in

R4 Parisienne. Elle prend le volant

Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 

De Renault 4 bestaat in 2021 zestig jaar. De Franse evergreen kwam in 1961 op de markt en was goed voor een productie van meer dan acht miljoen exemplaren. Tot in het begin van 1993 bouwde Renault haar evergreen, en niet zelden gebeurde dat in een speciale uitvoering. De R4 Parisienne was zo’n versie. Renault lanceerde deze aanvankelijk als actiemodel, maar oogstte daar dusdanig veel succes mee dat de Parisienne jarenlang een vaste waarde werd binnen het Renault 4 programma.


Een aardig detail is dat Renault met de 4 Parisienne inspeelt op de vrouwelijke doelgroep. Begin jaren zestig is dat een belangrijke voor automobielfabrikanten, want steeds meer vrouwen kopen hun eerste eigen auto. Renault werkt voor het ontwerp van de Parisienne samen met het blad Elle. Het beoogde actiemodel krijgt een luxe uitstraling, niet voor niets is de basis de 4 Super met dubbele bumper en de achterklep met de zak ruit. De Parisienne is direct herkenbaar. Grote stickers met een hecht ruitmotief sieren de flanken en de achterklep.

Debuut met aanpassingen

In december 1963 debuteert de Parisienne. Het oorspronkelijke Parisienne ontwerp kent nog gouden sier biesjes op verschillende plekken en bijvoorbeeld een sticker met rietstructuur op de ventilatieklep. Die zijn geen lang leven beschoren, na de dealerintroductie zijn deze details verdwenen. De bestickering met rietmotief op de flanken en de kofferklep blijft in aangepaste vorm. Verder lift het nieuwe actiemodel zichtbaar mee op de vernieuwingen die de Renault 4 voor modeljaar 1964 krijgt. De Parisienne krijgt een normale achterklep en de nieuwe verchroomde bumpers, aangevuld met rubberen rozetten. De sier strips op de flanken blijven, tevens krijgt óók de R4 Parisienne schuifruitjes in de achterportieren en gesloten wieldeksels, die de volledige velg afdekken.

Fraai staaltje marketing

Het beoogde actiemodel voor de vrouw slaat aan, niet in het minst door het fraaie staaltje Prenez le volant, madame marketing dat Renault toepast. Samen met partner Elle stellen de Fransen een aantal demonstratieauto’s voor 48 uur beschikbaar, en wel onder de naam Elle prend le volant. Met een daaropvolgende vragenlijst wordt onderzocht of de proefrijders in de R4 Parisienne een toegevoegde waarde zien voor het gamma. De actie slaat enorm aan, en vrijwel iedere vragenlijst geeft een bevestigend antwoord. De Parisienne, zo besluit Renault, wordt een vaste R4 uitvoering.

Opties

In de basis profiteert de R4 Parisienne al van de keuzemogelijkheden die kopers bijvoorbeeld ook bij de reguliere R4 heeft. Er zijn drie meubilair configuraties, en ook de mogelijkheid om de R4 Parisienne in combinatie met een roldak uit te rusten is aanwezig. Qua detaillering kan men ook kiezen voor een Schotse ruit.

Normale kleuren, ook zonder stickers

Ook kan men ervoor kiezen om de stickers met motieven te laten vervallen. Renault neemt bovendien meerdere normale kleuren op in het R4 Parisienne programma. De oorspronkelijke zwarte kleur krijgt gezelschap van een grijze kleur, maar wordt vervangen door een donkerblauwe tint. Ook is de R4 Parisienne leverbaar in bordeauxrood, donkergroen en marineblauw. De grijze kleur verdwijnt snel weer van het programma. Marktafhankelijk is de R4 Parisienne leverbaar met de 747 cc motor (nog bekend uit de 4CV) en de 845 cc Exportmotor. Bijzonder: op het rechter voorspatbord monteert Renault het Parisienne typeplaatje, het linker spatbord krijgt de aanduiding- dat wél op de kofferklep te vinden is- niet. En via de paraplupook bedient de bestuurder drie versnellingen vooruit en één achteruit.

Rustig naar het einde

Zo loopt de R4 Parisienne rustig door. Hij profiteert nog van het nieuwe 1967 dashboard maar in juli 1968 mag de opvallende R4 versie met pensioen. De R4 Parisienne was een mooi voorbeeld van hoe een fabrikant met gehaaide marketing een specifieke kopers groep bereikte. En veroverde een eigen plekje binnen het langlopende en illustere verhaal.van één van de absolute evergreens uit de naoorlogse autogeschiedenis.

Bent u klassiekerliefhebber en bevallen u de gratis artikelen? Overweeg dan ook eens een abonnement op Auto Motor Klassiek, het gedrukte tijdschrift. Dat ploft voor een luttele jaarbijdrage elke maand bij u op de deurmat. Boordevol interessant leesvoer, speciaal voor de klassiekerliefhebber. Genoeg om u dagenlang van de straat te houden. En alsof dat niet genoeg is, draagt u ook nog eens bij aan het hele platform voor en door klassiekerliefhebbers. Daarbij heeft zo’n abonnement nog meer voordelen. Kijk maar eens op de link hierboven voor meer informatie. Een preview van het actuele nummer vindt u trouwens via deze link. Dan heeft u alvast wat te lezen, want daarin staan pagina’s van diverse artikelen.



 

 

9 Reacties

Geef een reactie
  1. Om nooit te vergeten. Ik was 18 jaar. Mijn eerste auto, de R4 met 3-bak. Op een nacht kwam ik thuis en trapte door de rem. Nog net kon ik het stuur omgooien en tikte de uitstekende koplamp van buurman’s 404 aan! Mijn moeder stormde naar buiten en sprak: ‘als je maar niet denkt dat IK dat betaal!’, denkend dat ik gedronken had. Geen druppel. Ik naar de buurman met excuses. Hij sprak de mooie woorden: ‘Laat maar zitten, het is alleen de ring, en van je moeder krijg ik altijd elke dag gratis de krant (na lezing). En zo betaalde… Sorry, moest ik even kwijt! Nu 67 en vele Renaults verder!

  2. Dat rietmotief (geweven stoelzitting) aan de zijkanten van de auto: was dat niet ooit een soort van hilarische stunt van Peter Sellers die aansloeg bij het grote publiek? Ik herinner mij zijn Mini-tje (door Radford onderhanden genomen, toevallig ook in 1963)

    In de jaren 80 had een buurman van mij een witte driedeurs Range Rover (1e serie dus), waar op de flanken ook dit riet motief zat. Kan iemand mij vertellen of die grappenmaker (hij hield er wel van om z’n autootjes een persoonlijk tintje te geven) dat zelf heeft gedaan of dat dat toentertijd ook als optie besteld kon worden??

  3. Geweldige herinneringen aan de r4. Vooral met de drie versnellingen. En de ruumte was voorin genoeg om 2 voorstoelen van een snoek te plaatsen voor een betere zit. Waar blijft de tijd kon hij maar stilstaan.

  4. Die bruinrode lijkt de Amerikaanse Woody panelen te hebben.
    Een simpele manier om een auto meer warmte en uitstraling te geven.
    Erg leuk bij die, toch al zo leuke eerste versies van de 4 met de 1e grill.

    De 4 was na de Kever, Mini en de 500 toch ook wel een karakteristiek model.
    Ik denk dat met deze aankleding er nog meer in had gezeten als het echt een onderdeel van de constructie was geworden. Had de auto meer ‘frans’ gemaakt.

    In Den Haag reed Bert van Leeuwen (EO) ook in 4-tjes die hij voor FL.100,- kocht op straat in de Schilderswijk. Hij ging regelmatig rechts voorin zitten met zijn armen onder de ramen door stuurde hij en zijn voeten scheef naar de pedalen. Net of er niemand achter het stuur zat.
    In die tijd, jaren ’80 waren het wegwerp artikelen. Mooi dat ze nu gekoesterd worden.

  5. Het is een goed idee dat vrouwen automobiel zijn. Natuurlijk ging de industrie daar op in, toen de techniek eenvoudiger werd. Vrouwen waren veel slimmer dan mannen: ze gingen voor een kleine, handige, gebruiksvriendelijke, ruime en aaibare auto’s. Die kwamen er vooral in Frankrijk met o.a deze R4, de Ami6 en LN(A) en 104-tjes.
    Maar daar is tegenwoordig te weinig op te verdienen dus daarom “ rijdt een slimme meid nu in een SUV die niet op de winkelstraat is voorbereid”.

  6. Geweldige auto die Renault 4. Daadwerkelijk een legendarisch icoon.
    De Parisienne is wel een heel vroeg actiemodel, een verschijnsel dat men toen nog niet of nauwelijks kende.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

Citroën Acadiane (1980)

Citroën Acadiane (1980): Een waardige bestelwagen voor Jan Gerrit. 

Hoe de Taunus Transit werd