Sluitingsdatum aprilnummer -> we zijn aan het afsluiten
Wonen in een Harley – column
Als motorrijder heb je doorgaans je dromen. Door een vroege infectie was ik ooit besmet geraakt met het Shovelhead 1200 cc V-twinvirus. Het blok. Niet de hele Hardly Ablestones. Die waren me te lomp. Tel daarbij de overweldigende indruk van schoonheid die de van het balhoofd naar de achterkant aflopende lijn van hardtailframes biedt. Ik had mijn droomfiets al helemaal voor ogen.
Daarover kun je natuurlijk blijven dromen. Maar ik kreeg een baan bij een bedrijf, en dat bedrijf deed nogal wat aan perslucht/ademlucht voor brandweermensen (en duikers). Het was ook een officieel keurstation dat viel onder het Drukvatenbesluit. Via de flessenkeurderij kwam ik terecht bij Gert Dijkshoorn, de HD-goeroe uit Utrecht. Gert was geen doorsnee would-be-prof. Hij wist wat hij deed en bracht daadwerkelijke verbeteringen aan in de techniek van Harley-zijkleppers en -kopkleppers.
En zijn klantenkring bleek heel kleurrijk. Gert is nog steeds actief vanuit de Amaliastraat. Als de kou wat uit de lucht is, moet ik toch maar weer eens die kant op.
Gert zat ook in de framebouw. Als Pro Street ging hij daarmee vanaf de Amaliastraat wereldwijd. Maar toen ik een van zijn hardtailframes zag, was ik verkocht. Het frame idem dito.
Toen begon de speurtocht naar de rest. Omdat ik geen Harleyfreak ben, gaf ik mezelf de vrije hand. Maar ik kwam in de tussentijd wel een stel unieke Harlisten tegen van de soort die inmiddels uit productie is gegaan. De inkoop en pasmakerij gingen door. De voorkant was er eentje van een Honda XL500. De vering moest daar later wat voor aangepast worden. Het achterwiel kwam uit een Yamaha TX750, de befaamde ‘olieklopper’. De tankhelften waren ‘made in China’, maar wel echte kopieën van het origineel. Het zitje – precies het zitje dat ik zocht – kocht ik op een beurs voor 10 gulden. De prijs was zo prettig doordat de verkoper niet wist wat het was, omdat hij verder alleen maar gebruikte Japanse vier-in-eenuitlaatsystemen had liggen.
De spatborden zaten ooit op een BMW /5. De carburateur was een Mikuni 40 mm die vies en vettig op een beurs lag. Thuis werd het ding gedoucht en met een revisiesetje gevitaliseerd. Het luchtfilter kwam uit een knakenbak op weer een andere beurs. Het ding van spuitgietwerk was nogal mottig, werd schoongemaakt, geschuurd en geplamuurd. Daarna kreeg het een make-over met alu uit een spuitbus. Op een andere beurs lagen drie exemplaren van precies het uitlaatsysteem dat ik wilde. Ik koos het vettigste, smerigste exemplaar. Thuis kwam dat na een spoel- en poetsbeurt met peut en geduld ZGAN tevoorschijn. Top! Intussen waren er wat dingetjes aan het frame gelast en dat frame ging naar Sjonnie Sigaar om gepoedercoat te worden.
Het bromfietsstuurtje kwam bij een kennis vandaan.
Al met al zaten er al een hele bult uren in toen ik tegen een doos spuitbussen in de kleur ‘Powder Blue’ aanblunderde. Ik verklaarde dat onmiddellijk tot mijn favoriete kleur. Het logo op de tank was een eerbetoon aan het vermaledijde merk Lilac. Wat de Chinese tekens daaronder betekenden? ‘Niet origineel’. Tegen die tijd kwam er ook een koplamp van een Sportster opduiken. Het werd tijd voor de bedrading. En dat was een makkie.
Ik had de motor in de woonkamer opgebouwd en heb gezien dat onze zoon voor het eerst ging staan. Hij werkte zich via de flank van de Poederblauwe omhoog en stond verbaasd om zich heen te kijken. Hij is geen motorrijder geworden trouwens.
Toen was mijn schepping RDW-keuringsklaar.
Oh ja: in de tussentijd had ik een nieuwe baan gekregen. Daarbij hoorde een verhuizing. Die verhuizing moest binnen een jaar geregeld worden. Huren was een probleem. Mijn lief en ik verdienden te veel om voor een sociale woningbouwwoning in aanmerking te komen. En vrij huren was niet interessant. Dus gingen we kijken naar een koopwoning. Daar bleek je toch wat eigen geld voor mee te moeten nemen. Geld dat we niet hadden.
Na ampele overwegingen werden het blok, de (gereviseerde) vierbak en het rijwielgedeelte los verkocht. Toen had ik geen droomfiets meer, maar wel een extra van bijna 12.000 gulden aan eigen geld.
Daarmee gingen we aan de slag.
En we vonden een huis.
We wonen nu dus al dertig jaar in een Harley-Davidson.
En die hut is beduidend meer waard geworden dan de eigenbouw ooit had kunnen worden.
Maar zoals er dertig jaar geleden geen geld voor een huis was, zo is er nu geen geld voor de bouw van een tweede droomfiets.
En om dat huis daar nu voor te verkopen…

Mooi opgeschreven ontboezemingen Dolf!
Dat je het allemaal na 30 jaar nog zo goed weet!
Dat verstand het van emotie moet winnen – huis versus Harley (of wat daar voor door moest gaan) -hoor je mij niet zeggen, maar ik denk dat je 30 jaar geleden wel een goede beslissing hebt genomen.
Ga zoo door met schrijven!
Zo is het Kees en ook geen gezeur over matching nummers, zelfs bij een bromfiets werd er om gevraagd😩, op mijn vraag hoe die persoon erbij kwam was het antwoord dat hij dat ergens had gehoord🥶
Volg je droom (fiets) Dolf, na 30 jaar het rijk worden niet tegen kunnen houden, zou er genoeg overwaarde moeten zijn om dat te verwezenlijken.
Goh, dat verhaal raakt me wel Dolf. Mooi hoe je het stelt dat je nu ‘in een Harley’ woont. Bitter blijft het wel natuurlijk, al ben je (zoals je zegt) geen Harley freak. Een innemend verhaal dat ik toch maar even meeneem onder mijn hoofdkussen.
Mooi verhaal en mooie fiets Dolf!
Lekker sleutelen en knutselen, en vooral niets aantrekken van zgn. deskundigen die eindeloos weten te miepen over welk schroefje wél of niét orizjineel op jouw bouwsel “hoort” te zitten! Tralalala Twiedeliediedie!
Mijn route verliep andersom: na jarenlang met plezier (en nog) Japans te hebben gereden, werd ik door een niet-uitkijkende vrouw van m’n japse fiets gereden.
Brommert weer opgeknapt, en van de verzekeringsgelden kocht ik mijn eerste Hallie; sinds ik als pukkelige puber in het zijspan gekoppeld aan een leger-Lib mocht meerijden was ik verkocht…er móest ooit zo’n zijklepper komen.
Intussen alweer 15 jaar geleden dat ik er eentje als onderdelen-project aan mijn verzameling kon toevoegen