in

NSU-Fiat, een vechtscheiding

Topolino C 1953
Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 

NSU, dat kennen we wel. Het staat voor de Neckarsulmer Strickmaschinen-Union, jawel, de ‘breimaschine-unie’. Opvallend veel autofabrikanten werden ‘in de textiel’ geboren.


En ja, Fiat, wie kent dat niet. Een van de grootste autoconcerns ter wereld. Ook Fiat heeft een betekenis: de Fabbrica Italiana Automobili Torino.

Er was eens een merk, dat heette NSU-Fiat. En het verhaal van dat merk is van Muizen en Mussolini, van vriendschap en oorlog, van liefde en haat. En het begon met een dwanghuwelijk.

1921: De Duitse Crisis

In 1918 was NSU een ruim vijftig jaar oude, gevestigde fabrikant van fietsen, motorfietsen en allerlei industriële machines en werktuigen in Neckarsulm. Met de vrede die over Europa en de wereld neerdaalde, besloten de broers die het familiebedrijf leidden, dat de sprong kon worden gewaagd naar het maken van auto’s. Er werd grond aangekocht en er werd een autofabriek gebouwd, maar de timing was ongelukkig. Het ontwerpen van een nieuwe auto is razend duur. Er zijn bancaire investeringen nodig en al lukte dat wel, de economische situatie in het Duitsland van voor de oorlog was sinds de vroege jaren twintig niet minder dan catastrofaal. Het land was in Versailles gedwongen om volledige schuld te erkennen aan de Eerste Wereldoorlog en moest torenhoge oorlogsschadevergoedingen betalen. Het door de oorlog al bankroete land stortte nu volledig in elkaar. Om aan geld te komen zette de Weimar-regering de drukpersen voor bankbiljetten op volle snelheid. Hyperinflatie was het gevolg: wie op vrijdag zijn loon kreeg moest dat dezelfde dag nog besteden, want op zaterdag was het nog maar de helft waard. Het werd zo ernstig, dat mensen met koffers met geld een brood gingen kopen. Er werden muren behangen met bankbiljetten van een miljard Reichsmark. Er was massale werkeloosheid. Er was honger.

In zo’n situatie is een nieuw automodel ontwikkelen veel te risicovol. De bankier van NSU, de Dresdner Bank, besloot om de nieuwe fabriek te verkopen aan een buitenlands autofabrikant, om het bedrijf met harde valuta door de crisis te loodsen.

1929: Nieuwe merknaam NSU-Fiat

De koper die zich meldde was Fiat. De Italianen hadden in tegenstelling tot de Duitsers een groeiende economie (de fascisten waren er aan de macht en die stampten in hoog tempo een oorlogsindustrie uit de grond) én ze hadden een nieuw model mini-autootje, de 500, waar vast wel een Duitse koper voor was.

En zo raakte NSU aan harde Italiaanse Lires en Fiat aan een nieuwe fabriek. De auto, de Fiat 500 ‘Topolino’ (muisje) was een wondertje van techniek. Een kleine tweezitter, hoewel er met wat fantasie en inschikkelijkheid toch nog wel iemand achterin geperst kon worden, extreem zuinig, goedkoop in de aanschaf, in het gebruik en in het onderhoud, maar toch een volwaardige kleine auto. Ook in Frankrijk werd, in 1934, de productie hiervan opgestart bij de door de Italiaan Enrice Pigozzi opgerichte Société Industrielle de Mécanique et de Carrosserie Automobile, SIMCA.

Het contract was glashelder: Fiat kreeg de eigendomsrechten over de fabrieken met machines en toebehoren van NSU Heilbronn en mocht gebruikmaken van de uitstekende reputatie van NSU door de naam te vermelden in de merknaam en het logo, NSU-Fiat. Een trots merk! Vanaf de herfst van 1929 stond de Duitse NSU-Fiat 500A ‘Topolino’ te koop bij de dealers.

1939: Oorlog

Op 1 september 1939 viel Duitsland Polen aan. Als gevolg hiervan verklaarden Frankrijk en Engeland aan Duitsland de oorlog. Per direct werd alle civiele productie gestaakt en ging de hele industrie over op oorlogsproductie. Omdat de NSU-fabrieken in Neckarsulm en de NSU-Fiat-fabrieken in Heilbron vier kilometer uit elkaar lagen, vond er ruimschoots samenwerking plaats en werden gezamenlijk wapens, motorfietsen, automotoren, generatoren en uitrustingstukken gefabriceerd. Het Italië van Mussolini was namelijk een bondgenoot van het Duitsland van Hitler. En het is helaas een feit: voor autofabrikanten is een oorlog goed nieuws, het betekent een volle orderportefeuille en boter bij de vis.

