in

De grote Simca’s van de jaren vijftig

Chambord II

Liberté!

Toen Europa in 1945 opstond uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog, was de situatie in Frankrijk er een van totale reddeloosheid. Niet alleen was het land in 1940 en 1944 een hevig strijdtoneel geweest, het was door Duitsland intensief geplunderd om aan de machines en materialen voor het Oostfront te komen. Wat achterbleef werd ingezet voor Duitse oorlogsproductie, maar op de vlucht voor de geallieerden namen de Duitsers mee wat ze konden en vernielden wat ze niet in handen van de vijand wilden laten vallen. Toen eindelijk de vrede kwam, was de productie van auto’s en vrachtwagens gestopt.

De ontreddering duurde nog jaren. Pas in 1947, met het Marshallplan, kwam er weer iets in beweging. De behoefte bestond uit de allergoedkoopste personenauto’s, aanhangers en zware trucks om het land weer op te bouwen. In dat land, waar nauwelijks nog geld omging, waar benzine op de bon was, was de Citroën 2CV een briljant bedenksel.


Simca

In 1926 was de toen 26-jarige Henri Theodore Pigozzi gestart met het produceren van Fiat-licenties onder de naam S.I.M.C.A. Dat stond voor Société Industrielle et de Méchanique et Carrosserie Automobile. De Simca 5 was een rechtsreekse kopie van de Fiat 500 “Topolino”, die zoals ik eerder schreef ook in het Duitse Neckarsulm werd gemaakt door NSU-Fiat. Deze “muis” was zo ongeveer het minimum aan auto en het maximum dat de Europeaan in die jaren kon betalen. Het muisje had als nadeel, dat het een tweepersoons auto was, waar alleen zeer inschikkelijke en lenige mensen van klein postuur zich op het achterbankje konden wringen.

En dat tijdens de naoorlogse geboortegolf! Frankrijk beleefde in die arme maar hoopvolle dagen een bevolkingsexplosie. En dat gaf kansen voor wie een betaalbare gezins-auto kon aanbieden. Renault sprong in die markt met de 4CV, Simca met de Aronde. De overname in 1949 van Talbot-Lago bracht niet alleen een nieuw machinepark en bedrijfsgebouwen, maar ook een goed team van ingenieurs en ontwerpers.

Simca Aronde 1954 08
De Aronde was een geduchte concurrent in de middenklasse-markt. Simca bouwde ook een fraaie coupé “sport” en een cabriolet “plein ciel”.

De Aronde (een zwaluw zou nog jarenlang het beeldmerk van Simca zijn) was een volwaardige vijpersoonsauto met een degelijke gietijzeren viercilindermotor, de “Flash”. Met de Aronde werd Simca een krachtige tegenspeler van Renault en Peugeot. En een draagkrachtige fabrikant! Dat gaf dan weer kans om de volgende overname te doen.

Matford

matford alsace V8
De Matford Alsace V8 modellen uit de jaren dertig baseerden zich op de Amerikaanse Ford V8

Ford SAF (Societé Anonyme Francaise), met als merknaam Matford, was in 1934 ontstaan toen Ford de Elzasser autofabrikant Mathis overnam. Naast de Mathis-modellen liep al gauw de Franse variant van de Amerikaanse Ford V8, de Matford Alsace V8 van de lijn. Al gauw werd door Ford een nieuwe fabriek neergezet in Poissy, onder Parijs. En het was deze fabriek die door Simca in 1954 werd opgekocht. De laatste Franse Ford, de Vedette V8, was helaas geen succes. De wagen was grotendeels in Dearborn ontwikkeld en had daardoor de typische Amerikaanse kenmerken: ruim, comfortabel, oerdegelijk en voorzien van een zeer soepele V8-zijklepmotor, maar helaas voor de Franse markt te duur en te “Amerikaans”.

1947 Vedette eerste serie
Een Ford Vedette Coupé van 1949

Na de overname van 1954 gingen Italiaanse stylisten aan de gang om de Vedette een wat meer Europese uitstraling te geven. De wagen werd strakgetrokken, de motor werd -voor zover dat kon met een zijklep-V8- iets zuiniger gemaakt en voilá, de nieuwe Ford Vedette werd in 1955 de Simca Vedette. Tegelijk beschikte Simca ineens over een grote en moderne autofabriek, de toen vijftien jaar jonge Matford-fabriek in Poissy.

Simca Vedette 1e serie

1280px Verasailles 1957
De Versailles werd het meestverkochte model

In 1955 verschenen de uitgeklede Simca Vedette Trianon, het meestverkochte model Versailles en de zeer luxe Régence. De laatste had –in 1955!- standaard een radio aan boord, was gespoten in twee kleuren lak, had tweekleuring, luxe bekleding en overal tapijtjes. De Marly was een ruime stationwagon.

Aquilon V8

Allemaal waren ze uitgerust met de “Aquilon” 2.351 cc V8-motor van 80 pk, die als voornaamste kenmerk had dat de auto ermee in de derde en hoogste versnelling kon worden gereden van 15 tot 120 kilometer per uur. En laat ik niet vergeten dat dit een van de eerste auto’s was met McPherson veerpoten, net als de Ford Taunus 17m van die tijd. De eerste serie Vedette verkocht ruim 100.000 keer in twee jaar, waarvan een kwart werd geëxporteerd. Daarmee was het in zijn tijd de meest geëxporteerde Franse auto.

Vedette Marly I
De Marly bood met zijn 4,5 meter lengte een zee aan ruimte

Tegelijk nam Simca de vrachtwagenfabrikant Unic over en gingen de Matford-, Talbot- en Simca-ontwerpers aan de slag met de volgende modellen.

Simca Vedette 2e serie

De nieuwe serie verscheen in 1957. De grote Simca was maar liefst 25 centimeter gegroeid: met 4,75m lengte kon deze auto zonder schaamte tussen de overige Europese grote middenklasse staan. De modelreeks werd omgedoopt in de varianten Beaulieu, een luxe Chambord, een zeer prestigieuze Présidence en opnieuw de bestelvariant Marly. De styling met vleugels en trapeziumlijnen was modern, de prestaties goed, het comfort uitmuntend. Maar zuinig was hij nog altijd niet.

Simca Ariane

Simca Ariane Brochure 1959 DE
De oude Vedette werd de nieuwe Ariane

Om een economisch aantrekkelijk alternatief aan te bieden in de grote middenklasse, besloot de fabriek om het vorige model onder de typenaam Ariane door te produceren, waarbij de zware V8 was vervangen door de motor uit de Aronde. Het resultaat was een 4,5 meter lange, 1200 kilo zware full-size zespersoons gezinsauto met een knaap van een kofferbak, aangedreven door de 1300cc viercilindermotor “Rush”-motor van 60 pk.

Simca Ariane Brochure 1963 NL 2
Gevolg van de Franse wegenbelasting: grote auto met kleine motor

Dat het geen snelheidsmonster was, spreekt voor zich. Maar de auto was zuinig en sterk en in Frankrijk, waar net als in België en Italië wegenbelasting wordt berekend over de cilinderinhoud (fiscale pk’s) ook voordelig als hij stilstond. En tja, wie heeft er in het Parijse verkeer een hoge topsnelheid nodig?

1280px Artcurial Simca President cropped
Le Présidence, een nu zeer zeldzaam model

De Présidence was een verhaal apart. Een gewone Vedette werd in de oude fabriek in Nanterre helemaal met de hand afgewerkt, naar wensen van de klant. Veel exemplaren kregen lederen bekleding, afwerking met houten delen, een schuifdak, een paar kersverse Afrikaanse presidenten waren op hun hoede en bestelden versies met kogelvrij glas of een verstevigde bodem en soms kwam er een airconditioning in. Een verlengde cabriolet werd gereedgemaakt voor Charles de Gaulle. Alle présidence-uitvoeringen waren zwart.

Toch kon al dat fraais niet verbergen dat de archaïsche, soepele, stille, onverslijtbare Ford V8 aan het einde van zijn ontwikkeling was gekomen. De concurrenten, waaronder Citroën en Renault bouwden viercilindermotoren die met minder benzine niet minder goed presteerden.

Aquilon
De Aquilon V8 van 86 pk

En dan was er nog een dingetje: een zijklep-V8 met centrale nokkenas zowel de inlaat-als uitlaatkleppen aan de “binnenzijde” van het blok. De vier uitlaatkanalen per cilinderkop liepen dan ook dwars door de koelmantels, waardoor zo’n blok thermisch vrij gevoelig werd. Zeker een wat slecht onderhouden motor, waarvan het koelsysteem niet meer optimaal was of niet tijdig werd bijgevuld, kon last krijgen van oververhitting en lekkende koppakkingen. Toch was dit een fantastische auto. De oudere exemplaren waren erg geliefd in stockcar-races, vanwege hun oersterke koetswerken en wielophanging. Nog decennia reden deze grote en sterke Simca’s rond in het Afrikaanse continent in in Indochina. Ook in Zuid-Amerika reden ze rond, een kleine serie werd gebouwd in Argentinië.

20210518083932sim3
Staartvinnen, banden met witte zijvlakken en twee lakkleuren: de Vedette was een kind van de jaren vijftig

In 1960 zette de daling in. Deze typische jaren ‘50-auto met zijn jaren ‘30-motor raakte uit de gratie naast de modernere en zuiniger concurrenten. Simca besloot met de productie van de Aquilon V8 te stoppen (het was daarmee de laatste toepassing van de Ford flathead V8 in een personenwagen) en in de zomer van 1961 verliet de laatste Vedette de fabriek in Poissy. Dat jaar werd de oude Simca-fabriek van Nanterre verkocht aan Citroën en werd van Fiat een afgewezen ontwerp van een grotere variant van de 850 overgenomen, die eigenlijk Ariëlle genoemd zou worden maar die we nu nog kennen als de Simca 1000. De Ariane tenslotte, de laatste Simca met Ford koetswerk en techniek, werd in 1963 vervangen door de Simca 1300 en 1500.

Grote Simca

De volgende grote Simca zou pas vanaf halverwege de jaren zestig worden ontwikkeld als “project 929”. In 1970, onder dwang van Chrysler, werd dat ontwerp aan de kant geschoven en kwam de Chrysler 160 / 180 / Deux Litres op de markt. Daaraan wijdde ik eerder al een artikel.

Tijdlijn

1926: Simca start de productie van Fiat-licenties
1934: Mathis start de productie van Ford-licenties
1937: Ford neemt een meerderheid in Mathis, doopt de fabriek om in Matford en bouwt een grote fabriek in Poissy
1949: SAF (opvolger van Matford) vervangt de oude Alsace V8 door de nieuwe Vedette
1954: Simca neemt SAF over
1955: Verschijning van de Simca Vedette Trianon, Versailles en Marly
1957: Verschijning van de Simca Vedette Beaulieu, Chambord, Presidence, Marly en Ariane
1959: Chrysler verwerft de eerste 15% aandelen in Simca en daarmee ook in de merknaam Talbot
1961: Einde productie van de “grote” Simca’s, de Aquilon V8 (Ford was al in 1954 gestopt met deze motoren)
1963: De Ariane wordt opgevolgd door de 1300-1500-serie.


Help ons mee deze website en de aangeboden artikelen gratis te houden. Abonneer uzelf op Auto Motor Klassiek en ontvang daarbij ook het blad 12x per jaar in de bus. Of doneer een gewenst bedrag op onze betaalpagina via deze link. We zijn u er zeker dankbaar voor.


Beste Klassiekerliefhebber

Geniet van dagelijks gratis verhalen over oldtimers in uw email en schrijf gratis in. 


19 Comments

Leave a Reply
  1. De grote Simca’s waren in de jaren 70 al grotendeels afwezig (roest?).
    De 1000 en de 1100 waren fraaie auto’s, maar hun motoren klonken vrij snel erg rauw. Om maar te zwijgen van de roest. Ik vond overigens binnen het concept van de motor achterin de NSU TT mooier dan de 1000.
    Erg fraaie Simca’s zijn de 1301/1501 en de 1307/1308, maar ook de Chrysler 160 serie was een geslaagd ontwerp.
    Helaas heeft de roestduivel maar weinig Simca’s gespaard.
    Al met al zonde dat dit merk het niet heeft overleefd.

    • De Simca’s waren niet tegen roest beschermd, de binnenzijde van de deuren en balken waren gewoon blank plaatwerk. Door de nog nieuwe auto een anti-roestbehandeling te geven kon hij langer mee, maar dat moest wel om de twee jaar worden herhaald. Vaak kwam het daar niet van. Sowieso was in die tijd een auto veel gevoeliger voor roest dan nu, ook de dure merken met een goede naam.

  2. Mijn vader was in 1956 op zoek naar een nieuwe auto. Ik vond een folder van de Ford Versailles bij de buurman verder op. Toen mijn vader deze zag was hij gelijk verkocht en heeft hij deze auto aangeschaft en er vijf jaar mee gereden. Hij had slechts 1 tegenvaller bij 40.000 km kreeg hij
    een lekke koppakking maar verder hebben wij veel plezier gehad van deze prachtige auto.

  3. Als ik mij goed herinner, werden nog een tiental jaren de Versailles, Chambord en Beaulieu in Nederland gepresenteerd onder de merknaam Ford. Pas met de Ariane kwam er Simca op te staan.

  4. Mooi verhaal!
    Nog een hindernis voor Frankrijk direct na WO-II: het land was bijna communistisch. Tijdens de oorlog waren de communisten sterk in het verzet, na de oorlog wilden zij hun daden verzilveren door meer macht te krijgen. Het heeft de Amerikanen veel moeite gekost om hen buiten het Elysee te houden en daarom hebben zij De Gaulle, waar ze eigenlijk geen fan van waren, gepusht.

    Mooi merk dat Simca.
    Vergeet de 1100 niet. Uiterst revolutionaire auto: halverwege jaren zestig voorwielaandrijving, dwarsgeplaatste motor voorin, derde of vijfde deur. Meeste concurrenten kwamen pas tien jaar later met soortgelijke concepten. En het was nog een fijne en degelijke auto ook. In 1973 de best verkochte auto in Nederland!

    • Italië en Frankrijk hadden inderdaad sterke communistische bewegingen: kranten, partijen en vakbonden. De VS heeft gedreigd geen Marshallhulp te verlenen als die macht zouden krijgen.
      De Marshallhulp aan Nederland zou worden beëindigd als de militaire operaties in Indonesië niet werden gestopt. In het Verenigd Koninkrijk werd de Marshallhulp beperkt toen er socialisten in de regering kwamen. Elke vorm van hulp aan landen in de Sovjet-bezettingszone was sowieso onmogelijk.

      Niets gaat voor niets. Overigens was De Gaulle ook geen fan van de Amerikanen. Zodra het kon, werkte hij ze Frankrijk uit zodat het NAVO-hoofdkwartier en SHAPE nu niet meer in Parijs, maar bij Brussel staan.

      De Gaulle reed overigens wel rond in een speciale Simca Vedette Présidence cabriolet.

    • De Simca 1100 was inderdaad erg modern, het concept was wel wat afgekeken van de Renault 16 natuurlijk maar de Simca was veel goedkoper.

      En niet te vergeten: Simca had het beste en grootste dealernetwerk van Nederland. In elk dorp was er wel een Simca-garage. Het merk zag kans om erg leuke en fijne auto’s te ontwikkelen die goed aansloegen in Nederland.

    • De Simca’s waren niet tegen roest beschermd, de binnenzijde van de deuren en balken waren gewoon blank plaatwerk. Door de nog nieuwe auto een anti-roestbehandeling te geven kon hij langer mee, maar dat moest wel om de twee jaar worden herhaald. Vaak kwam het daar niet van. Sowieso was in die tijd een auto veel gevoeliger voor roest dan nu, ook de dure merken met een goede naam.

  5. Het ontwerp voor de volgende grote Simca ging op bevel van Chrysler Europe in de versnipperaar. Hij zou worden vervangen door de nieuwe Humber uit Engeland, uitgebracht als Chrysler 160, 180 en Deux Litres. Eerlijk gezegd vond ik die ook een stuk mooier.

    Project 929

  6. Ook weer een intressant artikel, Bedankt!
    Ik herinner mij dat mijn vader een Simca Aronde had in de jaren 60. Ik herinner mij dat de richtingaanwijzer achter het stuur zat. Deze mocht ik af en toe bedienen. De deuren van die wagen sloten matig, alleen met een forse klap zaten sloten ze naar behoren.
    Deze RT-16-85 werd opgevolgd door eeh Simca Ariane, EG-68-19. In de Ariane heb ik zelf voor het eerst gereden, toen ik 14 jaar oud was. De achteruit was soms wat lastig in te schakelen, naar achter duwen de stuurversnelling en naar beneden duwen, was de truck. Leuke herinneringen. Ik herinner mij ook dat de Arianne wel last kreeg van blaasjes in de lak. MIjn vader liet hem een keer overspuiten door de buurman. Vroeger tijden…….. De Ariane werd opgevolgd door een Opel rekord, 04-51-AH, een erg fijne auto met maar 3 versnellingen vooruit.

  7. Thuis werd trouwens lang Simca 1100 en 1100S gereden. Vriend en vijand vond het maar niets omdat ‘die krengen toch alleen maar lekke koppakkingen hadden’. Mmmm….. daar liet vader zich niet door weerhouden. Keurig zorgde hij bij vakkundig uitgevoerde beurten voor op tijd natrekken van de cilinderkopbouten en geen van de auto’s had ook maar ooit een lekke koppakking. Die 1100tjes nebben goed gediend en waren comfortabel én zeer koersvast. Beide eigenschappen werden hogelijk gewaardeerd. En vanaf nieuw alle kieren en naden in de tectyl zetten zoals ook onderkant en kokers, hield de bruine pest lange tijd op gepaste afstand.

    • Een lekke koppakking was vaak het gevolg van een defect aan de thermostaat van de zelfdenkende ventilator.

      De Flash- en Rush motoren hadden nog een ander dingetje. Ze hadden in plaats van een papieren oliefilterelement, zoals bij de 1100-motor, een oliecentrifuge op de krukaspoelie. Die moest bij elke olieverversing (10.000 kilometer) uit elkaar worden gehaald, gereinigd en met een nieuwe pakking worden terug gemonteerd.

      Wie dat niet deed, riskeerde een verlaagde oliedruk. En doordat de nokkenas en het volledige kleppenmechanisme werden gesmeerd via boringen in de krukas, kwam er het een en ander droog te staan. Dat was hoorbaar aan een luid tikkende motor, de “moteur á castagnettes”.

      moteur simca aronde p60 rush 20200824052054.5643690015

      • Bijna correct, de 3 maal gelagerde Flash motor heeft alleen een gaasfilter (de buitenste stippellijn op de afbeelding) aan de rechterkant ik de motor en een verversingsinterval van 2000 kilometer.
        Hij heeft dan wel weer een van buitenaf instelbaar overdrukventiel om evt oliedruk te kunnen afstellen

        Aronde oliefilter

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

The maximum upload file size: 8 MB. You can upload: image. Links to YouTube, Facebook, Twitter and other services inserted in the comment text will be automatically embedded. Drop files here

De luchtgekoelde Porsche Targa

De 25e Oldtimer en Classic Beurs. Thuiskomen in Leek