Wat vaak vergeten is, is dat WOII ook in onze voormalige wingewesten zo’n vijf jaar heeft geduurd. En hoe verschrikkelijk fout het daar voor heel veel Europeanen en lokalen het daar in die oorlog is af gelopen?
Mensen die hun verblijf in Jappenkampen terug kwamen in Nederland kregen vaak te horen: “Maar jullie hebben de oorlog niet mee gemaakt”.
Voordat het zo ver was moest de oorlog nog beginnen.
In de aanloop tot die oorlog werd er toch door diverse mensen na gedacht over wat er zou moeten gebeuren. Zou vatte de gedachte post dat de mannen in de frontlijn gaten in de logistiek uit het achterland zouden laten vallen.
Ook buiten het defensie-apparaat stond waakzaamheid voorop. Een bijzonder initiatief kwam van Rie Lulof-Mehrengs, echtgenote van een bankdirecteur. Ze richtte het Vrouwen Automobiel Corps (VAC) op, een hulpleger van vrouwelijke chauffeurs, aan en achter het toekomstige front.
Van de directeur van General Motors Batavia kreeg ze bedrijfs- en personenauto’s, betaald door het bedrijf. De chauffeuses kregen behalve rijles met vrachtwagens ook schietles. Er was zoveel animo voor dat er afdelingen ontstonden in Bandoeng, Cheribon, Semarang, Djokjakarta, Madioen en Soerabaja.
Deze tamelijk geëmancipeerde actie had repercussies. Tijdens een militaire oefening mochten de VAC-vrouwen de vrachtwagens tot aan het oefengebied rijden, maar daarna namen – tot woede van de vrouwen –inlandse chauffeurs het stuur over.
Wel werd van de vrouwen verwacht dat zij zich vertoonden op de zogenaamde soos-avond die werd gehouden na terugkeer van het bataljon. In geklede jurken moesten ze meedoen aan het zgn. dienstendansen, uitsluitend met officieren.
Vanaf het begin van de oorlog reden ze in inderhaast legergroen gespoten autobussen, keukenwagens en kantineauto’s om afgelegen waarnemingsposten van het leger te bevoorraden.
Andere vrouwen verrichtten koeriersdiensten per motor.
Op 1 maart 1942 hief de resident van Batavia de VAC op en beval alle VAC-spullen te vernietigen.
Woedend verbrandden vele vrouwen hun legeruniform en een aantal nam op dezelfde dag nog vrijwillig dienst in het KNIL. Dat mocht dan weer wel.
Als u interesse heeft in dit stuk geschiedenis, dan is een bezoek aan Bronbeek in Arnhem een must. Als schrijver van dit berichtje heb ik er zelf rond gelopen en op foto’s naar familie gezocht.