1945: Na de Duitse capitulatie lagen de fabrieken in de Amerikaanse sector. NSU legde zich in de naoorlogse jaren toe op de productie van tweewielers, van brommers tot zware motorfietsen. Dat was zo’n succes, dat ze een nog even de grootste motorenproducent ter wereld waren. NSU-Fiat bleef na de oorlog doorgaan met de doorontwikkelingen van de Topolino’s.

1957: de klad erin

In 1957 besloot Fiat tot het produceren van hun 1100 in Heilbronn, de NSU-Fiat Neckar. Een kleine, maar praktische vierdeurs gezinsauto die in de Duitse versie iets duurder was, maar ook luxueuzer en sneller. Voor deze 1100 werden geen onderdelen meer van NSU betrokken, maar kwam alles uit Turijn. Dat verzuurde al enigszins de gemoederen.

1954 NSU FIAT 1100
1954 NSU FIAT 1100

Ook kwam in plaats van de ouderwets geworden Topolino een nieuwe Fiat 500 uit Turijn, de Fiat Nuova 500, ofwel 500D van Dante Giacosa. Een geniaal ding met luchtgekoelde tweecilinder achterin. En daarvan werd een Duitse versie ontwikkeld, voor de productie in Heilbronn: de NSU-Fiat 500.

En laat dat nu precies zijn waarmee NSU de markt van de mini-auto’tjes wilde veroveren. In Neckarsulm was de NSU Prinz ontwikkeld, een net zo geniaal ding als de Fiat 500 met net zo’n tweecilinder en een regelrechte concurrent in dezelfde doelgroep en prijsklasse.

En daar liep het mis. Ineens waren er twee kleine auto’s op de markt met allebei NSU in de naam, die niets met elkaar te maken hadden, zelfs scherpe concurrenten waren. Gedaan was het, met de goede samenwerking, de gezamenlijke kaartavondjes en uitwisseling van onderdelen, machines en mensen. De fabrikanten stonden als kemphanen tegenover elkaar en gingen met dure raadsmannen naar de rechtbank.

NSU voerde aan dat zij in 1871 hun naam hadden vastgelegd en daarmee de oudste rechten hadden.

Fiat voerde aan dat zij in 1929 goudeerlijk de fabriek met naam en al hadden gekocht en niet van plan waren die investering terug te draaien, zeker niet net nu er nieuwe modellen waren gestart. En ja, na dertig jaar mocht NSU-Fiat zich ook wel een gevestigde orde noemen. Had dan eerder geklaagd! Nu was het te laat!

Uiteindelijk stelde de rechter het belang van de consument voorop: de autokoper was gebaat bij duidelijkheid met merknamen. En precies zoals bij eerdere rechtszaken over de in Oost-Duitsland doorgeproduceerde BMW en DKW gold hier het principe van de oudste merkrechten. En het oudste merk was NSU (1871), niet Fiat (1899).

1959: Neckar

Fiat likte de wonden, maar niet lang. De NSU-Fiat 1100 werd omgedoopt tot Neckar 1100. Voor de verkopen maakte het niet uit, deze uitstekende en betaalbare auto klom naar een productie van 25.000 stuks per jaar.

1957 Neckar
1957 Neckar

Jagst, Weinsberg en Adria

In de jaren zestig liepen naast de 1100 nog andere gemodificeerde Fiats van de band. Zo was er de Duitse versie van de Fiat 600, de Jagst 770. Sneller en luxer dan het origineel, net als de Oostenrijkse Steyr-Fiat 600D.

NSU Fiat Weinsberg Limousette BJ 1960
NSU Fiat Weinsberg Limousette BJ 1960
Neckar 1965 NF64 S1A
Neckar 1965 NF64 S1A

De Jagst Rivièra was een mooie sportcoupé op basis van de Jagst 770 en de Neckar Adria, een luxe uitvoering van de Fiat 850. Autobianchi was inmiddels deel van Fiat geworden en de Duitsers namen de Bianchina Giardinera-versie in productie onder de naam Panorama. De Weinsberg 500 was de Duitse variant van de Fiat 500D.

Jagst 770 'Riviera'
Jagst 770 ‘Riviera’

 

Neckar 'Adria' 850
Neckar ‘Adria’ 850

De stekker eruit

Aan het eind van de jaren zestig werd Fiat terughoudend met de productie in Heilbronn. Door de EEG waren de importheffingen niet zo hoog meer en inmiddels waren de Duitse lonen flink gestegen. De productie was, kort gezegd, niet meer lonend en de Duitsers kregen geen rechten om de nieuwe Fiat 124 te bouwen. Gemor en geklaag alom, want het Spaanse SEAT, het Turkse Tofas en het Russische AutoVAZ kregen die rechten wél. Maar ja, ook dat had eigenlijk met Spaanse, Turkse en Russische behoefte aan harde deviezen te maken. Het is uiteindelijk altijd geld, dat de loop der dingen bepaalt.

Kortom: in 1971 viel het doek voor Neckar, eerder NSU-Fiat

Tegen die tijd was NSU zelf al jaren ter ziele gegaan aan de invasie van mooie en snelle Japanse motorfietsen en aan de kostbare ontwikkeling (en de vele ruilmotoren) van hun nieuwe Ro80. Het oeroude merk werd overgenomen door Volkswagen. Die verkochten de laatste NSU-ontwikkeling, de K70, onder het VW-label en de merknaam werd Audi-NSU, tot ook dat in 1985 een stille dood stierf.


Bent u klassiekerliefhebber en bevallen u de gratis artikelen? Overweeg dan ook eens een abonnement op Auto Motor Klassiek, het gedrukte tijdschrift. Dat ploft voor een luttele jaarbijdrage elke maand bij u op de deurmat. Boordevol interessant leesvoer, speciaal voor de klassiekerliefhebber. Genoeg om u dagenlang van de straat te houden. En alsof dat niet genoeg is, draagt u ook nog eens bij aan het hele platform voor en door klassiekerliefhebbers. Daarbij heeft zo’n abonnement nog meer voordelen. Kijk maar eens op de link hierboven voor meer informatie. Een preview van het actuele nummer vindt u trouwens via deze link. Dan heeft u alvast wat te lezen, want daarin staan pagina’s van diverse artikelen.


 


 

16 Reacties

Geef een reactie
  1. Bedankt weer!!
    Voor mij is Italië de bakermat van de Europese automobielindustrie, zeker voor wat betreft het ontwerpen van auto’s.
    SIMCA-FIAT en SEAT waren me al bekend, de Duitse vertakking was me nog onbekend.
    Ook in moedertje Rusland heeft FIAT zich trouwens nog doen gelden.

  2. hans frommé wederom een prachtig verhaal met veel historie , veel dingen wist ik niet , zeker al die
    zogenaamde samenwerkingen tussen de Duitsers en de Italianen, TOP

  3. ‘Vanaf de herfst van 1929 stond de Duitse NSU-Fiat 500A ‘Topolino’ te koop bij de dealers.’ Het was al bijzonder (maar correct) dat het Franse Simca de 500 in 1936 een paar maanden eerder presenteerde dan Fiat zelf, maar dat de Duitsres dat al zeven jaar daarvoor deden klopt toch echt niet.

  4. Pracht verhaal en leerzaam bovendien!
    En ja, auto fabrikanten begonnen wel eens in de textiel. In elk geval ook Opel. Ook die maakte naaimachines en naderhand dus auto’s. Mooie auto’s ook!! Welke auto fabrikanten verder vanuit de textiel groot geworden zijn, dat ontgaat helaas mijn wetenschap. Heb hier zelf nog ergens een contactsleutel van een NSU Prinz rond slingeren.

    • Dat was precies het probleem. De Fiat Nuova 500 en de eerste Prinz waren exact hetzelfde concept. Onbedoeld, maar toch. Allebei compact, luchtgekoelde tweecilinder achterin en bij introductie een gelijke prijs. De NSU kwam op de markt voor 3.300 DM en dat was een koopje, zeker als je weet dat NSU topkwaliteit afleverde.

  5. Leuke modelletjes en toen ook goed bereikbaar voor Jan Modaal, ook de betaalbare coupeversies.
    Ik ben altijd al gecharmeerd geweest van de Fiat 600. Dit model heeft het in ongewijzigde vorm (op uitzondering van de draairichting van de deuren) maar liefst 25 jaar uitgehouden (van 1955 tot 1980 als Zastava)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

De Paladijn zoals hij was zonder stuurkuip

De Paladijn. De constante factor – column

Renault 4 CV

Renault 4CV. De grote autoliefde van mijn vader