Wetenswaardigheden

Halogeen was revolutionair

By  | 

Halogeen was een doorbraak. Want de grootste inspanning op het gebied van elektrische voertuigverlichting (tot 1970) is altijd gestoken in een verhoging van de betrouwbaarheid en een verlenging van de levensduur. En ooit waren gloeilampen van 45 Watt al heel wat…

Halogeen was revolutionair

Tot de invoering van de halogeenlamp was daarbij het lichtrendement niet spectaculair gestegen; de halogeenlamp verhoogde het rendement aanzienlijk, vaak leverde halogeen 100% meer licht dan conventionele gloeilampen.

General Electric had in de vroege jaren 40 zwaar geïnvesteerd in halogeengas verlichting. De daarbij optredende hoge temperaturen waren een moeilijk punt om te overwinnen. GE deed zijn speurtocht op het gebied van koplamptechnologie op basis van de toenmalige gloeilamptechnologie.

Die investeringen begonnen veel geld op te leveren in de jaren 50. Maar het “U.S. Department of Transportation” liet deze lamp nog niet toe op de Amerikaanse markt in verband met verblindingsgevaar. Er kwamen immers steeds meer auto’s op de weg, en al dat licht werd dus gevaarlijk bevonden. Ondanks het feit dat de Amerikaanse autofabrikanten al heel slimme licht sensors hadden bedacht die het eigen licht dimden bij nadering van een ander voertuig met verlichting.

Succes door Europese wetgeving

In 1957 ging Europa over naar standaardisering van het asymmetrische dimlicht. Daardoor werd het mogelijk om het vermogen van de koplampverlichting te verhogen zonder dat de verblinding van de tegenligger toenam. Toen de serieproductie van kwalitatief hoogwaardige halogeenlampen goed op gang kwam, werden in eerste instantie nog geen complete koplampen geproduceerd. Er werden er alleen verstralers en mistlichten gemaakt. Hella pionierde hierbij met mistlampen die op de voorbumper gemonteerd werden. Die lampen werden echte statussymbolen.

De betrouwbaarheid

Een van de problemen die de ontwikkeling van een koplamp met geïntegreerd dim- en grootlicht in de jaren zestig in eerste instantie in de weg stond was dat het moeilijk was om het halogeenequivalent van de conventionele duplo lamp te maken. Het grootste probleem was het halogeen kringloopproces van de lamp met dubbele gloeidraad dat door de 2 gloeidraden niet stabiel was. Philips heeft dit probleem opgelost in 1965. Toen was de weg vrij was voor de verdere ontwikkeling van halogeen koplampen.

De start van het succes

Na een wat trage start werd het succes van de halogeenlamp in de jaren 70 almaar groter. Zo had de H4 lamp een lichtopbrengst die voor groot en dimlicht 100% hoger lag dan die van de conventionele duplolamp. In 1978 werd in Duitsland al 50% van de nieuwe auto’s met H4 lampen uitgerust. Voor de luxe wagens was dit vaak al standaard, bij de wat goedkopere auto’s was halogeenverlichting vaak optioneel. Na de introductie van de H4 lamp zijn er nagenoeg geen nieuwe lamptypes ontwikkeld, er werd voornamelijk gewerkt aan het verbeteren van de al bestaande lamptypes. Pas bij de introductie van de H7 lamp, in 1993, lijkt het er op dat de ontwikkeling van nieuwe H-lampen weer een impuls kreeg en kwamen kort daarna de H8, H9 en H11 op de markt. Dit zijn allemaal lampen met enkele gloeidraad.

En alweer gedateerd

En intussen zijn die ooit revolutionaire halogeenlampen alweer een gepasseerd station. De huidige carrosserievormen vragen om kleinere verlichtingsunits. Om uit die units voldoende licht te krijgen moeten de mogelijkheden van de halogeenlampen zo ver opgerekt worden dat de werktemperatuur op ongeveer de smelttemperatuur van de wolfraam gloeidraden komt te liggen.

Zo wordt de herfst bijna leuk

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X