Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer

Auto Motor Klassiek » Artikelen » Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer

Sluitingsdatum julinummer -> 19 mei

Automatische concepten

De Europa-rit van 1931 was een dertien dagen durende betrouwbaarheidsrit van ruim 10.000 kilometer door Europa. De Automobil Club von Deutschland zette de route uit, de officiële start lag op de Avus in Berlijn en voor de Nederlandse Ford Tudor met startnummer 91 was de opdracht eenvoudig op papier: op tijd binnenkomen, heel blijven en geen strafpunten oplopen.

Achterin die Tudor zat reporter Nico Went, tussen drie koffers en de rest van de bagage. Zijn verslag verscheen later in het boekje Met een Ford in den 10.000 K.M. Europarit; Negen van de Negen, uitgegeven door de Nederlandsche Fordautomobielfabriek te Rotterdam. Ook dat boekje vertelt veel over de tijd: een voorpagina in kleurendiepdruk, een zilverkleurige routekaart met emblemen van autoverenigingen, een aerodynamische Ford op het binnenomslag en achterin een uitklapbare kaart met route, cijfers en een opengewerkte technische tekening.

De Europa-rit van 1931 begon met een nauwelijks ingereden Tudor

De Ford Tudor werd bestuurd door Jacques van der Meulen, mededirecteur van de Ford-dealer in Eindhoven. Jan van Abbe was tweede bestuurder. Bij vertrek uit Nederland had de auto pas 2000 kilometer gereden en in de inrijperiode mocht hij volgens Went niet boven de 60 kilometer per uur komen. Lang duurde die voorzichtigheid niet. Op de etappe van Berlijn naar Genève liep de Ford vrijwel voortdurend 101 kilometer per uur, noteerde Went.

De rit trok deelnemers uit verschillende landen. Chr. Polis uit Maastricht reed met een Renault en had startnummer 100. Naast twee andere Fords reden er ook twee Ford-teams van ieder drie wagens mee. Een van de Fords was een Phaeton, bestuurd door de dochter van Thomas Mann. De Nederlandse Tudor stond op de Avus vrij achteraan, maar in zo’n rit zei een startpositie weinig. De klok, de kaart en het controleboekje bepaalden de voortgang.

In Saarbrücken moest de equipe voor het eerst het controleboekje laten afstempelen. Te laat aankomen betekende uitsluiting; Went schrijft dat één minuut genoeg was om rechtstreeks naar huis te kunnen. De ploeg reed door de nacht, over passen bij Champagnole, St. Laurant en Morez, verder naar San Sebastián en daarna Spanje in. Bij Madrid moest de Tudor uitwijken naar een voetpad om een muildier te ontwijken. Bij de volgende controlepost bleek de Ford als vierde binnen te zijn, na een Steyr en twee Mercedessen.

Controleboekjes, uitvallers en rallyvuil

Wents verslag laat zien hoe smal de marge was. Bij Badajoz trof de equipe een verwoeste Brennabor aan; volgens een jonge Duitser was de bestuurder overleden en was de tweede inzittende zeer ernstig gewond naar het ziekenhuis gebracht. Later, bij Pisa, riep een Mercedes-bestuurder naar de Ford-equipe dat zij krankzinnig reden. Kort daarna stond die Mercedes met de wielen omhoog in een sloot; volgens Went had hij een fietser dodelijk aangereden en was hij over de kop geslagen.

In Rome, op de rustdag, werd duidelijk hoeveel wagens de rit al had gekost. Meerdere deelnemers hadden opgegeven, waren te laat aangekomen, in de sloot beland of over de kop geslagen. De Ford ging verder richting Innsbruck, kreeg vlak voor de Brennerpas zijn derde lekke band en werd in München bij de Muenchener Ford Dealer opgefrist. Dat daarbij ook de laag rallyvuil van de Tudor werd gewassen, viel bij Jacques van der Meulen niet goed.

De zwaarste stukken zaten niet alleen in de snelheid, maar ook in de wegen zelf. De Katschberg met 26 procent helling leverde volgens Went geen problemen op, maar in Joegoslavië reden ze langs rotsen, kale wanden en later bij Sarajevo en Zagreb met 60 tot 70 kilometer per uur over gaten en kuilen. De bladveren waren verzegeld en mochten niet breken. Onderweg zagen ze een zwaar beschadigde Ford roadster op zijn kop liggen; de inzittenden mankeerden volgens Went niets dankzij het stalen koetswerk.

Via Wenen ging het naar Berlijn. Daar riep een trambestuurder de vraag die na zo’n rit voor de hand lag: Geschafft?! De volgende middag stonden volgens Went 100.000 mensen langs de Avus. De Nederlandse Ford Tudor bleek later officieel de rit te hebben gewonnen met nul strafpunten. Zeven andere Duitse Fords kregen eveneens een eerste prijs, de zwaar beschadigde Ford uit Joegoslavië een tweede prijs, en Ford won ook de teamprijs.

Buiten de rit bekijken we ook de verbinding met een bestaande Tudor uit 1931. Wim van den Boom uit Zwijndrecht bezit een groene Ford Tudor die hij in 2006 kocht. Volgens hem is de auto nog authentiek, zonder verbeteringen of verfraaiingen, en start hij na de winterstalling in één keer. Zijn eigen ervaring sluit nuchter aan op Wents reisverslag: na een paar uur rijden is het zwaar werk, zonder stuur- en rembekrachtiging.

Het complete verhaal met alle foto’s lees je in Auto Motor Klassiek van mei 2026, nu in de kiosk.

Er zijn hieronder nog meer foto’s te zien.

Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer - foto 2
Tudor 91 tussen ezels en wandelaars
Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer - foto 3
Bij de controlepost telt niet de pose, maar foutloos doorkomen zonder strafpunten
Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer - foto 4
Wim van den Boom met een Tudor zoals Nico Went die dertien dagen van dichtbij meemaakte
Europa-rit van 1931: Ford Tudor over 10.000 kilometer - foto 5
De kofferdrager achterop herinnert aan Went, ingeklemd tussen bagage tijdens de Europa-rit van 1931

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

6 reacties

  1. Dat boekje met die uitklapkaart en opengewerkte tekening zou ik liever zien dan menig glanzend koffietafelboek. Daar staat tenminste nog echte techniek in.

  2. Geen strafpunten over 10.000 kilometer, daar mag je best je pet voor afnemen. Maar ik vraag me af hoeveel onderweg preventief is nagesteld of aangedraaid.

  3. Achterin tussen drie koffers zitten klinkt romantischer dan het is. Na een dag Avus en daarna door naar Genève ben je waarschijnlijk aardig gaar.

  4. Die 2000 kilometer bij vertrek zegt wel wat. Tegenwoordig noemen sommigen dat nog nieuw, toen ging je er gewoon Europa mee rond. Wel even anders rijden dan met moderne remmen.

  5. 101 km/u met een Tudor die net ingereden was, dat is niet sukkelen. Ik zou vooral benieuwd zijn hoe warm de boel werd op langere hellingen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten