Old school romantiek. En hechtingen

Auto Motor Klassiek » Motoren » Old school romantiek. En hechtingen

Sluitingsdatum augustusnummer -> 16 juni

Automatische concepten

In motorland heerst nogal eens een ‘vroeger was alles beter’-romantiek. Dat is geneuzel. Motoren zijn nog nooit zo goed geweest qua betrouwbaarheid en weggedrag. Met de komst van fietsen zoals de CRF 250, de KTM Duke 200, de Ninja 300 en de NC 700 wordt motorrijden weer net zo speels, dynamisch én betaalbaar als in de tijd dat een 350 cc-machine een serieuze middenklasser was en een Norton 99 met zijn 600 cc en 31 pk als pure sportbeul gold.

Service-intervallen om de 1500 à 2000 kilometer waren toen heel normaal. En in de tussentijd ging er dan ook nog van alles stuk.

Een Harley-Davidson Shovelhead had geen remmen en bleef alleen heel als je er niet harder dan 80 mee reed. Een bochtig traject rijden op een Laverda SF was ongeveer even dynamisch en uitputtend als met een eikenhouten vlot tegen een bergstroom oproeien. Hoe leuk dat ook kan zijn.

En het feit dat je aan een moderne motor niet meer zelf kunt sleutelen? Wees blij! Sleutelen was vroeger een noodzaak uit armoede. Langs de weg repareren met een leeg conservenblik, een stuk ijzerdraad en verbrande vingertoppen?

Bah.

Je was allang blij als je thuiskwam.

Sleutelen is tegenwoordig gewoon een andere hobby dan motorrijden. Toch is het erg leuk om te doen. En leerzaam ook.

Toen ik via via een revisieset met progressieve veer voor de veerpoot van een van mijn brommers kon scoren, was dat feest. Allemaal mooie nieuwe onderdelen in een plastic zak.

De demontage van de veerpoot was gehannes. Motoren van een jaar of vijftien geleden zijn ontworpen om zo efficiënt mogelijk in elkaar gezet te worden. Japanse engineers en marketeers worden watergek bij het idee dat iemand nog gaat sleutelen aan een motor die ouder is dan acht jaar. Die moet volgens het Japanse consumptiedenken gerecycled worden, niet gerepareerd.

Natuurlijk moest de oude veerpoot uit elkaar. Met wat zoekwerk vond ik uit dat daar speciaal gereedschap voor was bedacht waarmee je de veer kon indrukken om bovenaan een stel halve maanvormige sluitstukjes te verwijderen. Daarna was het een kwestie van appeltje-eitje.

Dat stuk speciaal gereedschap was op zondag echter niet te vinden. Uitgeleend in de tijd dat ik nog uitleende. En qua timing waren Matthys en HBM net even buiten beeld.

Maar het idee was duidelijk.

Ik besloot een prototype te maken van het befaamde Bruynzeel-hechthout, het watervaste multiplex waar complete boten van worden gebouwd. Als dat zou passen, kon ik het ontwerp later vertalen naar iets van staal.

De research & development van het prototype verliep voorspoedig.

“En als ik daar en daar nu gaten in boor, kan ik de zaak met een stel draadeinden onder spanning brengen.”

Waarom zou je dan niet, bij wijze van proef, meteen kijken of het werkt?

In feite ging het zo goed dat ik dacht dat mijn constructie sterk genoeg zou zijn voor het geplande eenmalige gebruik.

Ik draaide de moeren netjes om en om aan en de veerpoot werd steeds korter. Op het moment dat ik wilde kijken of ik de halve maantjes er al uit kon wippen, hoorde ik een droge knal.

Iemand deed het licht uit.

Toen ik mijn ogen weer opende, zat ik op de garagevloer. De wereld was rood en mijn voorhoofd voelde vreemd aan. Toen ik mijn hand over het beton verplaatste, kwam ik een gebroken stuk prototype tegen. Dat lag naast het bovenstuk van de veerpoot waar ik zo enthousiast mee bezig was geweest.

Ik stond op en liep naar de keuken om mijn Lief te vragen even te kijken wat er met mijn hoofd aan de hand was.

Ze slikte en zei:

“Ik bel wel even de weekenddokter.”

Die dokter had wat later dikke pret. In plaats van te moeten luisteren naar het gezeur van mensen met ingebeelde kwalen, mocht hij op een regenachtige zondag een voorhoofd hechten.

Een halve maan, tot op het bot.

Hij was zelf ook een sleutelaar. Waardeerde de ambachtelijke insteek. Neuriede tijdens het naaien.

Prototypes verdienen vaak nog wat uitrijping.

En Bruynzeel-hechthout is heel sterk.

Maar niet altijd sterk genoeg.

Als we tegenwoordig iets aan onze motoren doen, zit dat meestal meer in de onderhoudshoek. Tijdens zo’n rondgang om je motor zie je vanzelf dingen die aandacht vragen. Dat is prettig. Rustgevend. Bijna meditatief.

Door kijkglaasjes naar de niveaus van olie en remvloeistof kijken is zinvol. Een missende kuipbout. Een glimmende schroefkop in een band. Een passend schroefje zoeken is een leuk klusje.

Maar rustig kijken en wat poetsen is ook onderhoud.

En onderhoud is behoud.

Wat de Japanse marketeers er ook van vinden.

In de tussentijd ben ik me alvast aan het indekken voor mijn verjaardag en voor Sinterklaas. Want de Matthys-catalogus? Die is pure porno voor sleutelaars.

En die schroefdraadopknapper?

Die heb ik mezelf alvast cadeau gedaan.

Old school romantiek. En hechtingen
Old school romantiek. En hechtingen

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

6 reacties

  1. Hahaha……doet me denken aan mijn eerste XT500. Ik vond dat het rempedaal ergonomisch iets versteld moest worden en vond tevens dat ik dat wel zelf kon.
    Hij trapte venijnig terug en ik heb me, kreunend en hinkend op de linkerpoot, suf gezocht naar die rechter slipper….

    • ..en dan voor het gemak ook ‘geen actieve herinnering’ aan de blokrevisie die elke 30k gedaan moest worden.
      Nee echt: vroeger was álles beter….

      My foot!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten