Sluitingsdatum juninummer -> we zijn nu aan het afsluiten
Vrede op aarde – column

Een vreemde ontwikkeling: de klassiekerprijzen waren hoog de laatste jaren. Ze waren, als apen die over elkaars schouders klommen, steeds hoger geworden. De verklaring volgens een kenner: “Geld is niks meer waard en er zijn mensen die er veel van hebben.” Dat was de meest schrale troost. Zelf ben ik zo’n babyboomer zonder huisje in Zuid-Frankrijk, zonder camper, zonder sloep, zonder kekke cabrio… Maar ik ben tevreden. Dus rijk genoeg.
Voor veel dromers wordt het nu wel fijn ontwaken: de klassiekerprijzen zijn in grote lijnen meer dan ooit alleen nog maar vraagprijzen. En ik heb al van een paar mensen gehoord dat ze nu wel konden kopen – en gekocht hadden – wat vier jaar geleden nog onmogelijk was geweest.
Onze liefde voor klassiekers is vaak in onze jeugd ontstaan. Het is nostalgie 1.0 voor technisch geïnteresseerden of romantici. De auto of motor van de buurman. Die van je vader. Een oom. De blikseminslag bij de lagere-schoolleerling die ooit opeens oog in oog stond met een voorbijrazende Fiat 600 Abarth… De CB750 met clip-ons en vier-in-één van Martin. De brom van een late Commando of het geluid van onweer achter de bergen van een Laverda 750…
Maar dan: de Tweede Wereldoorlog is alweer zo lang voorbij dat de meesten van ons er geen actieve herinnering aan hebben. Maar de interesse voor WOII-spul? Die staat als een huis en groeit maar door. En prijzen van dingen uit de WOII-tijd? Die zijn hoog. En stijgen door. Terwijl er steeds minder mensen zijn…
Oorlogje spelen – of vriendelijker gezegd: re-enactment opvoeren – is een trend waarbij, bij gebrek aan Echt Spul, Dneprs en Urals worden vermomd als BMW R71’s. Er is zelfs al een Harley Softail gezien die deed alsof hij een Liberator was. Ach: het is maar Spielerei en het Echte Spul is er niet of het is onbetaalbaar.
Zo worden momenteel ooit trots naar burgeruitvoering omgebouwde Harley WLA- en WLC-motoren tegen intussen astronomische kosten teruggebracht naar hun originele staat, waarbij Bruce Palmers restauratieboek voor deze zijkleppers voor de gelovigen bekendstaat als het Heilige Schrift. Om zo’n machine echt correct te krijgen, zit de duivel in de details. Dat is feitelijk onzin, dat restaureren naar fabrieksoriginaliteit. Want ‘in het veld’ werd er gewoon gewerkt met wat beschikbaar was.
Vanuit onze contacten achter het voormalige IJzeren Gordijn weten we dat er daar nog wat oorlogsmateriaal is. Maar ook daar hebben ze internet en weten ze van de prijzen. Bovendien is het best tricky om in die regio zaken te doen. De corruptie hebben ze er nog net niet uitgevonden, maar als erfenis uit de Sovjettijden hebben ze het concept wel geperfectioneerd. Een ons bekende handelaar in oude dingen legde het zo uit: “Je betaalt de prijs. Maar voor de handel het land uit is, ben je die prijs nog twee keer kwijt aan steekpenningen.” Hij vertelde ook hoe het hem wel lukte om spul met winst te verkopen. Maar vroeg daar verder niets over te vertellen.
Kopen via internet en op goed vertrouwen dus. Zo hebben we van horen zeggen dat het donkergrijze Wehrmachtsgespann op de foto’s vrijwel origineel en goed werkend is. Maar voor de vraagprijs van € 83.000 krijg je geen bonnetje en geen garanties op wat dan ook.
Een verburgerde Liberator heb je tussen de € 14.000 en € 20.000.
Een correcte WLA of WLC kan een prijskaartje tot zo’n € 35.000+ dragen.
De NOS voor die oude Harleys is wel zo’n beetje op.
Maar alles wordt nieuw nagemaakt. Niet allemaal even goed passend. Maar wel duur.
Onderdelen voor Wehrmachtsgespannen worden er ook gemaakt. Raadpleeg je bankmanager.
Natuurlijk is het allemaal machtig historisch erfgoed.
Dat heeft zijn prijs.
En als het lekker soldaatje spelen voorkomt dat er een Derde Wereldoorlog komt?
Dan is het nog het beste wat je kunt doen met oorlogsherinneringen.
Oh ja: voor de hoeders van originaliteit en budgetten: de Russische en Oekraïense IMZ- en KMZ-M72-zijspancombinaties van de juiste bouwjaren zijn historisch authentiek. En kosten een kwart van een Harley WLA of WLC. En voor dat geld krijg je er nog een zijspan bij ook. En ook bij een M72 kun je voor de details gaan.

foto’s: archief

Origineel? Op internet circuleren nogal wat filmpjes en foto’s van Amerikanen die in hun opleiding leren rijden op een WLA. Zo zijn er verschillende foto’s van een rijschool waar een hele collectie Harley’s staat op het plein van de kazerne. En dan valt op dat zelfs daar al volop variaties zijn terwijl ze toch allemaal in dezelfde kazerne rijles krijgen op ( wat je zou denken) allemaal dezelfde motoren. Met bagagerek, zonder bagagerek, met of zonder windscherm enz.
de gekkigheid ten top Dolf, inderdaad kijk om je heen en voor weinig koop je een alternatief met evenzo authentic en bijbehorende lol voor 2 kwartjes,
Een kennis van mij heeft een of andere chinese ? kloon, daar heeft hij inmiddels een goede ontsteking en carburateurs op gezet, rijdt nu prima. En originaliteit, zijn reactie, pfffft wat een gezeur😉
De rij zogenaamde Russen zijn BMW R12 met zijspan voor Roemenië en geen R71 klonen. ( Platen kader!)
Na de oorlog is veel Duits materiaal vernietigd; men wilde er niet meer aan herinnerd worden..
Reden dat er dus veel minder nog van over is, dat vind je terug in de prijzen.
Bovendien zijn de productie-aantallen al veel lager dan het Geallieerde spul.
18.000 BMW’s R75 tegen 120.000 BSA’s M20, om maar een voorbeeld te noemen.
Voor elke Tiger tank reden er 15 Sherman tanks rond…
Het werd Herr Snorremans pijnlijk duidelijk dat superieur/ kwalitatief materiaal niet opweegt tegen hoeveelheid…ook al was de kwaliteit daarvan niet altijd grandioos.
Rusland…herstel: de USSR heeft gigantisch veel materiaal te ‘leen’ gekregen toen “we” nog vriendjes waren, en veel van dat spul verdween in schuurtjes omdat Stalin na de oorlog wilde doen voorkomen het op eigen kracht te hebben gedaan.
Ons geluk, want vele Willys jeeps en Harleys WLA zijn na de val van De Muur aan het Westen verkocht.
Reden waarom er heden ten dage nog zo veel te zien zijn.
Alleen in Nederland staan er zo’n 1400 WLA/ WLC op kenteken, daarnaast staan er nog genoeg te wachten op een plaat..
Waar de motor na de oorlog tot in de jaren ’70 gewoon moest werken bij minimaal of geen onderhoud, worden ze vandaag de dag vertroeteld en af en toe ingezet bij herdenkings-evenementen van bijvoorbeeld KTR.
Prijzen zijn allang niet leuk meer, op het belachelijke af zelfs; voor een originele snelheidsmeter wordt met droge ogen €1200 gevraagd…en betaald.
Een teller! En geen hond die het verschil ziet, op de enkele kenner na.
En daarmee sluit ik mijn relaas: neem iemand mee als je voor zoiets gaat, want vele gelukzoekers bieden rommel of replica aan voor ‘Origineel’.