Sluitingsdatum nummer 12 -> we zijn nu aan het afsluiten
Mercedes-Benz 300 SEL en 300 SEL 2.8 (W109). Zeldzame uitvoeringen in Metropole Auctions “Sammlung Sonderklasse veiling”
Het Oostenrijkse Feldkirchen an der Donau staat al een tijdlang in het teken van de Sammlung Sonderklasse, die door Metropole wordt georganiseerd in samenwerking met de Oostenrijkse veilinghuizen Huner Granner en Ni-Cola. Het aanbod bestaat meer dan tachtig fraaie (neo-klassieke) Mercedes-Benz exemplaren, klassieke motoren en automobilia in vele soorten en maten. Metropole Druten legde de hand op deze prachtige verzameling van de Oostenrijkse verzamelaar Hannes Daxecker , en in samenwerking met de veilinghuizen Humer Granner en Ni-Cola brengt Metropole Auctions deze onder de hamer. De veiling vindt van 5 tot en met 7 november in Feldkirchen an der Donau (vlakbij Linz) plaats. De happening biedt ons een fraaie gelegenheid om een klein deel van het aanbod alvast te beschrijven, mét de nodige modelinfo. We beschrijven twee kortstondig en mede daarom zeldzame W109-uitvoeringen: de 300 SEL en de opvolger: de 300 SEL 2.8. Van beide versies hoort één exemplaar bij de omvangrijke veilingcollectie. Ze stammen respectievelijk uit 1967 en 1968
De Mercedes-Benz W108 verscheen na de zomervakantie 1965 (250 S, 250 SE en 300 SEb). Ruim een half jaar later volgde ook de verlengde versie daarvan: de W109. Deze maakte zijn debuut als 300 SEL. Het was de tijd dat de cilinderinhoud van een Mercedes-Benz nog herkenbaar was aan de typeaanduiding. In het laatste geval betekende het, dat de langere zuster van de W108 was uitgerust met de M189 krachtbron. Bovendien kreeg de W109 standaard luchtvering aan boord, wat de letter ‘L’ in de typeaanduiding verklaart.
De eerste 300 SEL verscheen officieel in maart 1966. De voorserieproductie startte echter al in september 1965, kort na de lancering van de kleinere W108 serie. In motorische zin borduurde de 300 SEL nog voort op een oude bekende krachtbron. Onder de nobele motorkap monteerde Mercedes-Benz de M189 VIII met een enkele bovenliggende nokkenas, een cilinderinhoud van 2996 cc, 170 DIN-pk en de BOSCH-injectie met zes plunjers. Kopers konden kiezen uit een vierversnellingsbak (naar keuze: stuurschakeling of vloerschakeling), een vijfversnellingsbak (vloer) en een automaat (keuzehendel op vloer of aan het stuur). In combinatie met de vierversnellingsbak en de automaat stonden naar keuze twee eindoverbrengingen ter beschikking.
De 300 SEL met de M189 VII motor werd in een oplage van 2.369 exemplaren gebouwd, en hield het vol tot en met het einde van 1967. De aloude M189 krachtbron werd door Mercedes-Benz met pensioen gestuurd, en daar kwam een nieuwe motor voor in de plaats: de M130, die in diverse Benz-modellen zijn opwachting zou maken. Deze krachtbron had een inhoud van 2778 cc, de brandstofvoorziening kwam opnieuw voor rekening van de mechanische inspuiting van BOSCH met zes plunjers. De configuratie met één bovenliggende nokkenas en kettingaandrijving werd gehandhaafd. De motor kwam terecht in de opvolger van de eerste 300 SEL. Dat werd de 300 SEL 2.8, die in februari 1968 officieel debuteerde en de M130 motor aan boord kreeg. In de nieuwe SEL uit de W109 serie genereerde de krachtbron 170 DIN-pk, de topsnelheid lag rond 190 km/h-200 km/h.
Dat was mede afhankelijk van de gekozen transmissie. Net als bij de voorganger kon de koper van de 300 SEL 2.8 een handgeschakelde vierbak, dito vijfbak en een automaat kiezen. De vijfversnellingsbak was alleen in combinatie met vloerpook leverbaar; de twee andere varianten boden de keuze tussen stuur- en vloerbediening. In 1969 werd de configuratie van alle transmissies gewijzigd, de overbrengingsverhoudingen en de eindreductie werden herzien. Negentig procent van de kopers bestelde de 300 SEL 2.8 in combinatie met de automaat. De uitrusting was verder behaaglijk, met standaard stuurbekrachtiging, elektrisch bedienbare ruiten en een radio met automatisch werkende antenne. Deze uitvoering was een mooie propositie, maar desondanks was de 300 SEL 2.8 geen lang leven beschoren. In januari 1970 was het na 2519 gebouwde exemplaren gedaan met deze versie. Mercedes-Benz wilde de W109 vanaf nu minimaal met de 3.5 V8 motor uitrusten, omdat men deze motor uiteindelijk beter vond passen in de lange W109 versie.
Beide beschreven 300 SEL modellen behoorden tot de minst gebouwde auto’s uit de W108 en W109 serie. Daarom is het bijzonder, dat de Oostenrijkse verzamelaar Hannes Daxecker van de beschreven SEL uitvoeringen een exemplaar in eigendom had. En beide auto’s maken onderdeel uit van de Sammlung Sonderklasse van Metropole. De auto’s worden definitief geveild op 7 november in Feldkirchen an der Donau. Het bieden is inmiddels begonnen. De 300 SEL en de 300 SEL 2.8 worden geveild onder de lotnummers 16 en 17. Meer informatie over de fraaie en met een aantrekkelijk optiepakket uitgeruste 300 SEL vindt u hier. En over de evenzeer aantrekkelijke witte en goed uitgeruste 300 SEL 2.8 in de veiling leest u meer onder deze link. Uiteraard gaan beide beschrijvingen gepaard met een uitvoerige en gedetailleerde fotoreeks, waar wij alvast een kleine selectie uit hebben gemaakt.
Tot slot: we zeggen het nogmaals: de Sammlung Sonderklasse is zeer de moeite waard. Daarom verwijzen we graag ook door naar het totale veilingaanbod, dat uniek is, en is opgebouwd uit uiterst fraaie collectors-items.
Het copyright van alle foto’s berust bij Humer Granner
