Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Veteranen. Niet voor watjes

Veteranen. De afgelopen tijd hebben we ze veel op de media gezien. De mannen die ervoor hebben gezorgd dat we nu niet allemaal blond gekuifd in Mercedessen en Porsches rondrijden. Alle respect voor die mannen.
Maar in ons ‘werkveld’ zijn veteranen gewoon heel oude motorfietsen
En hoe oud dat is? Daar is over nagedacht. In Engeland natuurlijk. Net als over wat vintage, antique en classic zou moeten zijn. Een veteraan motorfiets is van voor 1915. En dat was de tijd dat er nog geen ‘vervoersconcepten’ bestonden en de technologie nog in de kinderschoenen stond. De huidige verbrandingsmotoren zijn allemaal schatplichtig aan die tijd. Want zowat ‘alles’ is toen al uitgevonden. De briljante ideeën liepen alleen vast op de bewerkingsmethoden en de metallurgie (Vriendin Isabelle-Louise is Frans en leert nieuwsgierig Nederlands. Toen in een gesprek het woord metallurg’ viel vroeg ze ‘Wat is een lurg?”).
Unieke oplossingen
Die techniek in de kinderschoenen resulteerde vaak in intussen (terecht) vergeten oplossingen. Tegenwoordig vraagt dat een groot denkraam en een massief inlevingsvermogen plus echt technische genen om sommige dingen te kunnen snappen. Zeker bij doosprojecten inclusief missende delen’.
Om zo’n veteraan weer tot leven te wekken heb je een serieuze metaalbewerkingswerkplaats nodig, of je moet gelijkgestemde mensen kennen die dat hebben. Gelukkig zijn er veel mensen in deze tak van dienst die elkaar kennen en die samen vaak alles weten. Veteraanliefhebbers zijn mogelijk de vriendelijkste mensen ter wereld.
Veteraanmotorfietsen worden verrassend genoeg nog steeds ongerestaureerd gevonden
En van veel van die machines is weinig documentatie. En onderdelen vind je ook niet makkelijk. Het voordeel is wel dat veel fabrikanten indertijd hun motorblokken bij maar een paar ‘grote’ leveranciers kochten. Dat geldt ook voor magneetontstekingen en ander spul. Maar het komt vooral aan op technisch inzicht. En geduld.
Er zijn in de begintijd van het motorrijden honderden fabrikanten geweest. In Engeland, in Frankrijk, in Duitsland. Niet samen. Maar vaak per land
Onderdelen vind je natuurlijk op Internet en op beurzen
Maar veel handelaren in klassieke motorfietsen hebben als ‘bijvangst ’ook veel losse onderdelen. Denk aan Yesterdays, Dutch Lion en alltimers. Die ‘wisselstukken’ zij vaak aardig uitgeleefd… HERSTEL: ze hebben volop patina. Maar ze kunnen hersteld worden of als voorbeeld dienen.
Als zo’n project klaar is, dan is de RDW er doorgaans erg vriendelijk voor.
Je hebt dan een motorfiets waar je eerder machinist dan berijder op bent. Een motorfiets waarbij je altijd prettig bezig bent met het onstekingstijdstip, de smering, de riemtransmissie, elke hellinkje… Een motorfiets die op zijn best geschikt is voor secundaire en tertiaire wegen. Waar het qua snelheid nog zou gaan, daar missen ze de boot structureel als het op remkracht aankomt. En een noodstop van een paar honderd meter past niet echt meer in het huidige verkeer.
Maar het bezit en berijden van zo’n machine uit de oertijd van het motorrijden? Dat geeft daadwerkelijk een heel nieuwe dimensie aan het begrip ‘motorrijden’.
En gelijkgestemde zielen vind je bij de VMW of in Vlaanderen bij Veteraanmotoren Houtland. Maar er zijn er meer in ons taalgebied.








