Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
2CV jubileum. De besteleend bestaat 75 jaar. Deel één: de eerste tien jaren
Een kleine drie jaar na de lancering van de Citroën 2CV kwam de Franse fabrikant met een variant voor de ondernemer. In maart 1951 kroop de 2 CV AU uit het ei, en een productieperiode van 27 jaar volgde. Auto Motor Klassiek beschrijft de historie en ontwikkelingsgeschiedenis van de legendarische bestelwagen in drie delen. Vandaag deel 1: de eerste tien jaren.
Maart 1951: de komst van de AU
De AU wordt begin jaren vijftig geïntroduceerd als bestelvariant van de 2CV A. Deze versie onderscheidt zich uiteraard door een andere opbouw achter de voorportieren, die later zo kenmerkend wordt voor alle besteleenden én de opvolger, de Acadiane. De laadruimte, met twee naar buiten slaande deurtjes aan de achterzijde, kent een inhoud van 1880 liter. Het laadvermogen Ook technisch is er een verschil met de 2CV ‘A’. Weliswaar debuteert de besteleend met de 375 cc motor (‘9 pk’), maar de overbrengingsverhouding wijkt met een 7×31 kroonwiel-pignon af van de ‘berline’. Verder heeft de AU een aangepaste kilometerteller overbrenging en een extra plaat tussen het chassis en de achterasbevestiging. De benzinetank bevindt zich aan de rechterkant van de carrosserie en het reservewiel aan de linkerkant. De auto staat op 135×400 banden en haalt een topsnelheid van ongeveer 60 km/u. In dezelfde periode worden kleine wijzigingen doorgevoerd aan de vering, het rubber aan de onderzijde van de batteurs verdwijnt. Het verbruik bij een gemiddelde snelheid van 50 kilometer per uur is ongeveer 1 liter op 15 kilometer.
Technische verbeteringen
Het jaar erop volgen verschillende technische verbeteringen. Citroën versterkt de carrosseriepanelen naast de achterdeuren en de Fransen passen ook diverse mechanische onderdelen aan. Er vinden upgrades plaats aan de remmen, het gaspedaal en de transmissie. Voorts krijgt de 2CV AU een nieuwe snelheidsmeter. Tegen het einde van het jaar wordt de dynamo met twee in plaats van drie schroeven bevestigd.
Komst van AZU
In 1953 vinden vooral veranderingen plaats aan de carrosserie en de motor. Het ovaal rond de Citroën-chevrons op de motorkap verdwijnt en de lasnaden van de kap worden anders geplaatst. De motorkap wordt voortaan geopend met een draaiknop. De nog altijd bescheiden krachtbron krijgt een ventilator met vier schoepen, een nieuw luchtfilter en een versterkte krukas. Het jaar erop verbetert Citroën de dynamo, en er verschijnt een speciale PO-versie die geschikt is voor ruw terrein en gebruik in overzeese gebieden. Verder lanceert Citroën in september van dat jaar AZU. Deze bestelversie beschikt over een 425 cc motor met 12 pk, een ventilator met zes schoepen en een topsnelheid van ongeveer 70 km/u.
Wijzigingen gaan door, AZU wordt populairste variant
De besteller krijgt nu twee achterlichten, een geïntegreerd remlicht en richtingaanwijzers op de C-stijl. De AZU wordt al snel de belangrijkste bestelvariant, de AU verdwijnt steeds meer uit beeld. De productie verhuist naar de Panhard-fabriek in Parijs. In deze periode worden vooral technische verbeteringen doorgevoerd, zoals nieuwe bedrading en aangepaste elektrische componenten. Ook de vering wordt gewijzigd door het gebruik van rubberen “donuts” als veerelementen. Daarnaast wordt de compressieverhouding van de motor verhoogd, wat leidt tot betere prestaties.
1956 en 1957:
In 1956 en 1957 worden voornamelijk kleinere verbeteringen aangebracht. Zo krijgt de auto een tweede claxon, een betere waterafvoer bij de voorruit en aangepaste afdichtingen bij de deuren. Er verschijnen verschillende typen snelheidsmeters en de startmotor wordt gewijzigd. Ook het carrosserieontwerp verandert licht: het achterdak wordt voortaan uit één stuk gemaakt en verschillende onderdelen, zoals wielen en bumpers, krijgen een grijze kleur. Daarnaast worden remsystemen en achterlichten verder aangepast. Een speciale Belgische versie is de AZUL, een luxe uitvoering met grote achterste zijruiten, een dubbele kleur, aluminium accenten én een achterbank. De AZUL werd ook ‘Weekend’ genoemd.
Verdere verfijningen en verbeteringen. afscheid van 375 cc motor
Vanaf 1958 volgen verdere technische verfijningen. Onderdelen van de vering worden lichter uitgevoerd en de voorste remtrommels worden vereenvoudigd. Alle motoren krijgen versterkte koelribben op de cilinders. Ook het interieur verandert licht, bijvoorbeeld door een andere bevestiging van de zonneklep. Tijdens de navolgende jaren monteert Citroën een verbeterd verwarmingssysteem met ontwaseming geïntroduceerd. Daarnaast kunnen kopers een uitneembare radio, de Radioën, als optie bestellen. Voor een korte duur worden de auto’s uitgerust met homokinetische aandrijfassen. Daarnaast worden nieuwe banden en wielen ingevoerd en worden verschillende onderdelen van het dashboard, deursloten en elektrische installatie aangepast. De 375 cc motor verdwijnt uiteindelijk uit het aanbod.
Meer vermogen, eerste jaren zestig aanpassingen
In 1961 krijgt de auto opnieuw enkele zichtbare en technische veranderingen. De carrosserie wordt versterkt rond het kenteken en er komen optionele zijruiten. De motor wordt verbeterd met een aangepaste oliekoeler en een hogere compressieverhouding, waardoor het vermogen stijgt tot ongeveer 13,5 pk en de topsnelheid tot circa 85 km/u. Ook krijgt de motorkap een nieuw ontwerp met vijf ribbels en een afneembaar grilledeel. Het dashboard verandert eveneens: de snelheidsmeter loopt nu tot 100 km/u en de ampèremeter wordt vervangen door een waarschuwingslampje. Anno 1961 is de ‘bestel-2 CV’ de bestverkochte bestelauto van Frankrijk. Dat zal spoedig veranderen, van de Renault 4 Fourgonnette komt eraan. Hij blijkt later nóg geliefder te zijn dan de legendarische besteleend, die in 1961 nog een periode van 17 jaar voor de boeg heeft.
Binnenkort deel 2: de periode 1961-1969
