Een meevaller

Auto Motor Klassiek » Motoren » Een meevaller

Sluitingsdatum maartnummer -> we zijn aan het afsluiten

Automatische concepten

“Jij bent geen klassiekerliefhebber. Je hebt gewoon nooit geld voor een  fatsoenlijke motor gehad”. Dat werd met een milde glimlach gezegd door de oprecht trotse en blije eigenaar van een hoogst klassieke Triumph T160.

Mijn eerste motor kostte honderd gulden. Omdat ik niet meer geld had. De motoren die ik had en heb zijn onder mijn hoede doorgaans gewoon vanzelf vanaf ‘oud’ klassiek geworden. Voor het geld dat ik te besteden had, kon ik altijd wel wat kopen waar de markt niet om zat te springen, maar waar ik schik in had.

Zo heb ik de laatste dertig+ jaar altijd wel een Guzzi in de schuur gehad. Nooit een V7 Sport of dat soort droomfietsen. Maar ik kocht doorgaans het type Guzzi dat op dat moment gewoon het minst geliefd  was. Een SP1000, wat Cali’s van de jaargangen buiten de meest recente. Een paar V65’s erbij, omdat in mijn jeugd een 650 cc machine van 50 pk nog iets heel indrukwekkends was.

Op zo’n manier leer je de weg en de zwakke punten binnen een merk wat kennen. En dat is leerzaam. Online zag ik een Cali III staan. “Heeft lang stilgestaan. Doet het niet. 1.250 euro.” Het ding stond nog in de buurt ook. In een schuur in het groene achterland van de IJssel.

De verkoper had een baard. De Guzzi zat onder een centimetertje stof en stro. Maar hij stond onder dak in een goed geventileerde ruimte.

Na een korte kennismaking werd de V-twin op zachte banden naar buiten gewrikt. Onder het tankdeksel rook het nog naar ouderwetse benzine. De teller stond op 78.000 kilometer. En natuurlijk was de accu plat.

De motor zou het niet doen. En vanuit mijn ooghoek zag ik iets wat mijn hart een huppeltje van verwachting liet maken. Maar ik hield me op de vlakte en pakte mijn jump-accu.

De Guzzi gaf geen asem.

De verkoper in spé stond erbij en keek ernaar.

We kwamen tot zaken. Voor 900 euro had ik er een Guzzi bij.

De Guzzi werd op zijn slappe bandjes op de aanhanger geduwd.

Ik betaalde weinig en beloofde het vrijwaringsgewijs op te sturen.

Bij het eerste het beste tankstation stopte ik / Ik legde de jumpaccu weer over de polen en … Zette de dodemansknop om. Want ik had al gezien dat die ‘uit’ stond. Na wat hoesten en proesten sloeg de V-twin aan.

Mijn nieuwe aanschaf kreeg een schoonmaakbeurt van twee dagen. Hij kreeg een paar verse remslangen, een nieuw lucht- en oliefilter. Frisse bougies en de zegen mee. Hij zag er keurig uit en werd mijn daily driver.

Hij ging weg met 240D km op de teller.
In de tijd dat ik hem had, heeft hij nooit meer dan normaal onderhoud gehad.

Maar de laatste paar winters hadden hem geen goed gedaan.

En nu? Nu heb ik nog steeds een Guzzi. Een V7 uit 1967.
Een beeldschone, nooit gerestaureerde machine.

Een Echte Klassieker.

En de enige machine in 50+ jaar waarop ik bij een tankstation een serieus bod kreeg.

Een meevaller
Een meevaller
Een meevaller
Een meevaller

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

3 reacties

  1. Veel hobbies gebaseerd op ‘spullen’ zoals camera’s, auto’s en motorfietsen worden veelal beleefd als het bezit, niet zozeer het gebruik van het materiaal.
    Waarderen van wat ook een ‘mindere’ motorfiets kan bieden is dan ook voor veel lieden niet weggelegd. Want een bocht snel genomen op een fiets van een scheet en drie knikkers kan even- of is zelfs meer – adembenemend zijn dan met een geperfectioneerd superkanon met navenant prijskaartje.
    En indien je als hobby ook nog het sleutelen hebt, of de technische interesse verder gaat dan een stel museale pronkstukken, blijkt er een heel grote wereld te zijn waarin je kunt blijven rondtrekken voor relatief weinig reiskosten.

  2. Ja, die V7 is een prachtige klassieker en geloofwaardig door zijn gebruikssporen. En als hij hoed loopt, puur genot zo’n machine! Blauwtje is eind ‘81 geboren en in de daaropvolgende januari met bewijs van registratie losgelaten op de weg. Officieel is het een klassieker. Echter een R45 kan weliswaar heel mooi en keurig klassiek worden maar waardevol zullen ze nooit echt worden. Vandaar dat ik sans scrupules zijn hart ‘gemutileerd’ en fijngeslepen heb. Met een R90S zou ik dat waarschijnlijk wel uit mijn hoofd laten. Al zou ik nooit zover gaan om zowat een moord te doen voor matching numbers die er met exact het juiste cijfertype en -grootte ingeslagen zouden zijn. Evenmin om de chroomlaag op zijn onderlegringen te gaan meten ten faveure van een ‘concoursstaat’ of zo. Ik zou toch eerder de technische vooruitgang de voorrang geven, ook al dat zou betekenen dat hij andere sproeiers dan origineel zou hebben. RVS schijfjes mogen ook 😉

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten