Bijzonder

De chicken tax, de kippenbelasting

By  | 

                                                                    De chicken tax, de kippenbelasting

De kippenbelasting is een tarief van 25% op aardappelzetmeel, dextrine, brandewijn en lichte vrachtwagens die door de Verenigde Staten onder president Lyndon B. Johnson in 1963 werden opgelegd in reactie op de door Frankrijk en West-Duitsland gelegde tarieven bij de invoer van Amerikaanse kip. Kip was vroeger een delicatesse in Europa en zeker niet zulk massaal productiespul als dat het nu hier is.

Een fiscale wraakmaatregel

Maar de massaproductie van kippenvlees begon in the States en toen de kip per scheepsladingen werd uitgevoerd naar Europa namen Duitsland en Frankrijk tegenmaatregelen. Ze zetten een stevige importheffing op de invoer van Amerikaans kippenvlees. Yes! En dat lieten de Amerikanen natuurlijk niet op zich zitten! De periode van 1961-1964 van spanningen en onderhandelingen rondom het probleem werd bekend als de “Kippenoorlog”, die plaatsvond in de tijd van de Koude Oorlogspolitiek. De Chicken tax was een feit.

Verdwenen, maar toch gebleven

Uiteindelijk werden de tarieven op aardappelzetmeel, dextrine en brandewijn opgeheven, maar in de daar op volgende 48 jaar is de chicken tax  vrachtwagenbelasting in het US systeem – net als ons kwartje van Kok –  geabsorbeerd, waardoor de binnenlandse automakers van buitenlandse concurrentie werden beschermd. Hoewel er nog steeds bezorgdheid bestaat over de herroeping, heeft een studie van het Cato Institute uit 2003 het tarief “Een beleid op zoek naar een redenering” genoemd. En zo zijn er meer pogingen tot beleid  die feitelijk doelloos en heilloos zijn. Daar worden wij nu nog dagelijks mee geconfrontreerd.

De gaten in de wet

Als gevolg van de heffingen hebben verscheidene importeurs van lichte vrachtwagens het tarief omzeild door gaten in de wet te gebruiken. Ford (vermoedelijk het bedrijf waarvoor de belasting ontworpen was), haalde Transit busjes uit Turkije geïmporteerd als “personenauto’s” naar de VS waar er onmiddellijk delen van de interieurs, zoals de achterbanken, in een magazijn buiten Baltimore werden gedemonteerd (en vernietigd) en Mercedes, dat complete busjes demonteerde en de stukken naar South Carolina verzond, waar Amerikaanse werknemers ze weer in elkaar zetten.

Made in America

De resulterende voertuigen werden gezien als lokaal vervaardigd en waren zo vrijgesteld van de importheffing. VW had het er met zijn busjes erg moeilijk mee en de verkopen er van stortten dan ook vrij serieus in elkaar. Er werd nog maar een derde van het gangbare aantal ingevoerd en verkocht in the States. En dat werkt tot op de dag van vandaag door op de prijzen van klassieke VW bussen in the States.

Make America big again… Ook toen al. De Amerikanen schermen hun markt graag af. Ook toen al

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X