Sluitingsdatum oktobernummer -> we zijn aan het afsluiten
Nissan Bluebird T12: vier Japanse overlevers in Asturias
De Nissan Bluebird T12 was in Spanje nooit een vanzelfsprekende keuze. In Asturias groeide het model bij Manolin Viejesglories, klassiekerliefhebber en verzamelaar van automobilia, juist uit tot het middelpunt van een kleine maar opmerkelijke verzameling. Manolin meldde zich bij de redactie van AMK. (Zo zie je maar weer dat AMK overal wordt gelezen.) Manolin bezit vier originele, in Japan gebouwde Bluebirds. De meest persoonlijke daarvan is de blauwe 1.8 Turbo SGX uit 1986 van zijn vader, inmiddels goed voor 621.000 kilometer.
Die achtergrond maakt de collectie meer dan een rij zeldzame uitvoeringen. Nissan Motor Ibérica haalde de Japanse T12 in beperkte aantallen naar Spanje. In 1986 ging het om 160 exemplaren van de Turbo SGX en 330 stuks van de 2.0 SLX. Over de hele importperiode kwamen er 820 Turbo’s en 1200 tweeliters naar Spanje. In Asturias waren de aantallen nog bescheidener: vier Turbo SGX’en, drie witte en één blauwe, en via Auto Salon Asturias vier tweeliter Bluebirds.
Nissan Bluebird T12 in kleine aantallen
De T12 volgde op een technische koers die Nissan al bij de U11-generatie van 1983 had ingezet: een dwarsgeplaatste motor en voorwielaandrijving. Voor modeljaar 1986 verscheen de vernieuwde Bluebird T12, nog volledig in Japan gebouwd. Daarmee kreeg Spanje een middenklasser die daar slechts mondjesmaat opdook, maar die juist door die beperkte aanwezigheid nu een eigen plek inneemt binnen Manolins verzameling.
Een van de opvallendste auto’s is de metallic grijze 2.0 SGX met origineel Grand Prix-pakket. De eerste eigenaar was magazijnchef bij de Nissan-dealer waar Manolins vader later zijn eigen Bluebird kocht. Het pakket gaf de sedan een voorspoiler, wielkastverbredingen, zijskirts, een achterspoiler onderaan en een spoiler op het kofferdeksel. Later kwamen er extra ZKW-verstralers in het front bij.
Ook het interieur laat zien hoe compleet Nissan de T12 destijds kon uitrusten. De Grand Prix heeft hendels op de vloer voor de kofferklep en tankklep, knoppen voor vier elektrische ramen en een vergrendeling voor de achterruiten. In het instrumentarium zitten onder meer een ampèremeter en een econometer. De toerenteller krijgt vanaf 6000 toeren een oranje vlak; pas bij 6600 toeren begint het rood. De kilometerstand van deze tweeliter staat inmiddels op 322.000 kilometer.
De blauwe Turbo SGX van zijn vader
De blauwe Nissan Bluebird 1.8 Turbo SGX uit 1986 vormt het persoonlijke middelpunt van de verzameling. Het was de eerste Bluebird Turbo die in Asturias werd geregistreerd en tegelijk de eerste auto van Manolins vader. Dat die sedan inmiddels 621.000 kilometer heeft gereden, geeft het verhaal extra gewicht, zeker omdat de Turbo SGX in Spanje nooit een alledaagse verschijning was.
Technisch hoort de Turbo bij de jaren waarin turbotechniek ook in gewone sedans zijn plek vond. Onder de kap ligt een 1809 cc viercilinder met Bosch L-Jetronic-injectie en een Garrett T2-turbo, goed voor 135 pk bij 6000 toeren. De Turbo kreeg schijfremmen achter, banden in de maat 195/60 HR 15 en elektronisch verstelbare demping. In de middenconsole zitten de standen zacht, middel en hard; bij 120 km/h draait de motor in de vijfde versnelling 3000 toeren.
De verschillen met de gewone uitvoeringen zitten ook in de details. De afstand tot het vierspaaks stuur is elektrisch instelbaar en de rugleuning heeft een elektro-pneumatische verstelling. In het dashboard neemt een turbodrukmeter de plek van de ampèremeter in en vervangt een oliedrukmeter de econometer. De snelheidsmeter loopt door tot 220 km/h. Twee antennes, ruitenwissers met zes snelheden en twee aparte dagtellers horen eveneens bij deze uitvoering.
Naast de blauwe Turbo SGX en de grijze Grand Prix bezit Manolin nog een witte Turbo SGX uit 1987, die hij van de sloperij redde, en een Bluebird 2.0 SLX uit 1988. Die laatste behoort tot de laatste Japanse T12’s die naar Asturias werden geïmporteerd. Samen vormen de vier auto’s een klein Spaans hoofdstuk uit de Nissan-geschiedenis, met een duidelijke Asturische lijn.
Het volledige stuk staat in Auto Motor Klassiek van augustus, nu in de kiosk.
Nog even verder lezen
Hier vind je nog een paar stukken die goed aansluiten op Nissan Bluebird T12.
- Nissan Patrol (1984). Een mix van trots en enthousiasme voor Pieter
- Nissan 300 ZX uit 1985, droomauto uit de jeugdjaren van Branko
- Nissan Sunny 1,5 Coupé (1983) van Branko. Typisch jaren 80-model.
- Mitsuoka Viewt (1996) – “Fashion car” uit Japan
- Datsun/Nissan collectie: deskundigheid en betrokkenheid van André
Hieronder staan nog meer foto’s.

De tijd dat Nissan/Datsun nog auto’s bouwde die na 600.000 km hun werk nog deden is helaas ook al lang voorbij. Je zou bijna overwegen om zo een oud model zoveel als mogelijk mechanisch terug in nieuwstaat te brengen i.p.v. een nieuwe te kopen. En roestpreventie niet vergeten natuurlijk, want dat was zowat het enigste waardoor ze op de sloop geraakten
Een vriend van kij had een Darsun bluebird een blauwe vier deurs met trekhaak 2 liter motor , heb dae datsun vele malen gereden als we met z,n twee ergens nasr een motor rommelmarkt gingen , hij vroeg altijd wil jij rijden jij weet overal de weg , vond het niet erg die wagen reed fantastisch , hij is te vroeg overleden , we hadden dezelfde voornaam , de datsun nooit meer terug gezien had het graag overgenomen , nu kom je ze zo goed als niet meer tegen JAMMER 🤢
Erg fijne auto, die “ineens” uit het straatbeeld verdween.
Ik heb een jaar of 3 in zijn voorganger mogen sturen; de Datsun Stanza uit 1984.
Dezelfde motor, dezelfde auto, maar iets minder verfijnd.
Wees zuinig op je collectie; erg mooi! 👍
Ze zijn allemaal naar Afrika verdwenen..