in

CG. Kleine sportwagenoplage, grote invloed

In 1966 ziet een bijzonder Frans sportwagentje het levenslicht. Het is de CG A1000, die de status van carrosseriebouwer Carrosserie Chappe Frères et Gessalin als autoproducent bevestigde. De oorsprong van het bedrijf lag in 1932. Na de Tweede Wereldoorlog legden de Fransen zich meer en meer toe op de vervaardiging van carrosserieën van aluminium en glasvezel versterkt polyester en de assemblage van auto’s. Door het wegvallen van een aantal opdrachtgevers goot de firma de ambities in een ander vat: het bouwen van lichtgewicht Franse sportwagentjes op basis van Simca-techniek.

Na de Tweede Wereldoorlog bouwde CG carrosserieën voor Delahaye trucks en voor Talbot. Vanaf de jaren vijftig werkte de carrosseriebouwer aan speciale Renault sportversies. Daarbij ontstond in de loop van de tijd een sterke samenwerking met Jean Rédèle. Onder meer de A106 kwam daaruit voort. Hij werd net als de latere A108 bij Chappe et Gessalin gebouwd. Toch zette Rédèle stappen naar zelfstandigheid, en uiteindelijk werd Alpine een zelfstandig merk, dat onder de regie van Renault verder ging met het bouwen van lichtgewicht sportwagens. De legendarische A110 is daar één van.

We publiceren deze artikeltjes gratis, en willen dat natuurlijk ook blijven doen. Maar u begrijpt dat dat voor ons niet gratis is. Ondersteunt u dit initiatief en waardeert u het? Overweeg dan eens een abonnement op Auto Motor Klassiek. U helpt ons dan niet alleen de gratis initiatieven betaalbaar te houden, maar ontvangt als bonus ook nog eens elke keer een AMK in de bus. En u betaalt nog maar € 3,30 per nummer in plaats van € 4,99. Elke maand goed voor uren leesplezier.

Zetje naar zelfstandig sportwagenmerk

CG bouwde ook carrosserieën voor Deutsch Bonnet, dat resulteerde onder meer in 200 exemplaren van de Panhard CD. Toch kwam ook die samenwerking tot een einde. René Bonnet en Charles Deutsch gingen uit elkaar, bleven aanvankelijk nog klant bij CG. René Bonnet schakelde CG in bij de ontwikkeling van de Djet-carrosserie. Toch eindigde de samenwerking toen Matra een meerderheidsbelang verwierf in het bedrijf van René Bonnet. Op dat moment smeedde het management van CG al voorzichtig plannen om zelfstandig autobouwer te worden. Men was niet blind voor de ontwikkelingen bij Alpine. En in Brie-Comte-Robert, waar CG sinds 1960 was gevestigd, kreeg het management het laatste zetje van Simca, dat graag het nog jonge Alpine tegengas wilde geven.

A1000, een fraaie spider

Er werd een proefmodel op basis van de onderdelen van een ter ziele gegane Simca 1000 gebouwd. Uiteindelijk ontstond een lichtgewicht sportwagentje met een carrosserie van glasvezel versterkt polyester. Dat was de A1000, die op de Salon van Parijs van 1966 debuteerde. Het was de spider op een door CG ontworpen chassis en Simca invloeden. Voor de Spider kwam overigens snel een hard top beschikbaar. De motor van de CG debutant stamde uit de Simca 1000, en werd gekoppeld aan een transaxle constructie. Het vermogen werd met 40 PK als bescheiden omschreven. Later volgde de Sport. Dat was een versoberde versie, die bovendien als coupé door het leven ging. In 1968 gingen beide modelletjes met pensioen, de CG 1000 S kwam er voor in de plaats en was zowel als coupé en convertible te koop. Zij werden tot in 1969 gebouwd en kregen de 1118 cc motor, die 49 PK genereerde.

B1200

Ondertussen bracht CG in 1968 een ander model uit. Dat was de CG B1200. Dit model werd aangeboden als Coupé en Spider 1200 S. De 1204 cc motor stamde uit de Simca 1200 S coupé en genereerde 80 PK. De prestaties werden net als bij de 1000 versies beteugeld door vier schijfremmen rondom. De installatie kende nu echter een servo én heel mooi: het circuit was gescheiden. De tandheugelbesturing verving het oude Gemmer-systeem. Ook monteerde CG stabilisatorstangen vóór en achter.

Bijzondere versie: de 548

De CG B1200 kreeg ook een nieuwe flexibele achteras, zodat een negatieve camber-opstelling mogelijk was. Opmerkelijk was ook de plaatsing van twee schokdempers per kant aan de achterzijde. In 1970 kreeg de serie een iets sterkere motor. De cilinderinhoud was hetzelfde, het vermogen steeg met 4 PK en de topsnelheid steeg van 185 naar 190 kilometer per uur. Speciaal was de 548 versie (genoemd naar het gewicht), met bijvoorbeeld een aluminium bodem en dunner carrosseriemateriaal. Het vermogen van de 548 kon naar bijna 120 PK stijgen.

De laatste: de C1300

De laatste sportwagen van CG was de C1300, die in 1972 de 1200 serie opvolgde. De 1300 werd alleen als coupé leverbaar, kreeg een lager front en een gewijzigde achter sectie. De techniek stamde van de Simca Rallye 2: de motor was de 1.294 cc motor uit dat model. Aanvankelijk met 80 PK, later steeg het vermogen naar 95 PK: dat was de 5HP (of 5CV) versie. Snelheden van bijna 200 kilometer per uur waren met deze nog altijd lichtgewicht wagentjes haalbaar. De CG C1300 werd tot in 1974 gebouwd. Hierna werd de fabriek in staat van faillissement gesloten.

Kleine oplage, mooie invloed

Het einde van CG kan niet los worden gezien van het feit dat Chrysler zijn pijlen op Matra richtte, en de Bagheera aanwees als opvolger van de Simca 1200 S Bertone. Bovendien was de autosport een belangrijke pijler voor CG, en de Franse regering besloot als gevolg van de oliecrisis de autosport voor een jaar in de ban te doen. Ook dát telde. Voor het kleine CG (de A1000, B1200 en C1300 waren goed voor een totaalproductie van rond de 400 stuks) was binnen de sportwagenambities van het Chrysler concern geen plaats meer. Het bedrijf eindigde te bestaan. Maar wat bleef was een mooie nalatenschap van Chappe en Gessalin: de invloed op de bouw van kleine lichtgewicht sportwagens.

Een reactie

Geef een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *