Sluitingsdatum julinummer -> 19 mei
BSA B Round Tank: kleine zijklepper met werkverleden
De BSA B Round Tank hoort bij de motorfietsen die nooit zijn gebouwd om indruk te maken. De 249 cc-zijklepper kwam vanaf 1923 in de B-serie terecht als lichte en betaalbare gebruiksmachine, naast grotere eencilinders van 350 en 500 cc. Zijn betekenis zit niet in snelheid of luxe, maar in de manier waarop BSA een dagelijkse motorfiets terugbracht tot wat toen nodig was: een eenvoudig blok, een licht rijwielgedeelte en techniek die de berijder zelf moest begrijpen.
Foto’s: Harry Linker voor Auto Motor Klassiek
In het nog maar sinds april geopende Vintage Museum in Grootegast staat een BSA B uit 1924 van Heiko Ates. Het is een oudere restauratie, maar geen motor die alleen als stilstaand object betekenis heeft. Ates heeft er al mee gereden, en juist dat maakt deze BSA interessant. Een rit begint niet met achteloos opstappen. De hielbandjes vragen aandacht, de smering moet worden bediend en onderweg blijft de bestuurder betrokken bij wat er mechanisch gebeurt. Bij zo’n vroege motorfiets is rijden nog duidelijk een combinatie van bedienen, luisteren en op tijd handelen.
BSA B Round Tank als gebruiksmotor
De ronde tank gaf het model zijn bijnaam. Het cilindervormige tankdeel ligt met banden op de bovenbuis van het frame en combineert benzine en olie in één zichtbaar geheel. Daarmee is meteen duidelijk wat voor soort motor dit is: de techniek ligt niet verstopt, maar vormt het uiterlijk. De BSA B Round Tank draagt zijn functie aan de buitenkant.
De kleine zijklepper paste in een tijd waarin lage gebruikskosten en eenvoudig onderhoud zwaar wogen. Met 2¼ pk en een topsnelheid van 55 km/h was hij niet bedoeld voor haast, maar voor vervoer. Het lage gewicht hielp daarbij, net als het bescheiden verbruik. BSA verkocht in het eerste productiejaar vijfduizend exemplaren, en het model vond ook zijn weg naar praktische inzet. Het leger gebruikte de kleine BSA, net als de Britse posterijen voor het bezorgen van telegrammen.
Bediening met aandacht
Het smeersysteem speelt een hoofdrol in het karakter van de BSA. De motor gebruikt total-loss-smering: de olie doet zijn werk in het blok en keert niet terug in een gesloten circuit. De berijder regelt de oliestroom met een handpomp en houdt daarbij zicht op wat er gebeurt. Dat klinkt nu omslachtig, maar het zegt veel over de periode waarin deze motor ontstond. Betrouwbaarheid was niet alleen een eigenschap van de machine; ze hing ook af van de aandacht van degene op het zadel.
Ook de rest van de bediening vraagt gewenning. De versnellingsbak heeft twee gangen en wordt met de hand geschakeld. Het mengsel en de voorontsteking worden aan het stuur geregeld. Achtervering ontbreekt, waardoor het zweefzadel meer doet dan alleen een plaats bieden om te zitten. Zulke details maken de BSA niet ingewikkeld in moderne zin, maar wel direct. Elke handeling heeft zichtbaar gevolg.
Het frame is nog duidelijk verwant aan de fietsconstructies waaruit vroege motorfietsen voortkwamen. De bovenbuis loopt licht af en het motorblok heeft een dragende functie. Brede spatborden, een bandenpomp op het frame en een gereedschapskistje onder het zadel passen bij een motorfiets die onderweg zijn eigen kleine zekerheden moest meenemen.
BSA bleef het 249 cc-model in de jaren daarna verder ontwikkelen. De ronde tank maakte plaats voor andere vormen, remmen en typeaanduidingen veranderden, maar de kern bleef die van een lichte Britse eencilinder voor praktisch gebruik. Tussen 1923 en 1929 vonden tienduizenden exemplaren hun weg naar klanten. Het exemplaar van Heiko Ates laat in geconcentreerde vorm zien waarom zo’n eenvoudige motor vandaag nog steeds boeit: niet omdat hij veel belooft, maar omdat hij precies toont hoe vroeg motorrijden werkte.
Het volledige verhaal lees je in Auto Motor Klassiek van mei 2026, nu in de kiosk.
Hieronder staan nog meer foto’s.

Zo’n rond tankje op de bovenbuis, meer motorfiets heb je soms niet nodig.