De herinneringen van Rolf Wassens….

Auto Motor Klassiek » Artikelen » De herinneringen van Rolf Wassens….

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

In dit laatste deel van “De herinneringen van” vertelt Rolf Wassens over zijn ervaring met de nog meer BMW’s, de bijbehorende technische problemen en de keuzes die volgden. Na BMW probeerde Rolf een aantal goedkopere motoren en vond verrassende waar voor zijn geld.dat moest worden uitgegeven. En toen kwam er een erfenis…..


R 1100 RS

Die heb ik nog. Fijne, speelse motor, niet zo geschikt voor lange afstanden door zijn windgevoeligheid en beperkte bescherming. Uitstekende remmen, mooi stil blok, fijn schakelen. Hij had jarenlang last van het bekende KFR – het inhouden en weer gas geven door een matig werkende injectie. Daar zou niets aan te doen zijn, en ik was al aan het rondkijken naar iets anders, toen ik Tjibbe van Houten eraan liet sleutelen. Sindsdien is het hinderlijke inhouden op onverwachte momenten weg en de rode BMW blijft. Kameraad Tonnie vindt die ‘oilheads’ maar niks, het moeten luchtgekoelde 4-klepsboxers zijn. Dat begrijp ik wel, maar deze oilheads sturen en remmen beter. De afwerking, bijvoorbeeld van de stroomkabels en de lak van het ‘frame’, is slechter. Vroeger was de strijdkreet van BMW: “Door motorrijders, voor motorrijders.” Met de oilheads deden de marketeers en de boekhouders hun eerste schreden op een nieuwe weg… En we weten het van de borden langs de weg: nieuw wegdek kan gevaarlijk zijn.

K 75

Specifiek voor de winter kocht ik weer een goedkoop geval, een K 75 in Bargercompas. Daar kan niets aan roesten en de lakkwaliteit is erg goed. Voor mij is het een fijnere zithouding dan de Honda Revere of Deauville. Er zat een RS-kuip op, wat de motor uniek maakte, maar zonder de heerlijke spiegel- en handverwarming vanuit de kuip die origineel is op de echte RS. Naast de K 100 was dat een gering verschil, dus ruilde ik de K 100, die nog wel eens storingen had, in tegen opnieuw een Pan European. Mijn echtgenote miste het comfort van de eerste Pan. We kwamen deze tegen op een strooptocht naar een goede tweepersoonsmotor bij een motorzaak; dat wil zeggen, buiten. Hij was van iemand die de Pan zou inruilen tegen een Suzuki Intruder. Wij boden de inruilprijs en hij kreeg korting op de Intruder, dat was dus een win-winsituatie. De verkoper van de motorzaak vond dit niet leuk – hij verkocht mij daardoor niets. Ik vermoed dat de koper van de Intruder nog wel eens met spijt aan zijn Pan heeft teruggedacht. Maar wie ben ik om me daar zorgen over te maken?

Vergissing

Een hoop motorfietsen en ervaringen later… Dan zou je denken dat alles goed is, maar door een erfenis kreeg ik dollartekens in de ogen en een oude interesse laaide op: Harley-Davidson. Altijd mooi gevonden, nooit aangedurfd want veel te duur. Wel eens een dagje gehuurd. Dat bleek voedsel voor dagdromen. Maar nogmaals: toen te duur. Maar toen was er opeens Geld! Dat schrijf je inderdaad met een hoofdletter. Als het om Harleys gaat. Bij een grote, mooie (en dure) zaak kocht ik een werkelijk schitterende donkerrode Electra Glide. Voor erbij, als ik eens lekker wilde relaxen. En om lang naar te kijken (en te poetsen, want de chroomkwaliteit was beroerd).

Dat pakte verkeerd uit. Er was garantie, maar je wordt het snel zat als je mooie motor weer bij de motorzaak staat en er weer iets vreemds is dat ze niet kunnen vinden. Uiteindelijk heeft diezelfde zaak de motor voor mij in consignatie verkocht, ruim een jaar later. Dat was een duur jaar. Daarmee hield het verhaal over Harleys voor mij op. ‘Been there, done that.’ Ik laat het merk als legende in zijn waarde…

Drie of vier

Intussen was ik dus de trotse bezitter van drie motoren: BMW R 1100 RS, BMW K 75 en een Honda ST 1100 Pan European. En ter verhoging van de feestvreugde inmiddels ook van een mooie grote schuur. Het befaamde ‘empty nest syndrome’ sloeg toe. Lege plekken geven hartzeer! Daar kon nog wel een driewieler bij, en dat werd na enig zoekwerk een BMW R 80 met een Ural-bak. Ideaal in de winter, en om muziekspullen of iets anders mee te nemen. Mijn kleindochters vinden het ook leuk. En wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Toch?

N+1

Waarom drie solomotoren? Nou, dat is logisch:

  1. voor de lange afstanden en duoritten, en voor in de regen,
  2. een pekelfiets, en
  3. eentje voor het leuke bochtjesrijden binnendoor.

Ze zitten op één verzekering – dus dat maakt niet uit. En voor de belasting hoef je het niet te laten. Bovendien is er dan altijd wel iets te sleutelen.

Komt er nog wat anders? Nou ja: het ideale aantal motorfietsen is N+1. N is het aantal dat je hebt. De +1 is de motor waarvan het je net te binnen schiet dat je hem altijd al had willen hebben…

Zo’n Yamaha FJR is ook wel mooi, of toch nog eens een Guzzi California? Zo’n Cali hoeft niet duur te zijn.

In elk geval gaan we niet verhuizen naar een huis met een kleinere schuur.


Ik hoop dat jullie mijn herinneringen met plezier hebben gelezen.
Tot een keer onderweg!

De herinneringen van Rolf Wassens....
De herinneringen van Rolf Wassens....
De herinneringen van Rolf Wassens....

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

10 reacties

  1. Ik rij zelf die gemuteerde R45 en een R1150R. De laatste deed dus ook KFRen als ‘enkelvonker’. BMW bedacht daar de oplossing in Twinspark voor. Iets dat mijn R45 al zo’n bijna twintig jaar heeft of zo. De R1150R heeft dat dus (nog?) niet. Ik zie wel. Toch heb ik dat KFRen eruit gekregen. Dat vereist ten eerste een inzicht in het interpreteren van de verschildruk en welke merite van de gaskleppen daar welke invloed op hebben. Zodoende moest er ook aan de ‘don’ts’ van de gaskleppen gesteld worden, de nul aanslag. Daar mag je normaliter niet aan stellen maar het was uiteindelijk onoverkomelijk na het reviseren van de gaskleppen met de zgn. ‘Dan Cata kit’. Nu staan de lucht omloopschroeven voor de eerste keer in zijn leven op 0,2mm gelijk van elkaar in hun stand. De gelijkloop heb ik goed op orde kunnen krijgen. Het resultaat is echt veel beter dan zoals ik hem van origine gewend was.
    Weet dat de ondergrens opzoeken met de klepspeling (door iets strak stellen) en verschil in strskheid li/re KFRen aardig in de hand werkt en dat zelfs het merk benzine ertoe doet. Dat laatste, daar ben ikzelf achter gekomen.
    Als verschildrukmeter gebruik ik geen vacuümmeters, noch kwikbuisjes. Laat die maar voor wat ze zijn. Ik werk met een manshoge water U-buis. Die heeft t.o.v. een kwik U-buis een 13 voudig oplossend vermogen in de aflezing. En als anderhalve centimer waterkolom verschil al voelbaar is, zo pleit dat boor de water U-buis. Nauwkeurigheid is alles. Na het synchroniseren niet vergeten om wellicht ook even naar de afstelling van de gasklepsensor (links) te kijken. Een te laag gemeten spanning laat hem niet zo fijn rijden, zo merkte ik. Zie de manual voor de voorgeschreven meetpunt. Waarde 0,390V 👌🏼Als tegengif tegen KFRen kan ook de zgn. ‘Recyclizer’ gemonteerd worden zolang de fiets niet gechipped of geremapped is. Van al die zaken knapt ie op!

    • Trouwens, zo’n Pan European is een mooie fiets(!). Althans dat vind ik. Het exemplaar dat ik gereden heb voelde looiig aan met sturen en (ik dacht dat het links was) mijn knie werd zowat gebakken door de hete lucht vanuit de kuip. Het zou mijn vriend hier in het Limbabwaanse heuvel helaas niet worden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten