Sluitingsdatum septembernummer -> 21 juli
Old school romantiek. En hechtingen
In motorland heerst nogal eens een ‘vroeger was alles beter’-romantiek. Dat is geneuzel. Motoren zijn nog nooit zo goed geweest qua betrouwbaarheid en weggedrag. Met de komst van fietsen zoals de CRF 250, de KTM Duke 200, de Ninja 300 en de NC 700 wordt motorrijden weer net zo speels, dynamisch én betaalbaar als in de tijd dat een 350 cc-machine een serieuze middenklasser was en een Norton 99 met zijn 600 cc en 31 pk als pure sportbeul gold.
Service-intervallen om de 1500 à 2000 kilometer waren toen heel normaal. En in de tussentijd ging er dan ook nog van alles stuk.
Een Harley-Davidson Shovelhead had geen remmen en bleef alleen heel als je er niet harder dan 80 mee reed. Een bochtig traject rijden op een Laverda SF was ongeveer even dynamisch en uitputtend als met een eikenhouten vlot tegen een bergstroom oproeien. Hoe leuk dat ook kan zijn.
En het feit dat je aan een moderne motor niet meer zelf kunt sleutelen? Wees blij! Sleutelen was vroeger een noodzaak uit armoede. Langs de weg repareren met een leeg conservenblik, een stuk ijzerdraad en verbrande vingertoppen?
Bah.
Je was allang blij als je thuiskwam.
Sleutelen is tegenwoordig gewoon een andere hobby dan motorrijden. Toch is het erg leuk om te doen. En leerzaam ook.
Toen ik via via een revisieset met progressieve veer voor de veerpoot van een van mijn brommers kon scoren, was dat feest. Allemaal mooie nieuwe onderdelen in een plastic zak.
De demontage van de veerpoot was gehannes. Motoren van een jaar of vijftien geleden zijn ontworpen om zo efficiënt mogelijk in elkaar gezet te worden. Japanse engineers en marketeers worden watergek bij het idee dat iemand nog gaat sleutelen aan een motor die ouder is dan acht jaar. Die moet volgens het Japanse consumptiedenken gerecycled worden, niet gerepareerd.
Natuurlijk moest de oude veerpoot uit elkaar. Met wat zoekwerk vond ik uit dat daar speciaal gereedschap voor was bedacht waarmee je de veer kon indrukken om bovenaan een stel halve maanvormige sluitstukjes te verwijderen. Daarna was het een kwestie van appeltje-eitje.
Dat stuk speciaal gereedschap was op zondag echter niet te vinden. Uitgeleend in de tijd dat ik nog uitleende. En qua timing waren Matthys en HBM net even buiten beeld.
Maar het idee was duidelijk.
Ik besloot een prototype te maken van het befaamde Bruynzeel-hechthout, het watervaste multiplex waar complete boten van worden gebouwd. Als dat zou passen, kon ik het ontwerp later vertalen naar iets van staal.
De research & development van het prototype verliep voorspoedig.
“En als ik daar en daar nu gaten in boor, kan ik de zaak met een stel draadeinden onder spanning brengen.”
Waarom zou je dan niet, bij wijze van proef, meteen kijken of het werkt?
In feite ging het zo goed dat ik dacht dat mijn constructie sterk genoeg zou zijn voor het geplande eenmalige gebruik.
Ik draaide de moeren netjes om en om aan en de veerpoot werd steeds korter. Op het moment dat ik wilde kijken of ik de halve maantjes er al uit kon wippen, hoorde ik een droge knal.
Iemand deed het licht uit.
Toen ik mijn ogen weer opende, zat ik op de garagevloer. De wereld was rood en mijn voorhoofd voelde vreemd aan. Toen ik mijn hand over het beton verplaatste, kwam ik een gebroken stuk prototype tegen. Dat lag naast het bovenstuk van de veerpoot waar ik zo enthousiast mee bezig was geweest.
Ik stond op en liep naar de keuken om mijn Lief te vragen even te kijken wat er met mijn hoofd aan de hand was.
Ze slikte en zei:
“Ik bel wel even de weekenddokter.”
Die dokter had wat later dikke pret. In plaats van te moeten luisteren naar het gezeur van mensen met ingebeelde kwalen, mocht hij op een regenachtige zondag een voorhoofd hechten.
Een halve maan, tot op het bot.
Hij was zelf ook een sleutelaar. Waardeerde de ambachtelijke insteek. Neuriede tijdens het naaien.
Prototypes verdienen vaak nog wat uitrijping.
En Bruynzeel-hechthout is heel sterk.
Maar niet altijd sterk genoeg.
Als we tegenwoordig iets aan onze motoren doen, zit dat meestal meer in de onderhoudshoek. Tijdens zo’n rondgang om je motor zie je vanzelf dingen die aandacht vragen. Dat is prettig. Rustgevend. Bijna meditatief.
Door kijkglaasjes naar de niveaus van olie en remvloeistof kijken is zinvol. Een missende kuipbout. Een glimmende schroefkop in een band. Een passend schroefje zoeken is een leuk klusje.
Maar rustig kijken en wat poetsen is ook onderhoud.
En onderhoud is behoud.
Wat de Japanse marketeers er ook van vinden.
In de tussentijd ben ik me alvast aan het indekken voor mijn verjaardag en voor Sinterklaas. Want de Matthys-catalogus? Die is pure porno voor sleutelaars.
En die schroefdraadopknapper?
Die heb ik mezelf alvast cadeau gedaan.

Worden die revisiesets voor oudere veerpoten nog een beetje geleverd, of was dit weer zo’n toevallige via-via vondst?
Norton 99 met 31 pk als sportbeul, daar mag de hedendaagse pk-jager even rustig op kauwen
Die Shovelhead op 80 houden klinkt meer als zelfbehoud dan als karakter
Ook. 🙂
Mis ik toch een beetje de ongeval foto’s van het slachtoffer.
Pictures or it didn’t happen, in zijn goeiste nederlands.
En veren is altijd gevaarlijk.
Je bent niet de eerste die ze terugkopt.
Geen foto’s van het bloedende rund. Uit schaamte en privacyregels
Romantiek? Als de room eraf is houdt je het antiek over…
🤣🤣🤣
Das diep. Heeel diep
Moderne motoren zijn in bijna alle opzichten beter natuurlijk. Anders zou er geen ontwikkeling plaatsgevonden hebben. Maar inderdaad kan je er niet veel zelf aan sleutelen en dat was, en is, juist zo leuk. Waarom dan geen oldtimer aanschaffen? Je mag toch nergens harder dan 50/70/100 en 120 op de snelweg, in België tenminste. Mijn bijna 50 jaar oude Yamaha (33 jaar in mijn bezit) haalt wel 140km/u. als het moet. Maar het moet niet, beter de snelweg vermijden! Heerlijk toeren en genieten op de kleinere en de echt kleine weggetjes. Daar zit je je ook niet continu achter een auto te ergeren.
Waar dienen die moderne motoren eigenlijk voor……..?
Moderne motoren zijkn bedacht door financieringsmaatschappoijen. Niks mis mee. Als je van betalen en afschrijven houdt
Ja Dolf, jij doet nu eenmaal veel op eigen (Bruynzeel) houtje!
En dan het elke 500 km uitkoken van je ketting, op een camping gaz brander natuurlijk! Wie weet dat nog?
Een keer in de keuken op het gasfornuis gedaan. Maar toen was ik nog jong
Hahaha……doet me denken aan mijn eerste XT500. Ik vond dat het rempedaal ergonomisch iets versteld moest worden en vond tevens dat ik dat wel zelf kon.
Hij trapte venijnig terug en ik heb me, kreunend en hinkend op de linkerpoot, suf gezocht naar die rechter slipper….
Aan moderne motoren niet kunnen sleutelen is irritant, maar langs de weg met ijzerdraad staan is ook geen hobby hoor 🙂
Dank voor de prachtige tekst!
Een leermomentje
Die 1500 tot 2000 km service-intervallen vergeten veel romantici nogal makkelijk
..en dan voor het gemak ook ‘geen actieve herinnering’ aan de blokrevisie die elke 30k gedaan moest worden.
Nee echt: vroeger was álles beter….
My foot!
Romantiek gaat voor alles!!!
Ik las dat er nu motoren zijn waarbij de kleppen om de 40D gechecked moeten worden. Kost wel 1200 e , Maar als je toch niet meer dan 3K/jaar rijdt…