Column

Brexit en de zorgen over de Britse auto industrie

By  | 

In augustus 2013 verzorgde BBC 2 een onvergetelijke autoavond. Top Gear bracht een indrukwekkend sluitstuk van het twintigste Top Gear seizoen. Dat werd bekroond met een ode aan de Britse automobielindustrie. Die bereikte zijn hoogtepunt op The Mall in Londen, waar álles wat in Groot-Brittannië op gemotoriseerd vlak werd gebouwd, samenkwam.

“That’s more than I thought”, zo verzuchtte Richard Hammond toen hij en de Top Gear zijnen een indrukwekkende collectie ontwaarden. De uitzending werd gevolgd door de documentaire Das Auto: The Germans, their cars and us, dat werd gepresenteerd door Dominic Sandbrook. Duitsland werd de hemel in geprezen. De Britse fouten, de crisis van de jaren 70 en de historische Britse eigengereidheid werden uitvergroot. De Japanners- de feitelijke redders van de Britse auto industrie- werden overigens ten onrechte genegeerd.

Europa opnieuw genegeerd

Jeremy Clarkson was in die zomer van 2013 niet blij. De voormalige Top Gear anchorman, die in 2007 op de Humber Bridge in Hull al tandenknarsend vaststelde dat Rolls Royce alleen in naam nog Brits was, vond het ongelooflijk dat het Top Gear eerbetoon aan “British Motoring” binnen anderhalf uur werd weggevaagd. Het was ook een vorm van ontkenning en selectieve verontwaardiging. Hij wist natuurlijk als geen ander dat de grootschalige motorrijtuigen grotendeels op het conto kwam van buitenlandse concerns. Iets dat in de documentaire van Sandbrook van uit een andere invalshoek werd aangestipt. Massaproductie van auto’s en ander gemotoriseerd vervoer zat niet in de genen van de Britten. De Mini bijvoorbeeld, die werd onder de kostprijs verkocht. Daarnaast kwam in Sandbrooks verhaal nóg een aspect naar voren. Groot-Brittannië kon qua afzet volstaan met de afzetmarkt binnen het Gemenebest. Zó ging het ook goed. Het had de groeiende Europese markt- nota bene om de hoek- helemaal niet nodig.

Kaalslag

Laat nou dat laatste gegeven vandaag de dag in een hernieuwd perspectief staan. De Brexit is een fenomeen waarvan referendum technisch is vastgesteld dat het merendeel van de Britten nog steeds vindt dat men het zelf allemaal wel kan. Intussen wordt er nog altijd gesproken over een EU-deal. Komt die er niet, dan rest een harde Brexit. Wie denkt dat Groot-Brittannië daar garen bij spint heeft het mis, en goed ook. Prijstechnisch zijn Groot-Brittannië en de rest van Europa van elkaar afhankelijk geworden. De Britse Pond en de Euro, zij houden elkaar dankzij allerhande handelsverdragen in betrekkelijk evenwicht. Maar nu Groot-Brittannië (met of zonder deal) dreigt te vertrekken uit de EU is de economische onrust en de beginnende kaalslag voelbaar en zichtbaar.

MINI: mogelijk vertrek in jubileumjaar

In het jubileumjaar van MINI dreigt de productie ervan na zestig jaar volledig uit Engeland te verdwijnen, bij een harde Brexit gaat de bouw van nieuwe MINI’s gaat naar Born, naar VDL. Moeder BMW lijkt geen enkel risico te willen lopen, het heeft geen belang bij het verkopen van peperdure auto’s en het gaat mogelijk eieren voor het geld te kiezen. Het is niet minder dan een demasqué als MINI niet meer in het thuisland gebouwd wordt. Dat is een volgende klap voor auto bouwend Groot-Brittannië, dat ooit meer dan 100 zelfstandige autofabrikanten binnen de grenzen had.

Schapen over de dam

Het mogelijke vertrek van MINI wordt een verhaal van het ene schaap dat over de dam is, het volgende is er reeds achteraan gelopen, op wat voor manier dan ook. Honda en NISSAN zijn al decennia actief in Groot-Brittannië, maar maken terugtrekkende bewegingen. Jaguar Landrover schrapt 4.500 banen in het land van herkomst en laat een miljardeninvestering lopen. En de familie Morgan heeft een meerderheidsbelang verkocht aan Investindustrial, zodat het uitstekend draaiende Morgan niet meer puur Brits is. Eerder kocht de Italiaanse investeerder al Morgans’ landgenoot Aston Martin. En dat terwijl Brexit nog niet eens definitief is.

Einde van een tijdperk dreigt

Ook al zijn de meeste Britse autofabrikanten al jaren in buitenlandse handen, de ontwikkelingen van de laatste tijd zijn next step. Een sprong in het duister, die mogelijk ook de overgebleven Britse autobouwers tot nadenken aanzet. Overgenomen worden en blijven, of alles verplanten naar het veilige Europa: de Britten dreigen definitief hun doorgaans spraakmakende auto industrie te verliezen. Het is opnieuw een hoge prijs die wordt betaald voor de gedachte dat Groot-Brittannië de wereld ook in een tijdperk van vergaande en razendsnelle globalisering niet nodig heeft, en eventueel een eigen koers kan varen.

Geen Japanse en Duitse redding meer

Het is nog geen zes jaar geleden dat BBC 2 een legendarische televisieavond verzorgde, waarbij de Britse toekomst en de wrange historie met elkaar om de eer streden. Die strijdbijl wordt waarschijnlijk nooit meer opgegraven. Want een afscheid van weer een stuk illustere, controversiële en veelbesproken autobouw in Groot-Brittannië, het land dat ook zulke fraaie klassiekers voortbracht, is heel realistisch. De Japanners en de Duitsers zullen niet meer de helpende hand toesteken. The Mall zal niet meer gevuld worden met het nieuwste “Made in Britain”. Ook tot ontsteltenis van Jeremy Clarkson en Dominic Sandbrook, die ongetwijfeld bezorgd naar ontwikkelingen in hun land kijken. En schouder aan schouder zullen wensen, dat Groot-Brittannië in de EU blijft.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *