Sluitingsdatum juninummer -> 21 april
Citroën DS 23 Pallas restauratie
Voor het restaureren van een Rolls-Royce of Bentley draait Jan Naaijkens zijn hand niet meer om. Ondertussen was er dat sluimerende verlangen om ooit nog eens een Citroën DS beet te pakken, zonder dat de ervaren vakman zich liet afschrikken door de gecompliceerde techniek. “Die hydraulica kan ik wel dromen na vele Silver Shadows en dergelijke”, zei hij luchtig tegen zichzelf. Toch zaten er wel wat addertjes onder het gras.
Tekst: Aart van der Haagen • Fotografie: Aart van der Haagen, Jan Naaijkens
Bij een tandarts in Groningen vond Naaijkens een vroegtijdig gestrand project. “Een volledig klaargemaakt chassis en de rest in dozen erbij.” Niet de eenvoudigste Snoek, maar de meest uitgebreide en ingewikkelde uitvoering: een Citroën DS 23 Pallas Injection Électronique van 1973 met een halfautomaat. “D-Jetronic van Bosch. Leuk toen deze auto’s nieuw rondreden, maar bij zo’n oldtimer een garantie voor ellende, daarom heb ik het systeem vervangen door een dubbele Weber-carburateur.”
Kijk, dat scheelt alweer wat aspirientjes slikken, net als het feit dat de restaurateur het casco ongemoeid kon laten. “Dat zag er zo netjes uit, dat ik moeite moest doen om vast te stellen wat eraan gerepareerd was. De dorpels, onder andere. Alles keurig gestraald en in de primer gezet. Kon ik met de rest van de Citroën DS 23 Pallas aan de slag, te beginnen met de techniek. Werkelijk ieder onderdeel heb ik vernieuwd of gereviseerd. De complete wielophanging, de remmen, de bak met differentieel en de motor.”
Schrok zich rot
Vraag een geroutineerde Citroën-monteur van de oude stempel om bij een DS de halfautomaat af te stellen en je ziet hem in het gunstigste geval sidderen. “Allereerst heb ik de schakelunit gereviseerd, met vijf kleppen die de olie beurtelings naar de vier versnellingen of de achteruit leiden,” vertelt Naaijkens. “Het afstellen doe je onderweg, via een mechaniekje op het inlaatspruitstuk, naast de carburateur.” Het plaatwerk onderging een wellnessbehandeling in een loogbad bij Autobeitserij Holland in Hoogezand. “Het dak, de motorkap en de spatborden bleken er heel redelijk aan toe; ik moest alleen de bekende puisten rond de koplampen weghalen en daar nieuwe stukjes in lassen. Met het kofferdeksel en met de portieren, waar al ooit aan geknoeid bleek, viel niets meer te beginnen. Die moest ik nieuw kopen in Duitsland en ik schrok me rot van de prijzen. 1.100 euro per deur…”
Parelmoereffect
Dankzij veel aandacht voor details staat de Citroën DS 23 Pallas er stralend bij. Pas in tweede instantie valt iets aparts op aan het strakke lakoppervlak: een mild parelmoereffect. “Via Google trof ik een plaatje aan van een DS in een prachtige Renault-tint en via wat uitzoekwerk wist ik het juiste kleurnummer te achterhalen.”
Eveneens een uiting van eigen smaak betreft het blauwe tapijt op de vloer, doorgetrokken in de kofferbak.” Vers leer schittert op de deurpanelen, waar het op de stoelen nog authentiek blijkt. “Wel opnieuw zwart gekleurd. Het dashboard heb ik in speciale zwarte structuurverf gezet, die je uitsluitend in Engeland kunt verkrijgen.” In gezelschap van een zwarte Traction Avant verblijft de Citroën DS 23 Pallas warm en droog in de showroom van Auto Oomen in Bavel. Niet als decorstuk, maar voor de verkoop. “Ik ben een vol jaar dagelijks met de restauratie bezig geweest en toen ik het eindresultaat zag, vond ik de auto te mooi om ermee te gaan rondrijden.” Een volgend restauratieproject loopt al, namelijk een Mini. Lekker ongecompliceerd.

Wij rijden al jaren tot volle tevredenheid een DS21 van bouwjaar 1970 met injectie motor
de allermooiste en meest comfortabele auto allertijden , niet te evenaren !!!!!
Wat een droom van een auto. 🙄
Blijft een van de allermooisten! de Godin !