Verkeerd afgelopen

Al die elektronica, al die haast…

By  | 

Het was een hele trotse motorrijder die uit stond te leggen hoeveel elektronische vriendjes hij aan boord had van zijn mega sportfiets.

In de eerste twee versnellingen was het vermogen beperkt. In de hoogste versnelling was de topsnelheid afgeregeld op 299 km/u omdat 300 km/u te snel is. Hij had wheely control, stoppie control, tractiecontrol, een hellinghoekmeter, een anti hopping koppeling en ABS. Een van de toehoorders onderbrak de lofzang: “Weet je wat jij moet doen? Je moet gewoon leren rijden!”

Einde betoog. Dat supersportgebeuren is iets dat je moet snappen en ik snap het niet. Tenminste niet op de openbare weg.

“Kijk, zo zit mijn hond ook als ze zit te kakken” concludeerde een oudere dorpsgenoot toen hij zo’n zetpil met weerhaken voorbij zag sukkelen.

Toch is dat sukkelen zo gek nog niet. In de Vogezen waren we op drie klassieke  toertwins op pad. Op een kort recht stuk werden we ingehaald door een stel clowns met van die bochels in de nek van hun raceoveralls. Het grappige van korte rechte stukken in de Vogezen is dat er meestal een best dappere bocht achter ligt. Nummer uno haalde de bocht makkelijk. Coureur twee haalde hem nauwelijks. Nummer drie… Niet.

Een moderne supersport is rondom dicht geboetseerd met hoogwaardig plestik. En zo’n ding spat als een fragmentatiegranaat uit elkaar als hij een muurtje raakt. De berijder koos het luchtruim en verdween klapwiekend uit beeld.

We stopten om eens over de rand van het afstapje te kijken. Daar lag de hemelbestormer en hij leek niet van plan zomaar weg te gaan. We gingen dus eerst wat brokstukken van de weg halen. Voor dat je het weet ligt zo’n afstapje aan de andere kant van de muur anders vol met verongelukte wegmisbruikers. We kregen hulp van een paar automobilisten en 112 werd gebeld.

Met een duiker en een brandweerman in ons groepje zijn we redelijk EHBO bestendig en gingen eens beneden kijken of daar nog wat te helpen viel. Je kunt er van zeggen wat je wilt, maar een moderne high tech motoroutfit beschermt erg goed. De dure integraalhelm had een aardige tik gehad, de rechterachterpoot van de coureur wees met zijn tenen naar achteren. We dachten dat dat misschien zo hoorde bij extra sportieve rijders. Hij was een handschoen kwijt en zijn hand was een soort van geplet. Onze Icarus was nog bij bewustzijn. Hij had een polsslag en er kwam geen bloed uit zijn mond of oren. Dus feitelijk ging het prima met hem.

Er kwamen gendarmes. Er kwam een traumahelikopter die op de weg landde. Het werd allemaal reuze dynamisch. We vonden het tijd om maar weer eens verder te rijden.

‘s Avonds bij de pizza zei Mark, wijzend op de vulling van zijn eten: ”Kijk, zo zag zijn hand er ook uit”. Het werd laat en gezellig daar in Plombières les Bains.

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *