Artikelen

De Moto Guzzi 850 Le Mans

By  | 

De Moto Guzzi 850 Le mans motoren zijn iconen.


We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

SONY DSC

De al in de jaren vijftig bedachte – en ooit als mogelijke aandrijving voor de Fiat 500/600 gedachte –V twin was bedacht door Giulio Cesare Carcano.

Met die V twins werd dapper geracet

Maar het ‘loopframe’ (eng. :’lusframe’) zorgde daarbij door voornamelijk zijn hoogte voor beperkingen. Zo’n twintig jaar later ontwikkelde Lino Tonto de V7 sport met het intussen legendarische Tonti frame.

Daarvan liep er ook prototype met 850 cc onder de koppen.

Met die machine deed Guzzi ook ervaring op met het gecombineerde remsysteem dat het merk introduceerde. De naam van die machine werd met succesvolle gemakzuchtige marketing ‘Le Mans’. En dat was dan weer omdat de Bol d’Or in die tijd op het ‘Circuit de la Sarthe’ in Le Mans werd verreden.

De Moto Guzzi 850 LeMans werd gepresenteerd op de show van Milaan in november 1975.

De vormgeving was aalstrak, met een vreemd getekende buddyseat. Dat ding zat trouwens tamelijk slecht door de zachte vulling. De koplamp werd omhelst door een klein stuurkuipje met fluo- rode vlakken. In plaats van het gebruikelijke chroom, dat in Italië doorgaans van bedenkelijke kwaliteit was, was er matzwarte lak gebruikt. De kwaliteit en weesbestendigheid daar van was ongeveer hetzelfde als van Italiaans chroom trouwens.

Het vermogen werd opgegeven voor  81 pk, maar zoals gebruikelijk naar Italiaanse maatstaven waren dat CUNA (Commissione Tecnica per l’Unificazionenell’Automobile), of SAE (Society of Automotive Engineers) pk’s, gemeten zonder vermogensvreters zoals dynamo en luchtfilter. In de gebruiksredelijker DIN-pk’s kwam dat neer op zo’n. 70 (opgegeven) pk. Een echt luchtfilter had de Moto Guzzi 850 Le Mans trouwens niet, de Dell ‘Orto’s hadden alleen plastic aanzuigkelken met een metalen gaasje om hamsters en postduiven  buiten te houden.

De Italiaanse obsessie om te toveren met pk’s en topsnelheden viel helaas meetbaar door de mand: Zelfs met een speciale racekit met een hetere nokkenas plus grotere (40 mm) carburateurs leverde de machine op de rollerbank van de Technische Hogeschool Delft niet meer dan 72,5 DIN-pk.(bron: Weekblad Motor).Met helemaal open pijpen en een aangepaste sproeierbezetting werden dat daverde 77,5 pk’s. Wat het ‘gebrek aan vermogen’ helemaal goed maakte: De klanten juichten over het stuurgedrag en de hoge topsnelheid (door het ranke frontale silhouet.

Van de Moto Guzzi 850 Le Mans werden twee series gebouwd

De eerste ca. 2.000 stuks hadden de bekende ovale, en nu best gezochte, CEV-achterlichten die op vrijwel alle Italiaanse motorfietsen werden gebruikt. De tweede serie (ca. 4.000) had een door de Tomaso ontworpen rechthoekig achterlicht, een daaraan – van voor naar achteren – aangepast achterspatbord, matzwarte voorvork, hitteschildjes op de uitlaten en een vlakker duozadel.

Hoewel Moto Guzzi nooit officieel onderscheid maakte in de benaming van de Moto Guzzi 850 Le Mans, worden deze series ook wel”Mk1″ en “Mk2” genoemd. Dat is een fenomeen dat meer op is getreden bij toppers die hun opvolgers kregen.

En om te bewijzen hoe relatief alles is: Er is en tijd geweest dat er niemand maar dood gezien op de LeMans III types  Maar inmiddels zijn die ook al volkomen restauratie waardig.

Er zijn intussen ook Guzzi Specialisten als Lamers (TLM) en BCI die – vaak in de wintermaanden – een Moto Guzzi 850 Le Mans project oppikken. Tegen het voorjaar staat er dan weer een letterlijk ZGAN te koop.

En dat die dingen inmiddels ongeveer net zo duur zijn als dat ze leuk zijn? Ach: Beter duur dan niet te koop. En er zijn plenty bewijzen dat een LeMans die vanaf nieuw zijn onderhoud krijgt makkelijk 100D km probleemloos draaft.

Herboren
Met de ‘de Tomaso’ achterlichten

suggestiebanner

Ook leuk om te lezen…


Nu in de winkel

Auto Motor Klassiek van mei ligt nu in de winkel. We hebben ons best gedaan om er weer een leuk nummer van te maken, dat u als klassiekerliefhebber ongetwijfeld uren leesplezier op kan leveren. Misschien wel een van de meest in het oog springende creaties is de custom Volvo 240. Toen eigenaar Gerjo Laarman de auto kocht was hij al niet origineel en voorzien van een meer potente krachtbron. Er werden nog heel wat uurtjes aan besteed, onder andere aan de restauratie, voordat dit het resultaat was. Ook de Norton Manx is het vermelden waard. Sowieso een geweldige motorfiets, maar helemaal op en top gerestaureerd. Daarover leest u meer in deze editie. Natuurlijk worden alle auto- en motorverhalen weer voorafgegaan aan tientallen pagina's met korte berichten, vanaf praktische tips tot en met historie, klassiekers die we onderweg tegenkwamen en diverse columns waar het hebben van een klassieker, het sleutelen aan een klassieker en zelfs het hobbymatig handelen van klassiekers centraal staat. Bovendien natuurlijk ook meer dan veertig pagina’s met klassiekers te koop, die soms online niet verder aangeboden worden. Het perfecte leesvoer voor deze lastige tijden. Haal hem daarom snel in huis en neem alvast een abonnement, zodat u de volgende editie niet mist.

En verder:

  • Opel Rekord
  • Suzuki Cappuccino
  • restauratieverslag van een VW T3 Pritschenwagen
  • Moto Guzzi V7 Special uit 1971
  • Ford Cortina
  • Claveau
  • Over bouten en moeren...
Meer over wat er in deze editie allemaal staat ziet u op onze pagina deze maand.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

2 Comments

  1. Jan

    20 december, 2018 at 11:35

    Mooi stukje, Dolf!

    Heel veel meer info over de Moto Guzzi 850 Le Mans, zoals artikelen uit motorbladen (Nederlands, Engels en Duits), technische info (werkplaatshandboeken, onderdelenlijsten) en heel veel meer op: http://www.vdcon.nl

    • Adrie Pelt

      27 maart, 2019 at 00:43

      Leuk om de Le Mans in het zonnetje te zetten. Het eerste zadel had echter geen vulling het was uit een stuk in een mal gevormd materiaal en was een 1 persoons zit wat echt wel goed zat maar al snel scheurde bij de overgang naar het hogere deel.
      Er word wat meewarig gesproken over het vermogen wat echter voor die tijd, 1976 helemaal niet slecht was. De cilindervulling was zelfs zeer uitzonderlijk hoog., de motor had een prachtig verloop van het koppel. Er wordt gezegd dat de motor makkelijk 100.000km aankan, dat kan je rustig verdubbelen. Ik heb meerder guzzi’s al over de 200.000km gezet.mijn cali heeft er al 2 6 0.000km op zitten zonder revisie. Mijn Le Mans van 76 heb ik nog steeds, en is de Le Mans die in weekblad Motor stond.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *