Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Ook klassiek: de Klimrekkenstijl – column
We leven in het Koninkrijk der Nederlanden. Iedereen vindt van alles over van alles. En in dat ‘vinden’ kunnen we best star zijn:
“Restauraties moeten top zijn”
“Niets is mooier dan echt patina”
“Alle Italo klassiekers hebben last van E-problemen”
“Engelse klassiekers lekken olie”
“Klassieke motoren hebben alleen financiële en emotionele waarde als ze fabrieksorigineel zijn”
Die laatste insteek is een zee tussen heel verre stranden. Voor een restauratie zocht een bevriende BMW-restauratiespecialist alle landen af om het correcte tankdekselsleuteltje voor een BMW R68 te vinden. En er was ook nog iets met de enige correcte ventieldopjes. Mooi toch? De 100 % correct gerestaureerde R68 kostte de trotse eigenaar € 43.000.
Dat is een smak geld. Maar het is dan ook een heel zeldzame, top originele klassieker.
Veel zeldzamer, en volgens de Dikke Vandale ook zeker ‘origineel’ is het stel ‘klimrekken’ dat onlangs geadopteerd werd door een motorhandelaar. Okay, we leven in en wereld waar motorfietsen gekend zijn als ‘scramblers, ‘ bobbers’, ‘huggers’, ‘baggers’, ‘caféracers’, ‘choppers’, ‘bratstyle bikes’. Dat zijn vaak wat oudere motoren die verbouwd zijn tot… nou ja: die dingen die net genoemd werden. En tot ‘klimrek’ Qua kalenderleeftijd hebben ze vaak de goede geboortedatum. Maar wat moeten wij als klassiekerliefhebbers met dat moois?
De bijna beroemde ‘klimrekkenstijl’ is gebaseerd op nijver vakmanschap en een beperkt gevoel voor schoonheid. De inspiratie moet zijn gekomen uit de pre internettijd toen Amerikaanse motorbladen hier nog maar sporadisch ingevoerd werden. En de schoonheid werd vervangen door een soort post Calvinistische zuinige uitbundigheid.
Optisch was het interessantst dat er aan de wielbasis en balhoofdhoek niets veranderd werd. De rest kreeg wel alle verschijningsruimte. Dat gaf qua lijnenspel en verhoudingen een bizare hokkerigheid. Het feit dat deze constructies nu uit schuren komen staat blijkbaar ook voor de eindigheid van hun bouwers / bezitters.
En qua waarde zijn ze de ultieme uitkristallisering van de klassiekerprijzen in zijn algemeenheid: “Het is maar net wat de gek er voor geeft”.
Maar of ze iconen van een tijdperk zijn? Jazekers!

Ik heb altijd begrepen dat het klimrekken werden genoemd om de volgende reden:
De motoren werden voorzien van een (veel) langere voorvork zonder frame aan te passen. Geen andere balhoodhoek dus waardoor het frame door de lange voorvork aan de voorkant veel hoger kwam te staan en daardoor dus ook het blok scheef en hoog van het wegdak kwam te hangen. Verhoudingen totaal weg en vanwege de hoge stand…een klimrek.
Ik begrijp overigens uit de foto’s dat er met “klimrekken” apenhang-sturen bedoeld worden . . ..
Tja, er is origineel als in “folder-origineel” en origineel als in “er is geen tweede van”.
Dat laatste is soms ook gewoon een goede reden voor . . . .
Maar ook het “folder-origineel” kan een drama worden, als er in die folders “voorserie” modellen etc werden gebruikt.
Dan zie je vaak onderdelen of dingen die achteraf niet of niet zo geleverd werden, en begint een eeuwige, onbevredigende en bedroevende zoektocht./
Ik vind voor beide “originelen” wat te zeggen, sommgen zijn oogstrelend, sommigen zijn netvlies-tergend, en dat geld voor beide vormen van origineel 😀
Wanneer de huidige eigenaar er blij mee is en trots op, dan is het toch goed. En wanneer er ook nog iemand is geboren die , bij eventuele aanbieding ter adoptie, er een acceptabel bod op wil doen, dan is het helemaal goed.
Helaas is er ook “over” bevolking van gekken!
‘Klimrekkenstijl’ en een ‘beperkt gevoel voor schoonheid’. Je omschrijft het werkelijk weer práchtig Dolf. De foto’s bekijkend moet ik bekennen dat er veel en erg vaardige werkuren in zitten. Dat ik die dingen lelijk vind, ach…. over smaak valt nooit te twisten natuurlijk. Vrije geesten verdienen vrij baan, en daar gaan we voor! Dus helemaal top!!