in

Kees van Stokkum. Een lezing over de geschiedenis van de Italiaanse autoindustrie

Kees van Stokkum

Wanneer een liefhebber van Italiaanse auto’s de naam Kees van Stokkum hoort, stroomt het bloed ongetwijfeld sneller door de aderen. Als er iemand in Nederland een pleitbezorger is van de prachtige Italiaanse autogeschiedenis, dan is Kees van Stokkum het wel. Bij Jelle Talsma in Leeuwarden (Fiat, Alfa Romeo, Lancia en Jeep) bleek onlangs waaróm. Want Kees van Stokkum hield een uiterst boeiende lezing over Italiaanse autofabrikanten, met verrassende details.

De bezoeker kreeg een prachtig inkijkje in de historie. Kees van Stokkum – die op uitnodiging van Talsma Eventi naar Leeuwarden kwam- vertelde dat hij in 1967 met Italiaanse auto’s in aanraking kwam. “Sindsdien heb ik dus 40.000 uur in die liefde gestoken. Minimaal” In 1982 richtte hij zijn bedrijf ItalAuto op in Achterveld, vandaag de dag een instituut op het gebied van restauraties, reparaties, onderhoud, aanpassingen en revisies aan bijzondere Italiaanse auto’s. Kees van Stokkum vertelt meer, en begint bij de eerste fabrikanten in Italië. Isotta Fraschini, Italo, Legnano, het komt allemaal voorbij, evenals de indrukwekkende historische rol van FIAT in de Grand Prix races, met bijvoorbeeld de Fiat 130HP met een 16.000 cc motor. En over de beslissing van Agnelli om te stoppen met de wedstrijdsport, omdat hij vond dat er te veel levens aan werden opgeofferd.

Ferrari en Alfa Romeo. Anders dan gedacht

Kees van Stokkum vertelde ook veel over Ferrari. Enzo Ferrari was een techneut pur sang. Hij kocht zelf al vroeg in de vorige eeuw Alfa Romeo’s, en hij adviseerde ook de leiding. Later nam hij zitting in Modena. Daar deed hij ook veel voor Alfa Romeo. Hij bond rijke klanten aan zich en loste logistieke problemen op. De Scuderia Ferrari (1929) was intussen een satelliet renstal geworden van Alfa Romeo dat in die jaren onder meer succesvol was in de Mille Miglia. Later (jaren 30) kwam Ferrari in dienst van Alfa Corse, maar een conflict met datzelfde Alfa Romeo zorgde ervoor dat Ferrari vier jaar lang niet onder die naam auto’s mocht bouwen. Vanaf 1947 werd alles anders. Ferrari loste Alfa Romeo af als GP instituut en er ontstonden ook vele bijzondere civiele Ferrari’s. Van 166 Inter tot aan de Testarossa, en van de 250 GT modellen tot de F40. Allemaal een eigen verhaal, allemaal cultuurdragers van hetgeen vandaag de dag door Ferrari wordt gebouwd. Maranello zorgde indirect ook voor andere Italiaanse merken, waarvan oprichters een duidelijke link hadden met Enzo Ferrari. Voorbeelden zijn ISO, ASA en Bizzarrini en ATS. Er kwamen tijdens de lezing overigens veel meer kleine fabrikanten voorbij, zoals Cisitalia en Stanguellini.

Ontevreden Lamborghini gaat zelf supercars bouwen

Kees van Stokkum verhaalde ook over de bijzondere ontstaansgeschiedenis van Lamborghini. Ook hier is weer de Ferrari link, zij het meer onbedoeld. Ferruccio Lamborghini was tractoren fabrikant en collectioneur van exclusieve sportwagens. Hij had ook een Ferrari, maar vond de prijzen van onderhoud en onderdelen- en de matige kwaliteit- bedenkelijk. Volgens de overlevering dacht Lamborghini: “Dat kunnen we zelf en voorál: veel beter.” De geboorte van Lamborghini als exclusief sportwagenmerk was op 31 oktober 1963 een feit. Het leidde al vroeg tot prachtige wagens als de 350 GT en de Miura.

“Maserati was geniaal”

Op deze mooie avond in Leeuwarden kwam nog veel meer voorbij. De dood van Alfieri Maserati. De genialiteit die de Duitsers in de jaren dertig van de vorige eeuw aan het nu 105 jarige Maserati toedichtten. De eerste auto met de drietand, de Tipo 26. Ook kwam Fiat steeds terug als rode draad in de Italiaanse auto industrie. De verhalen over de overnames van Italiaanse automakers door Fiat vanaf de jaren vijftig en/of de participaties in de Italiaanse auto-industrie van Fiat waren exemplarisch. En dat gold ook voor de naoorlogse modeltechnische rol van Fiat zelf. Het publiek bleef ondertussen geboeid luisteren naar de dynamische lezing, je voelde de passie van Kees van Stokkum voor de Italiaanse historie. Ook toen de diverse ontwerphuizen voorbij kwamen.

Elkaar helpen

Opmerkelijk was het verhaal over hoe de renstal van Lancia naar Ferrari werd overgeheveld. Dat gebeurde op instigatie van Fiat en de Italiaanse Automobielclub. Niet afvoeren, maar een belangrijke speler in de Italiaanse automobielindustrie helpen, een veelzeggend verhaal, dat exemplarisch is over de historische trots van de Italiaanse autobouwers op hun cultuur in zijn totaliteit.

De rol van Abarth

Mooi: de wijze waarop Kees van Stokkum in Leeuwarden de rol van Abarth prees. “Die man, en later het bedrijf, waren koplopers in ontwikkeling van sportwagens en alle onderdelen die prestatie verhogend werkten. Koningen van gewichtsbesparing, die werd doorgevoerd tot de kleinste schroef. Begonnen met uitlaten voor de Topolino. Bovendien was Abarth een kraamkamer voor de Ferrari renstal. En er was samenwerking omdat er bijzondere wagens op basis van een Ferrari chassis werden gebouwd. Abarth was geniaal, en bouwde dito auto’s, die overigens peperduur waren. De Abarth OT 1300 bijvoorbeeld. Die stond voor hetzelfde geld in de boeken als een instap-Ferrari. Maar die Abarth creaties waren echt speciaal en baanbrekend, de vele records in wedstrijden getuigen ervan.”

Mooie verhalen en Sesamstraat

Kees van Stokkum vertelt aan het eind van de lezing nog een paar mooie verhalen. Over de gedemonteerde Miura, die in onderdelen uit Lissabon werd gehaald. En een verhaal over de proefrit die hij met een Ferrari 312 T2 in Achterveld maakte. “Een Formule 1 wagen inderdaad, reed ik gewoon mee door het dorp, en omdat-ie niet ontstoord was bleek dat heel veel mensen tijdelijk even geen TV konden kijken. Er waren wat verontruste moeders die vertelden dat de kinderen van slag waren omdat ze Sesamstraat hadden gemist.”

Toekomst. Er gloort weer perspectief

Later spreken wij kort met Kees van Stokkum in het bijzijn van Tjerk Pol, Johan Dijkstra, Durk Tinga en Frans de Groot van Talsma Eventi/Jelle Talsma Autobedrijven. “Er komt heel wat aan.” En de redenen die de heren aanvoeren stemmen tot optimisme. Kees van Stokkum houdt zich op de vlakte over de toekomst van de Italiaanse auto industrie. Maar een paar dagen na de lezing Want PSA (met de zeer voortvarende Carlos Tavares) en FCA gaan samenwerken, fuseren. Het is het zetje dat de Italiaanse automobielindustrie in alle opzichten nodig heeft, zeker ten aanzien van de besluitvaardigheid en nieuwe modellen. Er is weer perspectief, er kómt nieuw Italiaans elan, dat net als vroeger weer belangrijk kan worden in de auto industrie. Het vroeger, waar Kees van Stokkum op een avond in Leeuwarden prachtig over vertelde.

 

 

 

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *