Wintertijd… – column

Auto Motor Klassiek » Column » Wintertijd… – column

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Het is niet zo dat alle winterrijders bikkels zijn. Sommige winterrijders zijn freelancers. Het soort marginalen dat – net als motorrijders vroeger deden – motort omdat er domweg niet genoeg geld is voor een auto.

Even ter herinnering: een motorfiets was een voertuig voor sukkelaars zonder geld voor een auto. En zo’n trendy ding als een zijspan was iets voor dezelfde soort sukkels, maar dan van het soort dat een geliefde had die slordig met de dagen op haar kalender was.

Even daar gelaten dat motorrijden veel leuker is dan autodebiliseren. Maar toch… Die kou… Die kou is tot een graad of min vijf goed te doen. Motorkleding is zoveel beter geworden de laatste decennia. Mijn Husky thermo overall is als de gedroomde woonplaats van elke dakloze. En verwarmde handschoenen schijnen nog beter te zijn dan verwarmde handvatten. Maar de elektrieke handschoenen invoerder die ik sprak was zo arrogant dat ik eerder aan een elektrische stoel ging denken. Mijn laarzen hebben Thermo inlegdingesten van de Action gekregen. In praktijk is het rijden tot -5 dus goed te doen.

Als de afstanden niet te lang worden. En slechts met dubbelgespierde verlichting en anabole claxons. Na 65 kilometer bij die -5 heb ik het reactievermogen van een recentelijk overledene. Als in: “Wat is er gebeurd?” in plaats van: “Wat gaat er gebeuren?” Uit ervaring weet ik hoe verwarrend dat soort gesprekken worden kan wanneer de vraag gesteld wordt aan een ambulancebroeder die bezorgd over je heen gebogen staat. Maar toch: Winters vallen wel mee. Sneeuw ook. En wanneer je dan de driewieler pakt om uit te waaien? Feest!

Als het sneeuwt, écht sneeuwt, dan bellen we elkaar. En zo stonden er weer vier zijspannen startklaar op de Veluwe, waarvan we over 5 jaar zullen vertellen dat er anderhalf, twee meter sneeuw lag. Een Guzzi met Hollandia bak. De BMW GS met Heelerspan stond arrogant met nuffig omhooggetrokken spatborden boven de noppenbanden naast de Ural en de Dnepr. Die Russen overschreeuwden hun gedateerdheid met Echte Spijkerbanden die in Polen op een onduidelijke beurs gescoord waren. De Dnepr met zijn aangedreven zijspanwiel maakte daarmee een hels lawaai over het wegdek. De eigenaar meldde blij dat hij nu eindelijk zijn kleppen niet meer hoorde.

We draafden dapper door de zuiverste Disneylandschappen. De BMW combinatie moest twee keer uit de berm en een keer uit een greppel worden getrokken. De oranje polipropyleen sleepkabel contrasteerde mooi tegen de sneeuw. Tijdens de trekactie knalden de spijkers bozig uit het rubber en zoemden nijdig weg. De olie die gestaag uit de zijspanwielaandrijving lekte, contrasteerde ook prettig. Erfhonden blaften vriendelijk. Door de verse sneeuw pionierende tweevoeters zwaaiden onder de indruk van ons vertederende heldendom. De zijspanwielaandrijving ging stuk en werd losgekoppeld.

Bevroren vingers bleken minder pijnlijk dan koude handen. Door de kou op de blaas weten we nu het antwoord op de vraag ”Bestaat er gele sneeuw?”. Ongelooflijk hoe lang het duurt voordat je je kleinste vriend achter alle kledinglagen hebt weggelokt trouwens. Na een stop in het bijna geheel onder gletsjers verdwenen Garderen wankelden we vol hete chocomel en dubbele croques naar buiten.

Daar zette een duidelijk Oma/Opa koppel net een kleinkind op de Dnepr. Pubers en adolescenten die dat doen worden getuchtigd. Kleinkinderen komen er mee weg. De Oma bleek van huis uit ook Russisch te zijn. Ukrains. “Ach, u komt ook uit Rusland. Dat is leuk. Kent u Andrey Ruban uit Cherkassy?” Veel chocomel drinken maakt wat flauw. Andrey – Andrew – is een oude bekende. Hij handelt sinds de instorting van het communisme in voormalige Staatsgeheimen. Google hem maar. De Oma sloeg haar handen voor haar indrukwekkende boezem in elkaar. Ze sprak met het accent van een meisje dat in een James Bondfilm een Russische spionne moest spelen.

