Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Uitzonderlijk doordachte Bristol 411 Series 1 excelleert in raffinement
Laat je vooral niet op het verkeerde been zetten door de traditioneel gebeeldhouwde koets van de Bristol 411, verankerd aan een separaat chassis. Deze tot in de puntjes doordachte coupé legt een raffinement aan de dag dat in de jaren zeven een voorbeeld stelde voor menig exclusieve automobiel. Van concurrenten mag je niet spreken, want die hadden de bij edellieden favoriete coupés domweg niet. Ze creëerden hun eigen klasse.
Het zegt iets over de drang naar perfectie bij Bristol Cars dat de tussen 1969 en 1976 geleverde 411 liefst viermaal werd doorontwikkeld, hoewel soms gedreven door omstandigheden, zoals een dalende compressieverhouding bij de van Chrysler betrokken V8-motoren onder druk van milieubewustzijn in de Verenigde Staten en vervolgens de oliecrisis van 1973.
Toevallig het jaar waarin de excentrieke aandeelhouder en dealer Tony Crook alle eigendomsrechten verwierf en zichzelf installeerde om de scepter te gaan zwaaien, nadat zaakvoerder Sir George White zichzelf terugtrok wegens de traumatische gevolgen van een auto-ongeval. Dat incident speelde zich af in september 1969 en kwam bijzonder ongelegen, omdat Bristol op het punt stond om op de Earl’s Court Show in Londen een gloednieuw model te onthullen, genaamd 411. Beslist geen revolutionaire verschijning, maar onderhuids wel verfijnd tot op het bot.
Astronomisch duur
De ambachtslieden in het stadje Filton schroefden van de astronomisch dure 411 slechts 287 eenheden in elkaar, maar het percentage overlevende exemplaren schijnt bijzonder hoog te liggen en dat valt ook logisch te beredeneren, want een automobiel van dit kaliber sloop je niet. Daartoe bestaat ook geen aanleiding, anders dan extreme ongevalschade, want de volledig uit aluminium panelen samengestelde koets overleeft alle regenbuien die het smeermiddel van de Britse maatschappij vormen en een vergelijkbare mate van onverwoestbaarheid vinden we bij de V8-motor en drietraps TorqueFlite-automaat van Chrysler-origine.
Die aandrijflijn verschaft de 411 een wezenlijke voorsprong op vergelijkbaar krachtige tijdgenoten, doordat de voertuigmassa voor het soort auto en gegeven de afmetingen belachelijk laag ligt. Bij import van de PM-59-34 in 2023 woogt de RDW hem op 1664 kilogram, terwijl de 4,91 meter lange koets op een afzonderlijk stalen chassis met een robuuste constructie leunt en afgevuld is met een rijkdom aan leder en walnotenhout, plus natuurlijk dat indrukwekkende span om de zaak voort te bewegen.
Heimwee onderdrukken
Een Bristol, dus ook de 411, herken je uit duizenden aan de oneindige afstand tussen voorwielen en portieren. Vanuit de constructeur waren er twee redenen op te voeren voor deze configuratie, namelijk het ver achterwaarts kunnen plaatsen voor de motor ten behoeve van een ideale gewichtsverdeling en het beschikbaar krijgen van opbergvakken voor onder andere het reservewiel en de accu, die zich links respectievelijk rechts achter een luik bevinden. Het vertaalt zich in een wezenlijk voordeel voor de reizigers, die een onbezorgde trip wacht, dankzij een 82-litertank achterin en een knots van een kofferbak van 538 liter om elke vorm van heimwee te onderdrukken.
Daar toont ook de De Dion-wielophanging zich van zijn inschikkelijke kant, uitgerust met ruimtebesparende torsiestaafvering, waaraan Bristol vanaf de Series 2 niveauregeling toevoegde. Die is hier dus niet present, maar de rest van de goodies die de 411 typeren wél. We noemen maar even stuurbekrachtiging en vier schijfremmen, welke laatste zeker geen overbodige luxe vormen wanneer je in ogenschouw neemt dat deze notabele coupé met het gaspedaal in het hoogpolige tapijt gedrukt naar een welhaast onwerkelijke top van 222 km/h kan stormen. Daar hebben we gewoon geen beeld bij.

Heb een 411 S2 zo’n 4 jaar rond 2000 als dagelijks transport tussen bedrijfsvestigingen in NL, B en UK gebruikt. Bij een bezoek aan de fabriek in Fulton waren er nog een paar “oldtimers” , die de bouw en de extra’s zich herinnerden; rolgordels, schuifdak, elektrische ramen, metallic bordeaux rood en hoofdsteunen. Het onderhoud werd verricht door Ario Swart in IJsselstein en Spencer Lane Jones in Salisbury in England. Na vestiging in een Georgian house met koetshuis en stallen in Pembrokeshire bleek de “koets” te lang voor het koetshuis en werd besloten afscheid te nemen van deze beauty in concours conditie. De koper werd na 14 dagen bezit in Londen van achteren aangereden; de schade viel mee, alleen de achterbumper was gebroken (gegoten brons). De vader van de man die hem aanreed had…. Een Bristol. Hij vertelde dit met tranen in de ogen.
Ik koester de herinneringen van de vele mijlen in deze bijzondere auto uit een tijd dat de UK nog een “lovely country” was.
Helaas is het hele westen verloren !
Woon nu in Griekenland omgeven door kleinschalige uitstekende voedsel en dranken productie en een glasheldere schone zee op loopafstand. Overweeg een Lada Niva als tweede auto.
mooi spul, toen de Engelsen nog wakker waren. Levenslange garantie als ik me niet vergis?! En ’t leuke: ziet er niet snel uit, maar pas op!
Maar ben toch meer van de GM technieken….