Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
De herinneringen van Rolf Wassens – Deel 2: Een gouden Zündapp en avonturen in het buitenland
In dit tweede deel van de serie “De herinneringen van” stapt Rolf Wassens over op een Duitse Zündapp, een brommer die hem niet alleen door Nederland, maar ook naar het buitenland brengt. Samen met zijn vrienden beleeft hij een avontuurlijke reis door Duitsland, Zwitserland, en Oost-Europa, waarbij heimwee en militaire grenswachten hun zenuwen op de proef stellen.
Onze plaatselijke fietsenmaker Van Treeck wist mij te overreden om iets degelijks Duits te kopen, een goudkleurige Zündapp. Dat was inderdaad een prima ding. Ik heb er heel veel mee gereden. Met vier jongens zijn we naar Italië gereden om aan het strand meisjes te kijken, tenminste dat was de bedoeling. Ik met de Zündapp, Bart met de Casal, Hans en Rutger met Honda’s. Geweldig, wij werden toen we Duitsland binnenreden van het fietspad de autoweg opgestuurd! Wij voelden ons motorrijders :). In Zwitserland liepen we daarmee vast, want door de Gotthardtunnel moest je minimaal 70 rijden. We kregen toen geleide van de ADAC met zwaailichten vóór en achter ons. Ze vonden ons wel grappig. Minder grappig was dat ik een wesp onder de helm kreeg bij de Tsjechische grens en in paniek de weg overstak. De jongens dachten dat ik gegrepen zou worden door de aanstormende vrachtwagen, die vol in de remmen moest en mij maar net kon ontwijken. Ik bereikte de overkant en gooide de brommer in het gras en mijzelf in de sloot om de wesp te verzuipen.
Helemaal niet grappig was dat één van ons heimwee kreeg en dat werd heel erg toen wij de Hongaarse grens overstaken – dat betekende toen in geweren kijken, mitrailleurs zien die vanaf uitkijktorens op ons gericht waren, gemene herders overal en erg onvriendelijk douanepersoneel. Niet bepaald zoals die Ierse douanier een paar jaar geleden: “How are you, welcome in my country and have a nice time.” De heimwee van onze vriend was niet te harden en niet te houden. We moesten terug, maar eerst nog wat eten in een dorpje. Daar kregen we enorm veel aandacht, het hele dorp liep uit om onze brommers te bekijken.
Schieten
Wij weer terug naar de grenspost, maar dat ging niet door. Je moest in die tijd een inreis- en uitreisvisum hebben, en het grensstation dat op de uitreis stond, daar moesten we over en geen andere. Wij weken toen zonder goede kaart van onze route af om af te snijden en kwamen ‘s nachts onbedoeld door een militair gebied. Ineens werden er lampen op ons gericht en geweren – omsingeld door een groep militairen. Gelukkig konden we duidelijk maken waar we heen moesten; ons onschuldig uiterlijk zal ons goed gedaan hebben. Ze lieten ons door, maar vriend Heimwee sidderde van angst, zijn Honda’tje stond te schudden. Ze lieten ons gaan en we gingen verder. Nou wil het geval dat ik al eerder last had van een langzaam lostrillende uitlaat, en dat ding schoot dus daar net nadat we weggereden waren bij de militairen terwijl ik achter vriend Heimwee reed, ineens los middenin de verder stille nacht. Alsof er op ons geschoten werd, en vriend Heimwee legde zijn angstige lijf plat op de Honda en ging er vandoor. Ik knoopte de uitlaat wat vast en reed achter de jongens aan. We bereikten de grens met Joegoslavië, en vriend Heimwee liet zich na het passeren van de grens op de grond vallen en huilde: “Vrij, eindelijk vrij.” Wij moesten wel terug, bij elke telefooncel of hotel belde hij zijn moeder, die constant thuis in Kampen aan de telefoon zat.
Rook in de bergen
Om weer terug te komen moesten we weer door de bergen. Flink klimmen dus. Bart had een Casal, die was opgevoerd tot 90 km per uur. Omdat wij langzamer reden, reed hij met minder dan halfgas, soms reed hij ons triomfantelijk voorbij om de boel even los te trekken. Hij wist dat er gevaar van dichtkolen bestond bij zo’n slecht belaste tweetakt. En dat gebeurde ook; de snelle en superieure Bart met zijn Casal kon ons bergop niet bijhouden! Wij hebben hem moeten tegenhouden, want hij wilde zijn Spaans volbloedpaard in een ravijn gooien. Kameraad Rutger had thuis een broertje dat veel aan brommers ‘prutste’; daar had Rutger zelf ook veel van geleerd. We haalden de uitlaat los van de Casal, en die zat inderdaad helemaal dichtgekoold. Hoe kregen we die troep eruit? Rutger ging droog gras plukken, duwde dat tot woede van Bart in de uitlaat, en stak het gras met de gasaansteker aan van roker Bart. Een grote zwarte kwalm was het gevolg, en de uitlaat brandde schoon. Bart blij.
Lees verder in deel 3, waar de volgende avonturen van Rolf in de brommercultuur en zijn reizen worden voortgezet.

Es macht wirklich große Freude,hier alles mitzulesen.Natürlich kommen da viele Erinnerungen hoch.Bei mir war die Erste auch eine Zündapp in Monza Blau.Das muss so um 1967 gewesen sein.Bis auf eine Fahrt ins Sauerland (Nordrhein Westfalen)habe ich merkwürdiger Weise keine weiteren Fahrten damit unternommen.Warum weiß ich selber nicht.Das finde ich heute bedauerlich.
Soms is een tijdelijke verandering een soort van verbetering. Moet echter altijd ongedaan gemaakt kunnen worden vind ik
Toen ik 16 werd kocht ik een Honda Amigo, het automaatje met de tank onder de bagagedrager.
Daarmee met een paar vrinden (SS50, C50 en een PC50) in de zomer naar Terschelling.
Op m’n 18e, ik had intussen een CD50, naar (toen-nog) Tsjechoslowakije, want volgens de barverhalen was Pilzen ’the place to be’..
Daarna motorrijbewijs, exit CD enter CB350F…
Nu, járen later, toch weer een PC50 en een C310s bij het grote spul.
Bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaat..
Tja,mooie verhalen. Ik wou dat ik nog 18 was……Ben 71.
In het verhaal over Zündapp en Casal wordt aangehaald dat Casal Spaans is wat helaas niet klopt!
De hardware van Zündapp is door China opgekocht, derwijl de Software (Personeel) door inzet en medewerking van de
Fa. HUVO (HUberts en VOskamp) bij Casal in Portugal terecht is gekomen.
Hiervan is recentelijk door Henk van Kessel een boek verschenen (leven tussen Start en Finish) waar dit aan de orde komt.
Zelf was ik hier door mijn vriendschap met Jaap Vooskamp (Van Veen Kreidler en OCR1000 tijd) ook bij betrokken.
m.vr.Gr. Harald
Geweldige dingen die Zündapps!
Ik ben boerenzoon dus als “echte boer” had je feitelijk de keuze uit Kreidler of Zündapp. Mei ’73 kreeg ik mijn gouden Zündapp, een van de eersten met de stangen tussen balhoofd en onderkant motorblok.
Iedere dag feest, 3 jaar lang iedere schooldag 20 km naar de Middelbare Landbouwschool in Emmeloord en 20 km weer terug.
De Zündapp ging (achteraf natuurlijk spijt) eind 1977, ik had werk in 3-ploegendienst en tegen de winter moest een autootje komen…
Auto’s waren een noodzakelijk kwaad, A-rijbewijs gehaald en een beetje leuke en niet te dure motor gevonden bij Gebben toen de nieuwe zaak werd geopend rond Kerst/ Nieuwjaar 1978.
Een knalgele Yamaha XS500 dus weer iets geels op twee wielen!
Daarna weer een Yamaha XS650, maar niet lang… stuurde als een dweil. Toen bijna 40 jaar Laverda 1000 gereden, de èchte 3-pitter met 180 graden krukas. Nu… weer Italiaans, een stuk lichter, rood, 2-cilinders en Desmo!
Net een Zündapp maar beetje groter en sneller!
Hoor niets over Zundapp sport, met grote tank en die je in z’n tweede versnelling moest aantrappen. Ze waren er ook met kleinere tank. Zilvergrijs met rood biesje.