Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
Oldtimer & Classicbeurs Leek. Memoires tijdens een mooie zaterdag
Gisteren las u het beursverslag van de Oldtimer & Classicbeurs 2024. In Leek genoot ik van het aanbod en van de sfeer. Deze editie bracht mij echter in meerdere opzichten terug naar de eerste veertien jaren van mijn leven. Een verhaal over een tastbare terugkeer naar de tijd, dat mijn autoliefde zich heel diep wortelde.
Al jaren is het vaste prik. De Franse straat- of zo u wilt het Franse plein- is al heel lang een onderdeel van de Oldtimer & Classicbeurs in Leek. En het is niet toevallig dat ik ook altijd uitkijk naar dít specifieke en traditionele beursthema. Mijn vroege jeugd- u las dat eerder- werd ingekleurd door de Citroëns die wij thuis hadden. Twee GS-en en twee 2CV4 exemplaren leidden mij járenlang door de onweerstaanbare autohang, duizenden en duizenden kilometers gaven zij invulling aan die liefde. En dat leidde automatisch tot een meer dan normale belangstelling voor alles wat uit Frankrijk kwam, auto-technisch gezien.
Ook nu merk ik het. Dit jaar staan her en der diverse Franse auto’s. Ik zie prachtige 202-exemplaren, een paar R4-tjes met gebruikerssporen en een juweel van een collectie Panhard-exemplaren. Op het themaplein/de themastraat in Leek staan de middenklassers van weleer centraal. En binnen de door de mooi samenwerkende Franse autoclubs bijeengebrachte verzameling openbaart zich een aantal verrassingen. De eerste verrassing is niet-autogerelateerd. Een heel sympathieke Peugeotfan komt naar mij toe, en bedankt mij voor de column die ik vorig jaar over onze overleden vriend Oane schreef. Hij kende Oane, en we spreken een aardig tijdje over hem, en merk dat het mij goed doet.
De Talbot 1510 beschreef ik eerder al, maar deze Fransman is de eerste grote verrassing van de dag. En heel zeldzaam, met nog drie rijdende exemplaren in Nederland. Ik weet nog goed dat de 1510 de 1307/1308/1309 reeks verving. Dat was nieuws voor een auto gek jongetje, dat zag dat de merknaamwijziging gepaard ging met optische en tijdsgetrouwe vernieuwingen. Naast de 1510 staat een heel fraaie Simca 1301 Special. Gekentekend in december 1975, als uitloper in Nederland verkocht. Want de productie van de 1301/1501 reeks is een aantal maanden eerder al gestopt. Ook dat weet ik nog heel goed, dat de 1307-1308 reeks ervoor in de plaats kwam.
Verderop staat de R16TX van André, en onmiddellijk gaan de gedachten terug naar Wendy, mijn jeugdvriendinnetje uit Brussel dat bij mijn buurvrouw in Ens (haar tante) logeerde. De vader van Wendy had een rode 16TL, en tijdens de laatste dag zaten twee zevenjarige tortelduifjes heel lief hand in hand op de achterbank van de Renault. Het onvermijdelijke afscheid stond voor de deur, ik vergeet het nooit.
Leek huisvest ook twee vroege Citroën GS exemplaren, en één daarvan luistert de presentie op met een geopende motorkap, zodat het publiek zicht heeft op de 1015 cc motor. Precies die motor zat in de eerste GS van mijn ouders, de in Bleu Pétrel gespoten GSpécial met kenteken 11-HG-25. Ik dwaal af, denk aan de vakanties met deze GS en aan andere ritten. De aparte snelheidsmeter die eigenzinnig ronddraaide, ik ruik zelfs de historische geur. En keer terug na een tijdje denken en dromen weer terug naar vandaag.
En dan kom ik aan bij de R10 Major uit 1967. Daar staat Ulko Gosma bij, en ik ken hem al jaren. Ulko is heel wijs met alles wat Frans is en begint uit zichzelf aan een mooi verhaal. Hij vertelt dat hij op het CSG in Emmeloord zat, en dat hij regelmatig een bezoekje bracht aan de showroom van Van Kerkhof. En dat deze R10 Major al decennialang in eigendom is van Van Kerkhof. Ik reken terug, want van 1982 tot en met juni 1984 zat ik ook op het CSG. Ging ik met vriendjes wel eens naar een sloperij. Scheurden we met een oude Peugeot brommer over de zandafgraving. En zelf ging ik ook wel eens naar die grote, witgeverfde schokbetonnen polderschuur waar Van Kerkhof zijn handelswaar presenteerde. En daar zag ik ook een autootje waar ik het merkwaardige zwak voor had.
Dat was tijdens de eerste helft van de jaren tachtig al een oud, en al lang uit productie genomen model. Dat gebeurde voordat ik mij echt bewust werd van auto’s. De R10 zag ik af en toe rijden tijdens mijn jeugd, maar heb ze nooit nieuw in de showroom gezien. Dat boeide mij, zoals NSU-modellen mij ook konden boeien. De R10 Major had natuurlijk de motor achterin, terwijl Renault juist al jarenlang met heel vooruitstrevende en praktische modellen naam maakte. Maar ze bestonden naast elkaar ten tijde van hun productie.
De R10 was de grotere afgeleide van de R8 en de verschillen fascineerden mij. En ik mocht destijds achter het stuur zitten. Ulko vertelt hetzelfde verhaal, en zo blijken we beiden een heel bijzondere geschiedenis met de R10 in Leek te hebben. We zijn herenigd met Edje, die door Ulko op vrijdag al vanaf de trailer naar het Franse plein of de Franse straat is gereden. Ik weet niet wat ik hoor en zie, maar haal niet veel later alles zó voor de geest. Prachtig, om de auto weer te zien waar ik ruim veertig jaar geleden al even in mocht zitten.
Dan moet het toetje nog komen. Aan het einde van de dag spreek ik opnieuw met Peugeot-adept Jan Swieringa. En wij ontdekken dat we allebei in Ens zijn geboren. Zowel Jan als mijn vader heeft een lange loopbaan als ingenieur bij Rijkswaterstaat op de conduitestaat staan. We praten over de historie van de voor ons mooiste polder van Nederland. En over het voor ons mooiste dorp van Nederland. Geef mij maar dorpje Ens, dat is beter dan Parijs. Jan en ik zijn daar lang geleden, in dat kleine polderdorp, door dezelfde dokter ter wereld gebracht. En nu -jaren later- zijn wij voor even weer trotse polderbewoners.
We komen er allemaal achter doordat ik Jan vraag waar zijn fascinatie voor Peugeot nou toch vandaan komt. Jan, tegenwoordig onder meer eigenaar van een 304 S Coupé en een 404 Familiale, blijkt tijdens zijn jonge jaren boven de showroom van Garage Blom in Ens te hebben gewoond. Daar verkocht men onder meer Peugeots, Massey Ferguson tractoren en Caltex smeermiddelen. De oude Blom bleek ook nog een oom te zijn van Jan, en hij bestierde tot in de jaren zeventig de garage, waar ik mijn neus als jochie nog wel eens tegen het glas van de showroom drukte. Ik heb later vaak gedroomd over dit plekje, zoveel indruk maakte de garage aan de Waterkant destijds.
De familie De Kroon komt ook ter sprake. Jan de Kroon is een jeugdvriend van mij, en ook de zwager van Evert van Benthem. De ouders van Jan kochten dáár, bij Blom in Ens, enkele Peugeots en tractoren. En ik realiseer mij ineens dat mijn zwak voor de -04 modellen van Peugeot mede voortkomt uit die geschiedenis. En dat geldt ook voor de schuifdaken, waarmee menig Peugeot werd uitgerust. Ik heb het nog steeds, dat speciale gevoel.
Jan Swieringa en ik nemen afscheid, en ik besluit nog een laatste blik te werpen in de hallen van het Sportcentrum in Leek. Ik stap- trots op mijn afkomst- in de Volvo. En ik realiseer mij dat ik een heel bijzondere dag achter de rug heb, met misschien wel het meest bijzondere evenementenbezoek ooit. Een bezoek, waarbij herinneringen een dag lang heel tastbaar zijn. Herinneringen, die vertellen dat toeval niet bestaat. En mijn jeugd een héél gelukkige was.

Fijn om te horen dat ons gesprek over Oane ook jou heeft goed gedaan, dat is geheel wederzijds!
Groet, Abe