Sluitingsdatum juninummer -> 21 april
Knipperlichten en zo… – column
Dat knipperlichtenverhaal? Daar werd ik wat treurig van. Als internetter zit ik blijkbaar in veilige ‘echokamers’. Dus ik krijg voornamelijk feedback over de dingen die me interesseren: klassieke motorfietsen, klassieke auto’s, de gang van zaken in Oekraïne en nog wat randverschijnselen.
Maar soms staat blijkbaar de deur van zo’n echokamer op een kier. Dan waait er vreemd spul over de drempel. Zoals een link naar een internetforum waar mensen een voor mij volkomen absurde discussie zijn aangegaan over het feit hoe verschrikkelijk fout het is om originele knipperlichten te vervangen door aftermarket knipperlichten. De correctheid van een nieuw soort motorrijders had me al eerder verbaasd toen er eentje naar me toe kwam om me – met opgestoken wijsvinger – aan te spreken over mijn motorkleding. Of het gebrek daaraan.
Ik ben ook een keer als meerijder gevraagd voor een georganiseerde motorreis. Mijn reisgenoten reden op dikke GS’en, Triumph Tigers en Varadero’s. Ze waren ook topveilig ingepakt. Na een dagje lekker sturen bestelden ze bij het avondeten spa en 0.0-biertjes. En ze gingen om een uur of tien naar hun mandje. Want: “Morgen weer een hele rit.”
Ik herinner me een trip in Frankrijk waar we de dag zaten te evalueren met een goed glas wijn. De ‘spokesman’ van een stel net geparkeerde Hollandse motorrijders kwam joviaal bestraffend op ons af: “Mannen, dat is natuurlijk mooi, maar je snapt natuurlijk wel dat je na het drinken van alcohol niet meer mag rijden!” Met die insteek zouden alle wegen in midden-Frankrijk na de lunch uitgestorven zijn. Goed, ieder zijn meug. Respect!
Maar in de wereld waarin ik leef, ontmoette ik een fijne Willie Wortel die vijf jaar bezig was geweest om een oude Honda CB100 (11 pk) te voorzien van een tweetakt-kartmotor. Van 125 cc. En 34 pk. Een andere grote denker was – met tussenpauzes – al een jaar of vijftig bezig met een stuk Universal-frame, een stuk BMW-frame en een Volkswagen-motor. Om over de Risetta maar niet te spreken… Zelf heb ik ooit het Dafding gebouwd. Dat was eigenlijk een Ural-Dnepr-Suzuki-Honda-Daf-VW, 800 cc, op het kenteken van een ouwe Dnepr.
Of: je ontmoet bij ijssalon Udine een sprankelende grootmoeder met kleindochter. De grootmoeder blijkt een gepensioneerde politiedame. Met een motorrijbewijs. En de grootmoeder en haar kleindochter reden een rondje op mijn ouwe zijspan. Gewoon in hun zomerkleren en zonder helmen. Nadien dronken we sterke Italiaanse koffie en de kleindochter kreeg nog een extra hoorntje. Met maar één bolletje. Tsja…
De wereld waarin we leven, is heel anders dan de wereld waarin ik 50+ jaar geleden ging motorrijden. Maar toch…
Op mijn sigarendoos staat: “Uw rook is schadelijk voor uw kinderen, familie en vrienden.” Sorry: mijn enige reactie is: “Dan komen ze maar niet op mijn crematie.”
Het is natuurlijk een filosofie van niks, maar als je alles op zijn veiligst en correctst doet, dan leef je volgens mij niet langer.
Het lijkt alleen langer.
Motorrijden is één van de laatste illusies van vrijheid.
En nu kun je me natuurlijk een narrige oude man vinden. Maar zelf ben ik milder voor mezelf: ik ben nooit echt volwassen geworden.
