Column

Een prinses in de polder

By  | 

We rijden met zijn tweëen door de verlaten Flevopolder. Het schemert. Naast de weg wemelt het van de bermkassa’s en hoogst actieve snelheidscontroleurs hebben de regio beroemd en topveilig gemaakt. Het autootje in de verte wordt dan ook met argdocht en achterwaan benaderd.

Er stapt een vrouw uit die vriendelijk zwaait

We stoppen en zetten onze brommers veilig neer. De SEAT hangt wat treurig over rechts. Een platte band. De jonge dame in kwestie heeft dat ook gemerkt en wijst ons op het fenomeen. We vragen :”Heb je een reserveband?” Die heeft ze. “Hij ligt achterin.” “Heb je een krik?” Die heeft ze ook. Die ligt ook achterin. We worden mild nieuwsgierig. “Maar waarom verwissel je dat wiel dan niet?” Er vonkt in het vallende duister iets opstandigs in haar ogen. “Maar zien jullie niet dat ik daar helemaal niet op gekleed ben?”

We hebben er niet zoveel kijk op en het wordt rap donker

Maar we zien wel degelijk dat deze dame niet is wezen shoppen bij de Zeeman of Wibra. “Zo. Dat is slim. Wij eigenlijk ook niet. Toch? Hoe lang sta je hier al?” Dat was een minuut of vijf pas. “En hoe lang blijf je staan als niemand je helpt?” We worden nieuwsgierig. Met de zucht van een juf die wat uitlegt aan de domste jongetjes uit de klas verzucht Blondie: “Nou ja, als je een vrouw in nood ziet, dan ben je toch wel een ontstellend stuk onbenul als je haar niet helpt.”

We kijken elkaar eens schattend aan

“Wij denken niet dat je in nood bent. Je bent gewoon te beroerd om zelf wat te doen. We gaan lekker verder. Het is 2018. Het zou te sexistisch zijn als we hier nu wielen gaan wisselen.” We groeten vriendelijk en starten de paarden weer. Achter ons komt een auto aanrijden. Onze gestrande prinses zet een voorzichtige stap uit de berm. In onze spiegels zien we hoe ze een hand omhoog steekt.

Later staan we bij het tankstation in de buurt van Bunnik koffie te doen en cholestrol te happen.  Terwijl onze kaken vet vermalen, platte calorieën zetten immers niet aan, komt onze voormalige gestrande prinses het tankstation binnen. Ze groet vriendelijk.

Even goede vrienden

Uit de koeler haalt ze een fles trendy water en ze rekent haar accijnssap en het water af. Dan loopt ze ontspannen naar ons toe. “De volgende die stopte hielp me wel. Ik hoefde niet eens zielig te doen. Zijn alle oude motorrijders zo recht in de leer? Ik dacht juist dat jullie allemaal midlifelosers waren op jacht naar jullie verloren jeugd.” Daar klinkt toch weer wat venijn in door.

Wij melden dat we geen fundamentalisten zijn, maar  dat we juist enorm flex zijn. En dat we geen midlifecrisis kennen of zullen kennen omdat we altijd wel de dingen hebben gedaan die we wilden. Zoals het rondrijden op oude motorfietsen en het negeren van gemakzuchtige jonkvrouwen.

Onze  prinses kijkt bezorgd: “Heb ik dat weer. Tref ik een stel oude mannen die domweg tevreden zijn.”

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Dolf Peeters

    17 juli, 2018 at 09:45

    Ridderlijkheid is niet dood. Maar als ridder moet je nu eenmaal niet het idee krijgen gepiepeld te worden. Gelukkig zijn er plenty vrouwen die wel deugen

  2. Ed vd Meulen

    15 juli, 2018 at 23:05

    😂😂😂😂

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X