Herinneringen 1: Maurice Huenen

Auto Motor Klassiek » Motoren » Herinneringen 1: Maurice Huenen

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Je vraagt in AM Klassiek Nr.9 ‘welke motor ik mij het meest herinner uit mijn verleden’. Om dan alweer met Blauwtje te komen aankakken is dan ook alweer zoiets. Maar dan was er die Harley WLA. De eerste motor waarop ik ooit reed. Het was ergens in 1981…

De neefjes van onze buurvrouw thuis hadden een Harley gekocht. Een WLA uit 1952. Rood en gewoon een burger uitvoering. Hij was een ‘non runner’ en daar was de prijs ook naar. Het ding werd bij onze buurvrouw in de garage neergezet om eraan te sleutelen, zodat hij weer tot leven zou komen. Je raadt het al, dat tot leven wekken lukte niet zomaar. Ze hebben zich namelijk helemaal suf getrapt op die kuitbeen rammende kickstarter. Hoewel op na ontsteking sloeg hij toch vaker terug.

En áls hij dan aansloeg, wilde hij opeens achteruit draaien waardoor de vlammen uit het luchtfilter bij de carburateur sloegen. Bij degene die tijdens het aantrappen door de ander het mengsel met de choke probeerde gunstig te stemmen, sloegen de vlammen vastberaden in zijn kruis. Droogjes werd er opgemerkt dat hij wel voor hetere vuren had gestaan. Maar hoe dan ook wilde het kreng niet lopen.

Iedereen leende om de toerbeurt zijn verse startbeen. Zo ook ik. Ik gaf er een hengst op waarna het V-blok besloot terug te slaan. Met een ferme zwier werd ik over het stuur geslingerd waarbij mijn bollenwinkel ‘en passent’ hard kennis maakte met het stuur. Een prettig gevoel was echt iets van een andere wereld!

Mijn vader kwam na enkele dagen toch maar eens kijken. Analytisch gadeslaand wat er gebeurde vroeg hij: “Jongens, kan het misschien zo zijn dat het verdeler-asje er een halve omwenteling verkeerd in zit?” Resoluut klonk er een stevig ‘nee hoor!’. Mijn vader trok al even resoluut aan zijn peuk en knikte met een begripvol gebaar zo van ‘dat weet ik zonet nog niet’. Vader en ik liepen van de ene oprit naar de andere en toen we weer thuis in eigen garage aan de slag waren hoorden we opeens een luide vloek vanaf ‘Harley zijde’: “Godv…..Heeft ie nog gelijk ook!! Ik meteen weer naar de Harley boys. Bleek het asje inderdaad een halve omwenteling verkeerd te staan. De verdeler eruit getild, asje verdraaid, verdeler erin en de ontsteking rap opnieuw getimed. Het grote moment was aangebroken.

De Harley kreeg een schop op zijn kickstarter waarna hij acuut tot leven kwam. De rotzooi die door duizend keren trappen, maar niet lopen, in de uitlaat terechtgekomen was, ging aan de schroei en in de hens. Een kort vlammend betoog dat gevolgd werd door een minuten lange rookproductie lieten een rijk gesmeerde tweetakt absoluut verbleken. De Harley leefde!! De helm ging op en buurvrouw’s neefje ging ermee rijden. Terwijl de Harley langzaamaan uit beeld verdween, markeerde het rookgordijn de afgelegde weg nog enkele minuten zoals de broodkruimels van Hans en Grietje van weleer en vulde de straat zich met blauwe damp zover het oog reikte.

Na tien minuten hoorde ik hem terugkomen. De rook om ons hoofd was inmiddels verdwenen en een wat knisperende Harley ademde een onvergetelijke nostalgische geur. De dag erna werd mij gevraagd er even op te rijden, omdat de niet gesynchroniseerde bak niet zo lekker schakelde. 16 jaar en zonder rijbewijs… Het ding zou sowieso gereviseerd worden en de schade aan de bak viel uiteindelijk wel en niet mee. Maar goed, het zou allemaal prima in orde komen.

Ik stapte op, startte de WLA met één enkele trap en reed weg alsof ik nog nooit iets anders gereden had. Eenmaal op snelheid moest er ferm linksaf geslagen worden. Ik kneep in de voorrem, maar die gaf pontificaal niet thuis. Gloeiendegloeiende! Geschrokken maar berekenend consulteerde ik meteen de achterrem een stuk fermer. Die deed echter het achterwiel acuut blokkeren. Loslaten en voorzichtig opnieuw bedienen zorgde voor voldoende vertraging waarna de bocht keurig werd ingezet en al even keurig werd gerond.

Op de weg keren was wennen. De voetkoppeling licht slippend gezet en met de remmen controlerend kon de Harley gekeerd worden. Trots als een hond met zeven staarten parkeerde ik de Harley voor de neus van zijn baasje en deed verslag van mijn bevindingen. Het Harley-baasje stond nog steeds te brullen van het lachen want hij wist vooraf precies hoe de remactie zou verlopen, ha!

Een week daarna kwam de broer van het Harley-baasje terug van een rit met die motor. Volledig bezweet parkeerde hij hem bij ons op de oprit. De accu was leeg en daarom had hij kilometers moeten duwen.

Bij een kop koffie kon hij bijkomen van zijn inspanningen terwijl hij mijn vader vroeg wat de oorzaak kon zijn. Het schema werd door vader geconsulteerd. In alle rust werd er een sjekkie gepield en aangestoken. Toen hij zich ingelezen had begaven we ons gedrieën naar de Harley. Draden werden nagelopen.

Ik haalde wat gereedschap en haalde het kapje van de dynamo. Vader keek naar de draden, keek naar het schema en keek weer naar de draden. Hij nam het sjekkie van zijn lippen, wees naar de aansluitklemmen onder het kapje en zei: “Verwissel die twee draden maar even met elkaar. Dan doet ie het weer”. Buurvrouw’s neefje keek hem ongelovig aan terwijl ik de draadjes snel voor hem wisselde en het kapje weer monteerde. We spraken af dat ik hem maar even zou aanduwen.

Met een luide knal in de uitlaat stond de Harley voor de tweede keer op uit zijn dood. De multimeter eraan en jawel, de accu werd netjes geladen. Er hoefde niet meer geduwd te worden. Zijn broer heeft zeker nog dertig jaar op dat ding gereden!!

Al met al valt wel te begrijpen dat ik die motorfiets nooit meer zal vergeten. Onvergetelijk zelfs. Het motorvirus had mij echter ongenadig besmet!!

Groeten!!!

Maurice

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

9 reacties

  1. Leuk verhaal en herkenbaar. Ik heb mijn WLC alweer 26 jaar in mijn bezit. Daarom is het wel grappig om te zien dat in een verhaal over een WLA er een foto van een WLC geplaatst is. Check de voorrem maar even.

  2. Ach..de WL(A).
    Door Harley-rijders geliefd en verguisd, want ’te langzaam’, ‘geen grote’..maar niet dood te knuppelen.
    Ik was nog een snotjong op een brommertje toen ik mee mocht rijden in een zijspan gekoppeld aan zo’n legerfiets; man, wat een machine…die wilde ik ook!
    Jammer dat het een Harley-Davidson was en geen Honda, want prijzig zijn ze in vergelijk met een ouder Japans beestje wel..
    Het heeft even geduurd, maar nu heb ik zo’n ouwe zijklepper.
    Rijden is een bijzondere ervaring, aan de motorrijlessen had ik weinig.
    Schakelen met de hand en koppelen met de voet is namelijk niet behandeld, en da’s in het begin best …uitdagend.
    Beheers je de techniek, dan rijdt zo’n oude stamper heel aangenaam; weinig pk’s, dus weinig snelheid, maar een heerlijk koppel.
    Ik ben blij dat ik deze droom heb kunnen verwezenlijken.
    Sleutelbehoevend? Valt best mee, onderhoud heeft elke machine nodig, deze (door ontbreken oliefilter) wat vaker.
    De levensduur werd in oorlogstijd opgegeven als ’30 dagen zonder onderhoud’…80 jaar later loopt het spul nog.
    Je kunt reviseren tot je een ons weegt, en alles is (weer) verkrijgbaar, al is de kwaliteit niet altijd zoals OEM.
    Ach..beter iets dan niets

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten