Nieuws

De Maico Taifun (1953-1958): Een topstuk op de valreep

By  | 

Opvallend en toen buitengewoon. Dat was Maico’s luxe model, de Taifun, met zijn uitstekende rijwielgedeelte, een tweecilinder tweetaktblok (in 400 en 500 cc uitvoering) en riant van plaatwerk voorzien.

De Maico Taifun

Toen de Maico constructeurs in 1951 met de ontwikkeling van een nieuwe modellijn, waarvan de Maico Taifun het topstuk was, begonnen zag de toekomst van de motorfiets er nog rooskleurig. Aan het begin van de jaren vijftig groeide de motormarkt explosief. Dat het daarna zo snel bergaf zou gaan, dat vermoedden maar weinig mensen.

Doordachte topkwaliteit

Maico had concurrentie en moest daarom argumenten aanvoeren voor het 350 en 400 cc topstuk uit de lijn. En argumenten hadden ze: al het plaatwerk moesten het de bestuurder en zijn mede opzittende mogelijk maken om op de motor te stappen zonder vies te worden. En de Taifuns waren snel, betrouwbaar en servicevriendelijk.

Het uiterlijk van de Maico Taifun was dan wel spectaculair, maar het verhaal ging dieper. De Maico Taifun zat ook vol met ongewone constructie-ideeën. Het rijwielgedeelte was een echt highlight. Het glad afgewerkte motorblok fungeerde er als dragend element in. De lichtmetalen achtervork was in silentblocks gelagerd. In de massief gevormde, gesloten oliebadkettingkast, die als rechterachtervorkpot functioneerde, deed een ketting zijn werk.

Ook voor de vering was er iets bijzonders bedacht

De achtervork steunde met twee schroefveren en (eerst één, later twee) aparte hydraulische schokdempers tegen een gietstuk dat aan dat op de carburateurbehuizing aansloot. Die schokdempers waren wat naar achter verzet om het krachtenspel er in laag te houden. Bovendien waren er, bij grote belasting, nog twee binnenliggende veren die met een hendel versteld konden worden. De optimale geometrie van achtervork en de aandrijfas met tandwiel zorgden er – samen met de oliebadkettingkast – voor dat de ketting bijna eeuwig mee ging. Om te voorkomen dat de kettingspanning bij het inveren zou veranderen, lagen scharnierpunten van de achtervork in lijn met het hart van de uitgaande as.

Het voorwiel van de Maico Taifun hing in een geduwde schommelarm vorvork waarvan de schommels met aerodynamische lichtmetalen gietstukken waren afgedekt. De voorvork was hydraulisch gedempt. Aan de bovenkant zat ook alles aan een gietstuk met het balhoofd daarin opgenomen. Het grote spatbord was er onderaan geschroefd. Aan de achterkant zat geen feitelijk spatbord, maar een volumineus stuk carrosseriewerk dat werd afgetopt met de op de bovenste framebuis geschroefde buddy.

De tweecilinder korteslagmotor was er als 350 cc- en 400 cc machine

Om een zo hoog mogelijke cartercompressie te krijgen, waren er hoogwaardige asafdichtingen gemonteerddie de kogellagers van de achteruitlopende krukas gasdicht afsloten. De motor was levendig en leverde een mooi koppel.
Geen wonder dat de Maico Taifun zijn naam eer aan deed en heel wat zwaardere fietsen de baas was. In de 350 cc versie leverde de motor 19,5 pk bij 5.100 tpm, de 400 was 22,5 pk sterk. Inademen deden de Taifuns door een Bing rondeschuif carburateur van ø 26 mm. Van de 350 cc Maico Taifun zijn er overigens minder (100-200 st.) gemaakt dan van de grote (1.500-2.000 st.)

Snel en goed

Strakke sprints, een indrukwekkende acceleratie en een topsnelheid van 130- respectievelijk 135 km/u, waarmee hij sneller was dan menig concurrent, maakten net zoveel indruk als de rustige loop van de motor, het brede nuttige toerengebied en het goed geveerde en gedempte rijwielgedeelte. De volle ø 200 mm trommelremmen zorgden dat de snelheid er ook effectief uitgehaald kon worden. Omdat Maico zoveel lichtmetalen onderdelen had gebruikt woog de Maico Taifun toch maar 164 kio.

De 400 cc machine werd ook gewaardeerd als zijspantrekker

De Maico Taifun topsnelheid op drie wielen was ca. 110 km/u. In tegenstelling tot veel andere zijspancombinaties hoefde de geometrie van het rijwielgedeelte bij de Maico niet aangepast te worden. En aan de details was ook gedacht. Zo zaten er uitparingen in de motordeksels voor de passagiersvoetsteunen. Opgeklapt zaten die dan mooi uit zicht. In de snelheidsmeter zat – toen al – een mechanische versnellingsindicator, die met een bowdenkabel bediend werd.

Maar toch verkocht Maico er niet veel van

Dat kwam dus omdat de doelgroep inmiddels zijn geld liever aan een autootje uit gaf en omdat de concurrentie groot was, ondanks het feit dat de Maico moderner was.

De Maico Taifun was in 1958 uitgewaaid en Maico wankelde op de rand van de afgrond. Maico overleefde omdat het merk zich al in de vroege jaren vijftig op de terreinsport had gericht. Dat hield het bedrijf gaande. En zo werd Maico toonaangevend in de wereld van de noppenbanden.

De club: www.maicorijdersclub.eu

Op een club bijeenkomst

Dolf Peeters, automotive journalist, tekstschrijver, vertaler, lid van de Heeren van Arnhem

    Leave a Reply

    Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

    X
    X