Sluitingsdatum septembernummer -> 21 juli
Piepkleine, knotsgekke Honda Z600 heeft geldingsdrang
Een Berner senner is de rust zelve, terwijl een chihuahua alles bij elkaar keft. Dezelfde geldingsdrang zien we bij de even kleine als vinnige Honda Z600, die blijkbaar wat te compenseren heeft. Terwijl je zijn luchtgekoelde tweecilindermotor die luidkeels hoort jengelen, staat hij erbij alsof hij elk moment in je kuit kan bijten. Overigens kennen we hem van de televisie… want die zit achterop.
Wat een kleine branieschopper. Even dimmen, ja? Hèhè, eindelijk komen we erbovenuit en kunnen we het verhaal gaan vertellen van dit knotsgekke hatchback-coupeetje uit Japan. Vergeef ons trouwens het herhaaldelijke gebruik van verkleinwoorden in dit artikel, want ze poppen automatisch op wanneer je een blik op deze kei-car werpt. Dat is dit namelijk: een weliswaar volwaardige personenwagen, die zich schikt naar de maximaal toegestane buitenmaten binnen de toenmalige wetgeving in het land van de rijzende zon, welke automobilisten fiscale en verzekeringstechnische voordelen verschafte.
Nou kun je dat dimensionele minimalisme op allerlei manieren invullen en juist uit beperkingen vloeien de mooiste dingen voort, want die dwingen tot creatief nadenken. In dat opzicht ging Honda in de positieve zin des woords helemaal zijn boekje te buiten met een appetijtelijk, jeugdig georiënteerd alternatief voor de Mini-achtige N-modellen. Mocht je de ontwerpers eerder nog van kopieerdrift betichten, de eind 1970 gepresenteerde Z leek werkelijk nergens op en ja, dat bedoelen we als een oprecht compliment. Immers, welke andere fabrikant kwam op het idee om een dikke zwarte rand op de achterklep te lijmen en daarmee, bedoeld of onbedoeld, een televisiescherm na te bootsen? Je kunt er alleen dwars doorheen kijken, van beide kanten. Uitzending gemist? Nee hoor.
Miste de boot
De regelgeving rondom de keicar schreef nog iets voor, namelijk een cilinderinhoud ter grootte van iets meer dan een colablikje. Honda verdeelde dat over twee potjes, ventileerde die met behulp van frisse lucht (hoewel later ook een watergekoelde Life-uitvoering verscheen) en bracht het publiek op de thuismarkt het hoofd op hol met de Z360. Die was voor export toch wat minnetjes, daarom stuurde het merk de Z600 naar de Verenigde Staten én naar enkele Europese landen, waaronder in Frankrijk, Portugal en Groot-Brittannië. Nederland miste de boot… of misschien wel andersom.
Je zou veronderstellen dat een coupeetje van 3,12 meter kort en bijna 1,30 meter smal weinig plek in hun showroom opeist, maar de motorfietsdealers die het model veelal verkochten, zagen dat een tikkeltje anders. Honda als automerk stelde in de vroege jaren zeventig nog weinig voor en dat verlangde dus ook geen aparte verkooporganisatie van betekenis. Lang duurde de overzeese carrière van de Z’jes overigens niet. De fabrikant haalde eind 1972 de kaasschaaf over de koets en besloot vervolgens, om niet nader verklaarde redenen, de export te staken. Met ineens een hardtopdesign en juist zonder reservewielluik in de derrière bleef het geinige speeltje tot 1974 in de roulatie, onveranderd voorzien van een hoogtoerige tweecilindermotor en nog altijd even opdringerig in het openbare leven.
De uitgebreide versie lees je in Auto Motor Klassiek, het julinummer, nu in de kiosk.
Verderop vind je nog meer foto’s.

Ik denk dat in deze tijd van zuinig aandoen voor de mensen die toch auto willen blijven rijden het een l boodschap autoTJE zou zijn
Die achterklep blijft raar.