in

Replicars. Smaak of wansmaak?

De Replicar trend begon – waar anders… – in de US van A. In 1964. Excalibur en Ruger presenteerden hun fraaie replica’s van de Mercdes SSK en de Blower Bentley. En dat die wagens saaie, toen moderne v8’s hadden? Dat boeide niemand.

De auto’s werden gekocht door mensen met veel geld, een vroege hang naar ‘blingbling’ en een beperkt gevoel voor authenticiteit. Footballers, filmsterren. Oliedollar overladen Arabieren. Dat soort lieden.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

In Engeland werd de truuk uitgehaald door de Panther J72 te presenteren. En die deugde wel.

Bij de Panther Deville uit 1974 schoten de Britten wer ver voorbij het doel. De enorme dingest met een wielbasis van dik drie-en-een-halve meter was een soort van eerbetoon aan de Bugatti Royale en werd aangedreven door een Jaguar 6- of 12 cilinder. Het ding was lelijk. De deurendonor was een Austin 1800.

Maar kwalitatief was er bar weinig op aan te merken. De mannen bij Panther kenden hun ambacht.

Er zijn ongeveer 60 van deze auto’s gebouwd, inclusief een tweedeurs cabriolet.

Een roze- en goudkleurige zesdeursversie ging naar een van de emiraten

Panther Deville Las Vegas Limousine

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *