Nieuws

De Aston Martin DB7: de onbedoelde budget Aston

By  | 

We hadden het laatst een paar keer over ‘re-creation, replica’s en kitcars. Want wanneer is wat nu wat, en hoe ‘Echt’ is dat dan wel of niet? En wat moet je dan met een Jaguar die het niet redt, maar die de succesvolste Aston Martin aller tijden werd?

Het was een cadeautje, maar het pakte heel goed uit voor Aston Martin

Succes is succes, als is het maar met een ondergeschoven kind. Want eigenlijk was de Aston Martin DB7 niets meer dan een verlaten Jaguar. Van de Jaguar die na twee decennia productie de XJS had moeten opvolgen. Maar in dat concept kreeg een V8 de voorkeur boven de traditionele zes-in-lijn.

De Aston Martin DB7 had een Jaguar moeten zijn

Maar dat XJ41 project stierf een wiegendood omdat het vervangen werd door de Jaguar XK8 met zijn V8. De afkomst van de nieuwe Aston Martin was dus duidelijk. Hij had – zoals het bij een Aston Martin hoorde – een zes in lijn motor. Maar die kwam dus van Jaguar (en was minder bruut dan de echte Aston Martin zespitters).

In Top Gear werd de DB7 hemelhoog geprezen

“Misschien is dit wel de mooiste auto die er ooit in Engeland is gemaakt” sprak de altijd objectieve Jeremy Clarkson. Zelfs de make-over van de E-type neus naar de typische Aston Martin grille werd als geniaal gezien. En dat de buitenspiegels geleend waren van de Citroën CX en dat de achterlichten gehaald waren bij de lokale Mazda 323F dealer? De deurhendels waren die van de Mazda MX5, de knopjes van de elektrische ramen waren ooit gemaakt voor Fords Mondeo. Maar dat waren allemaal dingen die kleinschalige fabrikanten nu eenmaal moeten doen om de kosten toch nog wat binnen de perken te houden.

In het interieur was overigens niet bespaard op hout en leder. Het dashboard was geïnspireerd op dat van de XJ40, het stuurwiel kwam uit de X300. En het feit dat bij de hand geschakelde exemplaren er geen cassetebandjes verwisseld konden worden als de bak in zijn vijfde versnelling stond? Ach: banden wisselen doe je nu eenmaal stilstaand.

Oh ja: hij had een compressor, een supercharger

De prettig rijdende en met een bijna perfect weggedrag gezegende Aston Martin DB7 voelde rustig bereden hoogst beschaafd aan. Maar wanneer het gas een schop kreeg en de compressor inkwam, dan werden er zo’n 340 paarden ontketend en dan kwam de horizon wel erg vlot dichterbij. Voor puristen was de zescilinder – eigenlijk een Jaguar XJ-R A6 blok van 3,2 liter dat door Ton Walkinshaw getuned was – dan ook een veel echtere motor dan een V12. Wat wel een beetje jammer was dat Aston Martin zijn eigen automatische transmissie voor de DB7 gebruikte. De automaatbakken van – de goedkopere – Jaguars waren een stuk wakkerder.

De DB7 opende een nieuwe markt voor Aston Martin

Het is met zijn luxe interieur, zijn beeldschone lijnen en zijn geblazen zescilinder dan ook een fantastische auto. De auto is een Brits icoon uit de jaren negentig. En nu is de DB7 nog betaalbaar. En of hij inzetbaar is? Er rijden er nog voldoende rond om dat te bewijzen.

 

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X