Motoren

Lichte Motorfietsen. Omdat kleine Klassiekers ook fijn kan zijn

By  | 

Nederland staat stevig in de motorhistorie met de kreet “een zware is je ware”. In de jaren zeventig toen Nederland nog volledig onbegrensd was en het gas alleen de standen ‘dicht’ en helemaal open kende had die insteek wel wat. Een viercilinder van 750 cc of meer, clip-ons of een ‘hangorenstuurtje’, een vier in één blèrpijp en jagen met dat spul! Maar wat is er mis met kleine motorfietsen?

Dat was in de tijd dat motorfietsen aan hun tweede leven waren begonnen

Motorrijden was ‘fun’ geworden. Voor die tijd was motorrijden een zwaktebod voor mensen zonder geld voor een auto. Die motorfietsen moesten dus goedkoper dan een auto zijn. Ze moesten betrouwbaar en zuinig zijn. ‘Leuk’ zijn, dat  was optioneel. Die basis insteek resulteerde in gebruiksmotorfietsen die in grote hoeveelheden werden verkocht. Maar in de jaren zeventig en tachtig  hoefde dat gelukkig niet meer te beteken dat de lichte motorfietsen alleen maar saaie werkbrommers moesten zijn.

Er zijn veel lichte motorfietsen uit die tijd die domweg heel charmant of hartveroverend zijn. Zelfs een klein 125 cc Jawaatje is een hoogst vertederend machientje dat nu staat voor absolute onthaasting. Je moet het alleen geestelijk wel aankunnen om regelmatig gelijk op te rijden met een stel pittige pensionado’s met hun elektrisch ondersteunde fietsen. De lichte motorfietsen uit de zestiger, maar vooral uit de zeventiger jaren,  zijn echte klassiekers. En doorgaans zijn ze nog prettig betaalbaar ook.

Een jeugdherinnering

Als jeugdige bromfietsrijder droomde ik over een Zündapp KS 100 totdat ik een Puch 125 cc zag. Wat was dat een ranke, dynamische schoonheid. Later viel ik voor de charmes van het viertakt gebeuren. De 125 cc één en tweecilindertjes van Honda deden het prima. Ook met een geel plaatje op het voorspatbord. Dat kon toen allemaal nog. Na een periode van zwaarder tweewielerplezier kwam de jeugdliefde voor klein spul toch weer op. Want met een 90-125 cc motorfiets kun je in het huidige verkeer prima meezwemmen. Zolang je maar uit de buurt van snelwegen en autowegen blijft. Maar wat heb je daar als motorrijder hoe dan ook te zoeken?

Terug naar nu

Sinds de weder ontdekking van het kleine rijden doen we af en toe eens een excursie op ‘de brommers’. Van hier uit naar onze stek in Cadzand Bad is de route over de smalste wegen die de Tomtom kent dik 330 kilometer lang. we gingen dus weer voor klein. De laatste keer dat we de trip maakten deden we zo’n negen uur over die kilometers. Dat was zonder pech, maar met een paar rustige koffiestops en een stevige lunch. Want reizen maakt hongerig. Zo zoemend door het landschap is de reis zelf het doel. Je hoofd wordt er prettig leeg van. En bij elke tankstop reken je juichend af.

Aanschaf en onderdelen voorziening

Lichte motorfietsen, zeg maar tot 200 cc – zijn niet duur. Het loont daarom om het beste te kopen dat je te pakken kunt krijgen. Het restaureren van een project is onevenredig duur. Begin daar dus maar niet aan. De onderdelenvoorziening voor al die lichtgewichten is doorgaans nog prima. Dat geldt alleen wat minder voor de exotischer lichtgewichten en de tweetakten die vaak mechanisch op zijn.  Het onderhoud is goed te doen. Er zijn natuurlijk de werkplaatshandboeken, maar heel veel wordt ook keurig voor gedaan op Youtube.

 

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

1 Comment

  1. Pascal

    23 juni, 2018 at 18:32

    Gewoon weer je jeugd herbeleven en er een echte bromfiets naast kopen..is ook leuk.
    Heb voor het echt onthaastwerk een PC50 uit ’68.
    Voor het pruttelen in en om huis zeg maar.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X