Oud maar onderweg – column

Auto Motor Klassiek » Motoren » Oud maar onderweg – column

Sluitingsdatum juninummer -> 21 april

Automatische concepten

“Op zulke oude machines? Helemaal uit Nederland?“ De jongeling die kwam vragen wat we wilden eten en drinken leek oprecht verbaasd. De motorfietsen voor het terras waren zonder twijfel ouder dan dat hij was. Maar hoe oud was dat jong op zijn oudst? En zover lag het gehucht in de Noord-Franse Ardennen ook weer niet van Gelderland af.

Maar er is geen enkele reden om een goede klassieker niet te gebruiken voor wat langere trips. Vaak zijn onze troeteldieren immers beter dan toen ze uit de fabriek kwamen en zeker beter dan ze waren toen ze pas een jaar of tien oud – of jong – waren.

Maar toen werd er ook mee gereden en gereisd. Bram Schnabel bezocht vanuit Baarn zijn schoonmoeder in Zuid-Frankrijk. Op een 200 cc Sparta. Met zijn Lief Madeleine achterop. Met hun dochtertje tussen ze in. En natuurlijk met de kampeerspullen aan boord. Rob Bakker en zijn verloofde reden op een 126 cc Vespa vanuit het befaamde 020 naar Barcelona. Vanuit Amsterdam waar zijn Echt Amsterdamse vrienden nog een extra ‘L’ voor zijn ‘UL’ nummerplaat hadden geplakt. Dat gaf nog enige verwarring aan de Nederlands-Belgische grens. De reis met twee eigenlijk al best oude Britse eenpitters naar Joegoslavië? Ook gedaan.

Het was allemaal anders dan nu op een ultra toer-allroad-adventurefiets met 160+ over de Autobahn naar Zwitserland te knallen. Maar toen was de reis nog belangrijker dan de aankomst.

Dus een tripje binnendoor naar de bijna uitgestorven Franse Ardennen (daar staan echt halve dorpen te koop. Voor weinig) is zo’n huzarenstuk niet. Het valt en staat natuurlijk wel bij een goede voorbereiding en een absoluut gebrek aan haast. En bij tussenstops kijk je even of er niets los getrild is, of het oliepeil nog okay is, of de koppelingsspeling niet spontaan is verdwenen of verdubbeld. De ketting krijgt een douche met goed kettingvet (in ons kleine collectief gebruiken de kettingrijders geen moderniteiten als O- of X-ring kettingen. Door hun interne wrijving kosten die teveel vermogen. En dat moet je bij een 90 cc Honda uit 1966 niet onderschatten). Met een goedkoop kettinkje liep de kleine Honda zomaar een digitaal gemeten 6 km/h sneller dan met een O-ringen ketting. Het is overigens niet zo dat een 500 cc klassieker met een gewone ketting met die insteek 25+ km/h sneller ging. Jammer…

Bij reizen verder dan een paar hoeken verder nemen wij als verstokte klassierrijders toch wel een paar maatregelen die onze modern-spul-met-mobilteitsgarantie rijdende lotgenoten niet nemen. Zo is er altijd een extra gas- en koppelingskabel aan boord. Een condensator en een setje contactpunten. En een smartphone. Plus een litertje olie. En dat we ooit op een rit van 350 km vier liter olie verstookten? Ach, we kwamen er op eigen kracht mee thuis en het blok moest toch al een keer open.

Maar het belangrijkst is om je klassieker met respect te gebruiken naar het tijdsbeeld waar hij uit komt. Dat je reis op een BMW R50/5 of een Kawasaki 1000 dan heel anders is dan die op een Sparta 200 cc of een IMZ of KMZ 750 cc zijklepper van dik 20 pk? Dat is duidelijk. Want waar je nu vriendengroepjes op moderne motorfietsen ziet rijden waar je een dikke Japanse custom broederlijk ziet oprijden met een man op een BMW 1250 GS?

In het klassiekersegment is het toch praktischer en veel ontspannender rijden als de deelnemende motoren ongeveer in dezelfde divisie spelen. En om het nog overzichtelijker te houden geven we er de voorkeur aan om met een groep van max. 6 rijders onderweg zijn. En dan is het prettig als die elkaar ook nog eens goed kennen en op elkaar zijn ingespeeld. En dat ze een milde voorkeur hebben voor frequente terrasstops.

Dat zijn allemaal overpeinzingen in de nu al maandenlang durende herfst van 2024 die gestaag druppelend doorloopt in het nieuwe jaar. Maar als we strakjes weer onderweg zijn, dan zijn we al die grauwe ellende zo weer vergeten.

En dat er soms echt wat stuk gaat?

So what?

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

9 reacties

  1. Al 17 jaar gaan we met 4 vrienden op 4 HD Liberators (bouwjaren tussen 1943 en 1947) naar de Superally, in welk land in Europa waar hij ook gehouden wordt.
    Duitsland, Finland, Zweden, Estland, Polen Tsjechië, Griekenland of Spanje.
    Altijd rijdend thuisgekomen. Soms kleine roadrepairs.
    Onderhoud, absoluut een must. En nooit sneller dan 8 km/u.
    Onverwoestbaar. Wij ook met 70+ een beetje. Komend jaar weer naar Polen.
    We zien er naar uit. En die ouwe Harley’s ook …..

  2. Jaren geleden kocht ik een Honda CB750P (police), rijklaar. Niemand wou dat hebben!! Jaarlijks rijden we naar het buitenland, Frankrijk, Nederland, Duitsland of Engeland, zowat tss de 1500 en 2200 km. De motor is van 1977 en heeft ondertussen ongeveer 350.000km. Gemiddeld 300 km per dag gedurende 4 of 5 dagen. We zijn samen vertrokken en kwamen samen thuis. Ondertussen de 4de revisie en we kijken reeds uit naar de volgende reis. Ik rij ook als wegkapitein, dus snel optrekken en kort remmen, hij doet het allemaal.
    Dus inderdaad, met een heel oude motor kan je nog veel rijden en lang rijden. Maar het vergt wat geduld en onderhoud.

    Oud maar onderweg – column

  3. Veel klassiekers lopen kapot omdat de bestuurders niet doorhebben met een klassieker onderweg te zijn.
    Tot de jaren ’60 waren straten met kinderkopjes heel gewoon, en was asfalt nog iets voor de toekomst.
    Vroeger reed je van dorp naar dorp, de snelweg was nog niet echt uitgevonden.
    En met je voor-oorlogse 1200cc zijklepper je vrinden op moderne Road Kings bijhouden gaat gewoon niet met continue 130 op de klok..
    Dan lopen ze heet, en uiteindelijk kapot..
    Dus plan je reis zoals met een EV; weet waar je stoppen moet om even ‘bij te tanken’.
    En vooral; pas je snelheid aan…ook een 50cc-tje brengt je uiteindelijk waar je wezen moet…geen haast.

  4. Als ik op de radio de song van Brian Adams “the summer of 69” hoor moet ik altijd denken aan mijn trip dat jaar naar Ceriale aan de Italiaanse riviera waar mijn lief met haar ouders vakantie vierde, na mijn laatste tentamen (ik studeerde geneeskunde) , vertrok ik op mijn (ex-leger) Matchless uit 1949 met een geleende niergordel van Nico van de Kuinder en kampeerde in het bos na Neufchateau waar ik vaker met mijn ouders de nacht had doorgebracht. De volgende dag weer verder en ’s avonds liet de dynamo mij in de steek, ik reed toen maar vlak achter een vrachtwagen, dan zag ik tenminste iets en zo ben ik in Ceriale gekomen. Ik kon niet lang blijven want ik moest weer een tentamen over doen, en mijn ouders kampeerden toen met hun Volkswagen T1 bus die ze natuurlijk nooit hadden moeten verkopen op een terrein dat ze in 1966 hadden gekocht in La Croix Valmer en waar ik inmiddels al weer 16 jaar woon.Daar bleef ik 1 dag en toen weer terug naar Utrecht om het tentamen te doen, en met mijn lief ben ik inmidedels 52 jaar getrouwd, ze heeft in mijn studententijd nog wel eens meegereden, voorop op de tank, achterop het ijzeren rekje op een motor met alleen vering voor,nee,liever niet! Ik heb inmiddels een collectie van 16 motoren en Mariette zegt altijd dat als ik er een wil kopen dat ik er dan wel een moet verkopen, maar dat laatste, daar komt het nooit van…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten