reactie van die ‘voordeliger geboetseerde soort’…
Ik heb al een kleine 35 jaar mijn A en reed de 10 jaar daarvoor gewoon zonder.
Rijd een BMW F650G nogwat uit het jaar kruik (2000 meen ik) en vermaak me uitstekend met het orgel…
Geen choke, ding heeft injectie en een electrisch probleempje.
Gewoon lachen dus zo een fiets.
Eensch.
En voor de categorie ‘klassiek-tot-500’ is nog veel meer te koop wat door “De ECHTE Motorrijder” nog niet eens in het donker wil worden bekeken.
Fietsen van 350-500cc met een 35~45pk waar je, zeker hier in Ollanda, meer dan prima mee uit de voeten kunt.
Denk Suzuki GS450 en Honda 450 paralleltwinnetjes, en dat soort voetvolk.
Voor een scheet en drie knikkers te koop, en meer dan uitstekende woon-werk-muildieren.
Maar niet geliefd, want ‘lesmotor/ vrouwenfiets/ beginnersbrommer’….
Gelukkig weten wij beter 😉