Motoren

De Honda CB400 Four

By  | 

De CB350 viercilinder werd vaak als wat onder gemotoriseerd gezien. Hij wilde wel lekker toeren draaien, maar echt gang zat er niet in. De Honda CB400 F was de eerste Japanse viercilinder die zelfs complimenten kreeg in de Britse pers.

Snelle looks

De nieuwe viercilinder met zijn zes versnellingsbak zag er ook nog eens gelikt sportief dynamisch bij uit. Met zijn wat hoekiger lijnvoering en zijn heerlijk geboetseerde vier-in-één uitlaatsysteem had hij dan ook definitief andere, scherpere ‘looks’ dan de andere Honda vierpitters. En tot voor kort vonden de liefhebbers van klassieke Honda’s hem daarom maar matig interessant.

Als je zo’n kleine vierpitter start is het verstandig de olie even de tijd te geven om rond te gaan. Maar als het motorblok eenmaal op temperatuur is, dan blijft de Honda heel, ook al gaat de zweep er over.

Voor het zo ver is gaat de koppeling licht in en tik je de bak met een duidelijke klik in zijn één. Daarna begint het feest. De Honda hongert naar toeren en draait er juichend tot in het rood. Natuurlijk geven zijn 37 pk bij 8500 toeren de berijder geen schop onder zijn kont, maar met de Honda CB400 kun je genadeloos snel zijn op secundaire wegen.

Al die levendigheid was niet wat de Amerikanen zochten

In Europa werd de CB 400 F goed ontvangen vanwege de eenvoudige, sportieve lijnen, zijn prima prestaties en goede wegligging. Zelfs de Engelse pers vergat er op te mopperen. Maar in de Verenigde Staten kozen sportieve rijders voor de tomeloze tweetakten van Kawasaki en Yamaha. Omdat Amerikanen indertijd ook nog een voorkeur voor tweecilinders hadden – de CB750 natuurlijk uitgezonderd -, probeerde Honda de Amerikaanse markt te plezieren met de in 1976 gepresenteerde tweecilinder Honda CB 400 T. En die sprak juist de Europeanen weer minder aan. Voor de Amerikaanse markt kreeg de Honda CB400 overigens een hoger stuur en verder naar voren geplaatste voetsteunen.

Een aangepast CB 350 blok

De motor was een opgewaardeerd Honda CB 350 Four blok, met een boring van 51 mm en met een andere cilinderkop waardoor de Honda CB400 F meer compressie had. Het cilinderblok bestond uit één geheel, net als de cilinderkop. De bovenliggende nokkenas werd aangedreven door een ketting tussen de middelste cilinders, net als bij de andere Honda viercilinders. De krukas en de drijfstangen draaiden in glijlagers. Op het linker kruktap zat de 12 volt dynamo en rechts zaten de dubbele contactpunten

De machine had vier 20mm Keihin carburateurs die niet allen gedwongen openden, maar ook dicht gingen via het desmo principe. De startmotor lag achter de twee linker cilinders en dreef de krukas via een tandwieloverbrenging aan. De voorkant van het carter was ruim voorzien van koelribben, ook op het ver vooruitstekende oliefilterhuis. De unieke vormgeving van het uitlaatsysteem was het gevolg van het feit dat de uitlaatbochten dat filter vrij moesten houden om het beter te koelen en om het filter eenvoudiger te vervangen.

Een fijn detail van de Honda CB400 F was ook het kleine kapje dat de achterkant van de remschijf voor omhelsde. Het was bedoeld om straatvuil en water weg te houden van de remklauw en de remschijf.

Bij de eerste Honda CB400 F’s zaten de voetsteunen op de swingarm en zo hielden ze de knieën van de passagier soepel.

Intussen zijn de Honda CB400 F’s ontdekt en niet meer voor wisselgeld te koop. Bij aankoop moet de originaliteit zwaar meewegen. Maar een mooi aftermarket uitlaatsysteem wordt doorgaans als acceptabel gezien.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X