Sluitingsdatum nummer 12 -> 20 oktober
Ratbike – column
Ik zag de motor staan. Ervoor lag een helm op de grond. Ooit was dat een teken dat de motorrijder pech had. Ik liet mijn motor uitrollen, want wat ik zag, vond ik wel interessant. Ik ben niet zo’n kenner van trends en modegrillen. Maar een ‘ratbike’ op basis van wat me al passerend een BSA unit twin leek?
De tweewieler bleek volgens het typeplaatje een BSA A65 Lightning. Hij was zo te zien met een bezem geverfd in ‘fifty shades of gray’. De koplamp was van een Eend of zo. Aan de stuuruiteinden hingen lange, leren franjes. Het zitje was John Deere-groen en kwam blijkbaar van een trekker. Aan een framebuis hing een fietspomp. Aan een andere een machete. Er was een schedel van een reetje of een heel grote rat gemonteerd. Ik zag twee gebruikte condooms kunstzinnig op het Harley-achtige achterspatbord geplakt. Enigszins verbaasd vroeg ik me af hoe die bleven plakken. Ik zag stickers. Een medaille van de soort zoals je die bij kringloopwinkels ziet. Een ex-Sovjetmedaille in goud en rood. En veel meer. De ene uitlaatdemper ontbrak. De andere meldde trots ‘Akrapovič’ en was gemonteerd met een heleboel ijzerdraad.
Er lag een plasje olie onder de arme BSA, waarvan de tamelijk jonge eigenaar zijn gulp dichtritsend van achter de bosjes kwam. Hij was smal gebouwd en had ouderwets lang haar. Veel haar. Dat maakte me wat jaloers. Ik duimde naar de BSA en vroeg: ‘Kapot?’ Want je weet maar nooit.
De gestrande motorrijder droeg een mouwloos vest met allerlei opnaaisels over zijn T-shirt en over zijn jeans droeg hij ‘chaps’. Dat zijn twee broekspijpen zonder broek. Gekend van cowboys en homoseksuelen. Ieder zijn meug. Aan zijn broeksriem bengelde veel ijzerwaar, waaronder minimaal drie van die handige multitools en de lege schede voor een indrukwekkend mes. Aan zijn voeten had hij legerlaarzen. Zijn rechterarm was serieus getatoeëerd: ‘A victim of chance’. Een slachtoffer van het toeval. Mooi.
‘Mooi dat je stopt, bro. Ze rijden me allemaal voorbij.’ Hij klonk mild verontwaardigd. ‘Heb je een telefoon? Ik moet even iemand bellen.’ Zo’n smartphone is een universeel stuk gereedschap.
‘Wat zou je doen als ik hem niet zou teruggeven?’ vroeg pechmans informerend.
‘Ik zou je helemaal verrot schoppen en je in je eigen drek laten liggen. Jij wilt niet weten waar ik heb leren vechten.’
‘Het was maar een vraag. Sorry.’
‘Ik denk dat het primaire kettingwiel eraf is gelopen. Dat had ik net vervangen.’
De biker belde iemand en begon die persoon van alles uit te leggen. ‘Kun je me ophalen? Ik sta in Rheden op de weg naar Arnhem of Velp of zo. Bij een Chinees restaurant. Kun je me even ophalen?’
Intussen werd de BSA lacherig bekeken door een paar Oekraïense oorlogsvluchtelingen uit het nabijgelegen opvangcentrum. Ik ken een paar heel technische Oekraïners. Die zijn aardig wat gewend. Maar een BSA A65 met condooms? Dat was blijkbaar nieuw voor ze.
De BSA-piloot gaf me mijn telefoon terug. ‘Ik blijf gewoon wachten. Ik heb nog wat te roken bij me. Het is prima weer. Misschien koop ik wel een loempia.’
Kijk, in die gerelaxte aanpak herkende ik wel een echte berijder van een oude Britse twin.
‘Prima. Waar moet je hulp vandaan komen?’
‘Den Bosch.’
Dat leek me wel even wachten worden.
Mijn lelijke, discriminerende kant kwam boven. Een wat minder unieke collega-motorrijder had ik best van dienst kunnen zijn. Maar aan deze jongeman wilde ik mijn tijd niet besteden. Want wat je van je lifestyle of ego moet uitstralen, dat heeft voor mij zijn grenzen. Als je jong bent, kun je rare dingen doen. En originaliteit kent vele kanten. Maar als je een BSA A65L zo hebt toegetakeld, dan heb je voor mij die grenzen overschreden.

Voor sommige mensen (motorrijders zijn ook mensen) is opvallen belangrijker dan……….. Vul maar in.
In de V.S. kan zeker de helft van de bevolking daarover meepraten. Maar wat ik het meest mis bij dit verhaal is een foto van de BSA.
Groet, Ötzi
Gewoon lekker bezig zijn en blijven, en zelfs een Golden Retriever is niet met iedereen vriendjes, verder heb ik op dit moment niet veel meer te melden 😉
In het nog niet zo verre verleden werd alles op 2 wielen aangepast aan de persoonlijke smaak van de eigenaar, die niet weten kon hoe zeldzaam of smakeloos we het nu vinden…
Amerikaans, Engels, Italiaans of Duits….alles kreeg vroeg of laat de haakse slijper in het frame omdat een lange voorvork en apehanger, of juist clipons en een seat met rond kontje in de mode waren.
Nu gebeurt het nog door knotjesvolk die losgaan op een ouwe Japanse fiets…die over 10 jaar ook heilig wordt verklaard en alles wat dan is aangepast is heiligschennis..
‘Leven en laten leven’..wijze woorden van wijlen mijn grootvader..en zo is het ook.