“Ja, natuurlijk ken ik Andrey, hij is de jongste zoon van mijn oudste zuster! Hij heeft ook motorfietsen! Hij woont dertig kilometer bij mijn zus vandaan.” En dan valt je de mond los daar in Garderen. Dertig kilometer is niet veel wanneer je een gokje doet op zo’n schaal. We gingen maar weer naar binnen. Bijpraten met onze nieuwe Oma. En als we een keer in de buurt zijn van Oma Irina’s zus, dan hebben we er een slaapplaats. Geen probleem. Maar we wachten eerst even hoe de oorlog verloopt.

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

15 reacties

  1. Ook een paar jaar (in een ver verleden) opde motor naar het werk in de winter.motor Honda xl 250 met achterop een bakje gefabriceerd met een 12 volt accu.zelf handvatverwarming gemaakt van weerstandsdraad en fietsmakers tape(soort van katoenen plakband).en proefondervindelijk de lengte vaststellen.om de drie dagen accu opladen en dan weer drie dagen warme handen.als het erg glad was door de berm gereden n377.was een mooie tijd .

  2. Leuk verhaal weer! Ze verklaarden mij vanmorgen ( weer) voor gek toen ik bij de kerk aan kwam
    glijden. Het was spekglad op de klinkerwegen. Ik ben organist, dus ik moet wel. Koud heb ik het niet dankzij goede kleding, maar glad is vervelend -hoewel met wat ervaring voel je het min of meer aan. Soms even gas geven om te kijken of het toerental klopt en van je voorrem
    afblijven. Een zijspan is mij te duur.
    Het vervelendst zijn 4w drivers met die grote bakken en bekken die in een glibberige bocht vlak achter je gaan rijden. Ga zo door met mooie verhalen!

  3. Wat een gave column alweer Dolf!
    Doorrijden bij vorst heb ik ook gedaan. Jaren lang zelfs. Het begon in 1996. De baas was dik 37km verderop in het geboorteland van Blauwtje. De winters beproefden iedereen met dagen van -12 graden Celsius. Ik werd niet verwend door de aanwezigheid van een kuip, noch door bloedsomloop strelende handvatverwarming. In thermokleding en beschermend leer gestoken door de ijzige koude naar het werk was niet wat je noemt een pretje. Eenmaal gearriveerd kon ik slechts met moeite de zijstandaard in dienende stand schoppen. Eenmaal naar binnen gestrompeld begonnen vingers pijnlijk te ontdooien en was mijn mond na een kwartier weer instaat om te spreken. Na een half uur Blauwtje de pershal in geduwd waar hij gedurende de hele dag achter de persen met hete matrijzen lekker warm gehouden werd. Starten was dus geen probleem. En eenmaal thuis weer hetzelfde liedje nadat ik door de sneeuwval alle zeilen moest bijzetten om de gelakte kant boven te houden. Een mini streepje gas liet het achterwiel acuut veel sneller draaien dan dat de weg eronderdoor ging. Dat waren nog eens tijden.

  4. andere Pascal
    Die gele platen kwamen in de tweede helft van de jaren 70. Mijn eerste nieuwe motor had die en toen was ik er trots op want iedereen kon zien dat het een nieuwe motor was. Wel overjarig maar nieuw op kenteken.

    • Dat klopt helemaal Cees; met de komst van het M-kenteken verdween het blauw in 1977-78.
      Maar de plaat uit de foto is een zgn. GAIK-plaat, en die kwam pas met de milleniumwissel in 2000.

  5. Een driewieler op koude gladde dagen is gewoon dikke lol.
    Niet remmen; terugschakelen en driftend de bocht door..heerlijk.
    Alleen die verrekte pekel, je monster wordt er ook daadwerkelijk monsterlijk van..
    En kou…tsja…probeer je kleine vriend maar eens met koude vingers te begroeten..

  6. Zo ging het in de 70e jaren motortreffens in de winter , bijkomen in een grote militaire tent met op petroleum gestookte warmte kanonnen en dronken je dubbeldaks tent in en je militaire donzen slaapzak met capuchon in en de volgende morgen met een kater je tent uitkomen , ja vroeger was alles beter , nou ja ?? beter 😂😂

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten