in

Ove Andersson. Rallylegende en monument

Vandaag is het exact dertien jaar geleden dat de legendarische rallycoureur en Toyota Team Europe baas Ove Andersson het leven liet. Hij hoort thuis in de eregalerij van de autosport. Ove Andersson was meer dan dertig jaar de stuwende kracht achter Toyota’s wedstrijd activiteiten, en onder hem werd de Japanse fabrikant in dat verband groot. Ook als coureur maakte hij indruk, en bouwde hij aan een mooie carrière.


Ove Andersson werd in 1938 geboren in het Zweedse Uppsala. Hij bracht zijn jeugd door op het Zweedse platteland. Daar ontstond zijn liefde voor techniek en snelle machines. Bovendien was Andersson zélf ook gezegend met het nodige racetalent. Voordat dat tot volle wasdom kwam vervulde Andersson zijn dienstplicht voor de VN-vredesmacht in de Gazastrook.

Debuut, met hulp van Söderström

Eind jaren vijftig keerde hij terug naar Zweden. Hij richtte zich op Saab reparaties en kwam in aanraking met de autosport. Tijdens die periode opperde een kameraad om samen een lokale rally te rijden. Andersson zei ‘ja’, en het duo finishte als zesde in de Roslagsvalsen. Andersson kwam steeds meer in de greep van het rally rijden. Rallycoureur Bengt Söderström hielp hem verder op weg. De zeven jaar oudere Söderström was al langer actief en ondersteunde Andersson, zodat hij een volgende stap in zijn rallyloopbaan kon zetten.  

Internationaal debuut en groei

Op 11 juni 1963 debuteerde de Zweed internationaal in de Svenska Rallyt till Midnattsolen, die meetelde voor het European Rally Championship, Met navigator Gunnar Wiman werd hij vijfde in de Mini Cooper S. Vanaf 1964 reed Andersson zijn wedstrijden met menig Saab. Hij presteerde daarmee twee jaar lang behoorlijk en dat viel Lancia op. Vanaf 1966 reed Andersson voor de Italianen. Hij brak internationaal door, met onder meer podiumplekken in de Rallye Monte Carlo van 1966 en 1967. De RACE Rallye de España van 1967 won hij zelfs, met de Fulvia Rallye en copiloot Davenport. Het was zijn eerste internationale zege. In die tijd kreeg hij zijn bijnaam Påven, omdat Vaticaanstad aandeelhouder van Lancia was. En Påven is Zweeds voor de Paus.

Ford-tijdperk

Vanaf 1968 reed hij voor Ford. Daar zette hij zijn opmars voort. Met Roger Clark werd hij in de Ford Cortina Lotus tiende in de Daily Express London-Sydney Marathon van 1968. Het duo reed lang voorin mee, maar na enige tegenslag vond de Zweeds-Britse equipe zich terug op plek tien. Andersson werd in 1968 (met Davenport) tweede in de Tulpenrallye. Hij won in 1969 de International Welsh Rally. En hij werd derde in de Acropolis Rally van 1970. Deze resultaten boekte hij steeds met de Escort Twin Cam.

Topjaar 1971 met Alpine-Renault

In 1971 beleefde Ove Andersson zijn beste jaar als rallycoureur. Hij was overgestapt naar Alpine-Renault. Andersson won dat jaar vier rally’s in de A110 1600. Met copiloot David Stone (die later nog een rol speelde in het contact tussen Andersson en Toyota) werd hij eerste in Monte Carlo. Met Tony Nash won hij San Remo. En met landgenoot Arne Hertz zegevierde hij in de Oostenrijkse Alpenfahrt én in de Acropolis rally. Alpine-Renault won in 1971 vooral dankzij déze overwinningen de constructeurstitel van het International Championship for Manufacturers, de WRC-voorloper. De rijderstitel werd nog niet vergeven, maar de heerschappij van Andersson anno 1971 werd door iedereen onderkend.

De eerste contacten met Toyota, uitstapjes met mooie resultaten

Tijdens het seizoen 1972 reed Andersson óók voor de Fransen, maar hij had dat jaar soms ook een ander stuur in handen. Zoals in de Rali Internacional do BNU in Mozambique. Deze reed hij op invitatie -samen met Arne Hertz- in de Toyota Celica. De rally was Anderssons’ eerste wedstrijd met een Toyota. In 1972 tekende Ove Andersson ook zijn eerste contract met de Japanners, een historische mijlpaal. Tijdens de Daily Mirror RAC Rally van dat jaar debuteerde de Zweed officieel voor Toyota. Met Geraint Phillips reed hij de Toyota Celica naar plek negen. Påven had nog wel zijn merkuitstapjes. In 1973 deed hij met de huidige FIA-baas Jean Todt prima zaken in de Rallye Monte Carlo (Alpine-Renault) en in de loodzware Safari Rally (Peugeot 504).

Het begin van TTE

Dat jaar richtte Påven in het Zweedse Dannemora ook Andersson Motorsport op, mede om deelnames aan (Europese) evenementen met Toyota’s goed te organiseren. Andersson werd teambaas én bleef coureur. In 1974 verhuisde Andersson Motorsport naar Lot in België. Daar legde Påven met Team Toyota (Europe) de definitieve basis voor het Toyota succes in de wedstrijdsport. De constructie van een eigen team met fabriekssteun was toen baanbrekend. De fabriekssteun hield in dat het zwaartepunt op de inzet van de Celica lag, terwijl Andersson een duidelijke voorkeur had voor de meer wendbare Corolla’s.

Na Safari-rally zege met Peugeot voor altijd loyaal aan Toyota

Ondertussen won Ove Andersson (met Arne Hertz) de Safari Rally van 1975 met een Peugeot 504. Een incidentele overstap naar een andere fabrikant kon in die tijd ongestraft, ook omdat de fabrikanten nog lang niet aan iedere rally deelnamen. Maar Påven ging na de zege in Kenya niet meer legaal vreemd. Als Toyota teambaas begroette hij in 1975 zijn eerste grote zege. Hij verhuurde een Toyota Corolla Levin TE27 aan Hannu Mikkola. De Fin won de 1000 Merenrally met de enige Toyota in het deelnemersveld en zou later nog een tijd voor TTE rijden. Påven klopte als TTE baas vervolgens steeds vaker met Toyota aan de poort, en wist ook als coureur nog mooie resultaten te boeken.

Afscheid van dubbelrol, indrukwekkend palmares

Uiteindelijk kon hij de dubbelrol coureur-manager niet meer combineren. Ove Andersson nam tijdens de Bandama Rally van 1982 afscheid als rallypiloot. Hij reed in totaal 127 officiële rallywedstrijden en won veertien keer. Binnen de WRC was hij 28 keer actief. Hij pakte zeven podiumplaatsen, één keer beklom hij de hoogste trede. Ove Andersson reed ook enkele lange afstandswedstrijden. Hij bereikte daarin niet altijd de eindstreep. Maar met de Toyota Celica GT presteerde hij in de 24 uur van Spa (1973, met Kottulinsky) en in de zes uren van de Nürburgring (1973 en 1974, met respectievelijk Kottulinksy en Fritzinger) uitstekend.

Indrukwekkende nalatenschap

Na zijn rijdersafscheid in 1982 gaf hij fulltime leiding aan de wedstrijdtak van Toyota. Die bracht hij naar de wereldtop met indrukwekkende overwinningen tijdens de zware rally”s van de jaren tachtig en wereldtitels tijdens de jaren negentig. Nog altijd speelt Toyota een hoofdrol binnen diverse wedstrijddisciplines, waaronder de WRC. Påven ging met pensioen toen Toyota actief was in de Formule 1. Na zijn afscheid in 2003 bleef hij adviseur voor Toyota Motorsport GmbH. Soms reed Andersson nog zijn wedstrijden, het bloed kroop waar het niet kon gaan. Zoals op 11 juni 2008. Toen deed hij in Zuid-Afrika mee aan the Continental Milligan Vintage Trial, een rally voor pre-1960 auto’s. Hij crashte met de Volvo PV444, en overleed exact 45 jaar na zijn internationale rallydebuut op zeventigjarige leeftijd. Maar zijn status is monumentaal. Want Andersson liet een indrukwekkende erfenis voor de autosport én voor Toyota na.


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

De kleine Guzzi’s. Het verhaal komt eraan

VW Ruska Bugatti

Ruska VW ‘Bugatti’ Replica (1969). Hoge attentiewaarde voor garage Cats.