Klassiek? Nou ja: 25+. Dus jong – column

Auto Motor Klassiek » Column » Klassiek? Nou ja: 25+. Dus jong – column

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Lang geleden werd de Klassieke Japanse Motorfiets Vereniging opgericht. Er staat me een vergadering bij in Café Geesberge, aan de Vecht. Klassieke Japanse Motorfietsen. Dat was in 1987. Het geheel was ontspannen. In die Internetloze tijd waren er wat berijders/eigenaars/liefhebbers van oude Japanse motorfietsen met elkaar in contact gekomen. Voor wat er aan mensen uit de begintijd is over gebleven: Die zijn inmiddels ook al bijna veertig jaar verder op hun levenspaden.

Maar in 1987 was dat anders. Toen waren mensen die iets met oude/klassieke Japanse motorfietsen hadden in de klassieke motorwereld nog mild verdacht tot daas. Want Japanse motoren werden elk jaar beter, sneller en betrouwbaarder. Het ging economisch niet beroerd. Dus was het eerder zo dat je als motorrijder inmiddels wel Japans reed, maar dan gewoon elke twee jaar een recenter exemplaar kocht/financierde.

Van het Japanse spul dat tussen 1959 en 1972 het land was binnen gekomen was het meeste opgereden en weggegooid. Want ”Ouwe Japanse Zooi”. Maar er waren motorrijders die toen al door de Japanse techniek en historie waren gegrepen. Dat werden de oprichters van de KJMV, een club die later best voorspoedig groeide. Naar geheel Nederlandsche Aard kwamen er diverse stromingen en afsplitsingen. Maar de KJMV bleef open voor Japanse motorfietsen ouder dan 25 jaar.

In de begindagen was de club eerder een broederschap van lotgenoten. Ze deelden dezelfde interesse. Waren vaak best handig of technisch geschoold of ervaren.  En, o ja: De motorfietsen waar ze zo gek van waren? Die waren er nog best te vinden. Ze kwamen uit stoffige schuren of onder flanellen lakens vandaan.  Omdat er nog geen internet was, geen investeerders waren en er slechts een matige interesse was in al die overlevende Honda’s Suzuki’s, Yamaha’s, Kawasaki’s en een paar Bridgestones plus een Lilac of wat waren kostten die tweewielers niet veel.

Als ik uit eigen ervaring spreek: Een Suzuki T500 voor 500 gulden. Een heel mooie T500 voor 1.000 gulden. Een niet lopende Kawasaki 750 driepitter met expansie uitlaten en een Robinson voorrem met 8 oplopende schoenen ook voor 800 gulden. Een heel mooie Suzuki T500 met Velorexbak en een Reimo 2 in 1 voor 2.250 gulden. Drie Black Bombers in onderdelen voor 800 gulden. Een topglanzende CB750 OHC met zijkoffers voor maar liefst 2.000 gulden. Ga zo nog maar even door. Een serieus getunede K2 caféracer kostte me 1.500 gulden.

Qua onderdelenvoorziening was je afhankelijk van motorfiets demontagebedrijven die toen nog gewoon schilderachtige motorsloperijen waren. Clubleden die het geluk hadden een buitendienstfunctie te hebben planden tijdens hun routes tussen de zakelijke afspraken de Echt Belangrijke Bezoeken in: het stoppen bij zoveel mogelijk motorzaken en zaakjes om daar te vragen of er nog onderdelen van oude Japanse motoren in het magazijn lagen. Dat kon, want zolang je toch wat dingen voor je werkgever deed, was er geen haan die er naar kraaide. Je kumpanniekar had geen GPS of tracking device, je maakte gewoon elke week je weekstaatje met daarop het gereden aantal kilometers. En zo scoorde je dan een nagelnieuwe Candy Yellow tank voor een Honda CB750 K2 voor 100 gulden van de zolder van Motorhuis Bos in Utrecht.

Geleidelijk werd de kwaliteit van de klassieke Japanners binnen de club steeds beter. En werd de ‘waarde’ van de Japanse klassiekers dat ook. Waar je vroeger dapper aanscharrelde, daar zie je nu top gerestaureerde exemplaren staan. Dat zijn machines die de trotse eigenaar vaak meer dan vijf cijfers hebben gekost. En dan is er nog een verschil: In de ogen van de hard core clubleden zijn heel veel van die motorfietsen Echt Klassiek. Maar clubtechnisch geldt nog steeds de 25 jaarsregeling. En niet iedereen heeft de soepelheid van geest om een zescilinder Goldwing uit 1988 warm te omhelzen als klassieke Japanner. Niet dat er veel instroom van dat soort fietsen is. Maar ‘gevoelsmatig’ klopt het niet voor iedereen.  

Kortom: Leven in klassiekerland is net als leven in Nederland: zoveel zielen, zoveel zinnen.

Wij bij AMK zijn wat dat betreft atypische Nederlanders: We vinden gewoon alles leuk genoeg. En als een wat oudere machine te jong is? Ach: dat gaat vanzelf over. En hoe ‘origineel’ iets moet zijn? We hebben binnenkort in onze maandelijkse uitgave op echt papier het verhaal over een bijna perfecte BMW R100 R Caféracer uit 1991. Piepjong en niet origineel. De (Duitse) eigenaar wil hem verkopen. Daarom moet hij eerst opnieuw gespoten worden…

In de tussentijd hebben we bewondering voor het selecte aantal mensen dat altijd de drijvende kracht achter elke club is.

Klassiek? nou ja: 25+. dus jong
Klassiek? nou ja: 25+. dus jong
Klassiek? nou ja: 25+. dus jong
Klassiek? nou ja: 25+. dus jong
Klassiek? nou ja: 25+. dus jong

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

Eén reactie

  1. In de stapel motorblokken herken ik links zomaar een XS750 blok…
    Altijd handig voor de liefhebber met twee rechter handen..

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten