Musea

Brooklands, want er kan er maar eentje de eerste zijn

By  | 

Tekst en foto’s: Martin Philippo

Stel je voor: je hebt een landgoed in de buurt van Londen en je houdt van autoracen. Wat doe je dan? Hugh en Ethel Locke King in het graafschap Surrey wisten het wel. Ze lieten een racebaan bouwen op hun 133 hectare grote landgoed. 

Uit de grond gestampt

BrooklandsAutoracen stond nog in de kinderschoenen, de meeste races werden gehouden op het strand of op straat. Een circuit speciaal voor de autosport was er nog niet. De Locke Kings waren enorme autoliefhebbers en besloten wat aan dat gemis te doen. Kolonel Holden van de Britse artillerie werd gevraagd een circuit te ontwerpen en te bouwen. De man adviseerde zijn opdrachtgevers een kombaan te maken waar hogere snelheden behaald konden worden en waar dat bovendien veiliger was. Twee rechte stukken met verbindende bochten werden het resultaat. Brooklands Motor Circuit was geboren. Bijna vier en een halve kilometer racebaan in de verlangde komvorm met steile kanten van 10 meter hoog. Een architectonisch en technisch wonder dat in negen maanden uit de grond gestampt werd. Het kostte Hugh Locke King wel z’n fortuin, de bouwkosten liepen op tot zo’n 16 miljoen pond in tegenwoordige valuta. Hugh overleed zelfs aan de gevolgen van de stress die het nieuwe circuit met zich meebracht. Zijn vrouw Ethel maakte de klus af, geholpen door leningen van familie. Op 17 juni 1907 reed ze voorop in de stoet die het circuit officieel opende. 

Net als de paardensport

De eerste echte race werd in juli verreden en werd door de pers aangekondigd als een Motor Ascot. Aan autoracerij gerelateerde terminologie was er nog niet. Men gebruikte eenvoudig de termen die bekend waren uit de paardensport. ‘Paddock’ gebruiken we nog steeds. Rijders werden gewogen voor een gewichtshandicap en moesten kleding dragen met herkenbare kleurencombinaties, precies zoals de jockeys te paard. Tussen 1907 en 1939 was Brooklands Motor Circuit de basis voor talloze races en recordpogingen. Malcolm Campbell reed er z’n rondjes, evenals Major Henry Segrave en Henry ‘Tim’ Birkin. Bentley vierde er successen en de Brooklands 500 Miles Race was een hoogtepunt op de kalender voor de motorfietsen. 

Vliegen

Luchtvaart kende eenzelfde ontwikkeling als het automobilisme. Het was ook bijna logisch dat het circuit in 1908 uitgebreid werd met een vliegveld. Verscheidene vliegtuigfabrikanten, zoals Vickers en AVRO, bouwden er hun producten. Dat werd uiteindelijk ook het einde van het circuit want in de oorlogsjaren werd hier militair materieel gemaakt. Er was geen ruimte meer voor autoracen. Na de oorlog bleek het circuit in een dermate slechte staat van onderhoud te verkeren dat besloten werd er maar mee te stoppen en te verkopen aan fabrikant Vickers Armstrong. In 1951 werden delen van de roemruchte kombaan gesloopt om het opstijgen en landen van vliegtuigen te vergemakkelijken. Het was het definitieve einde van Brooklands Motor Circuit. 

Museum 

Delen van het terrein werden verkocht aan vastgoedontwikkelaars en het vliegveld werd gekocht door Mercedes-Benz dat uitbreidde met een testbaan en conferentiecentrum. In een typisch Britse stijl bleven veel gebouwen behouden, zij het in slechte staat. In 1987 werd hier het Brooklands Museum geopend en dat is nog steeds een hotspot voor de autoliefhebber. Er staan verschillende raceauto’s en -motoren die furore maakten in de jaren dat Brooklands toonaangevend was. Ook voor wie van vliegtuigen houdt is er veel te zien. Zo staat er een heuse Concorde tentoongesteld. Dicht bij de Londense rondweg M25 gelegen is het een ideaal museum om te bezoeken voor wie in Groot Brittanië op vakantie is. Qua sfeer en inrichting is het uniek in de wereld van de automobiel en een echte aanrader. 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *