Motoren

Caféracers: een vloek of een zegen?

By  | 

Het  Caféracer (of Café racer) concept stamt uit de jaren 50, en heeft zijn naam te danken aan  de Café races. Er werd een munt in de jukebox gegooid en de berijder moest een vaststaande ronde gereden hebben voordat het liedje over was. Een caféracer was en is een standaardmotor die is omgebouwd tot een sportief uitziende, mogelijk getunede,  motorfiets. Een van de meest iconische caféracers is de Triton, een combinatie van de snelle en betrouwbare Triumph Bonnevile motor(Tri) en een geweldig sturend  Norton Featherbed frame(Ton).

Caféracers, een blijvende trend

De trend om caferacers of café racers te bouwen is nog steeds niet over gewaaid. De basis van al die creativiteit ligt hem voornamelijk in de verkrijgbaarheid en de prijzen van motoren uit de tachtiger (en begin negentiger) jaren. De beschikbaarheid van redelijk recente ‘klassiekers’ dus.

Er zijn dus mensen die roepen dat elke caféracer het eind van een Echte Klassieker betekent en daarom verwerpelijk is. Dat is een beetje geschreeuw van achter de bosjes. Want de huidige caféracers zijn juist gebaseerd op Echte Klassiekers die niemand wilde hebben. Ze zijn ook vaak gebouwd door liefhebbers die ver onder de gemiddelde leeftijd van de klassiekerliefhebbers zitten. Door mannen met passie en beperkte budgetten. En laten we wel wezen: Veel van wat nu tot caféracer is geëvolueerd had anders bij de Hoogovens terecht gekomen.

De invloed op de waarde

Want nog maar heel kort geleden was er echt geen klassiekerliefhebber die ook maar iets van enige waarde zag in een niet absoluut smetteloze Honda CX 500, een wat doorleefde XS650 of een BMW K75 of K100. Om maar te zwijgen over de Japanse viercilinders tussen de 500 en 650 cc. Om maar niet te spreken over de Yamaha V twins en driecilinders.

Het is en kwestie van smaak, maar op basis van wat recentelijk nog onverkoopbare gebakjes waren zijn er heel nette caféracers gemaakt. En dat maakte de markt nieuwsgierig. De vraag naar voorheen onverkoopbare motoren als de CX500, XS650C modellen, kleine Suzuki en Kawasaki viercilinders steeg. Zelfs een BMW K100 kon zomaar meer dan 1000 euro gaan opbrengen. De handel is toeleveringsproducten stapte daar strak op in. En tegenwoordig hoef je helemaal geen technisch genie meer te zijn om een nette ‘confectie caféracer’ op de rubbers te zetten. Een groot deel van de mooimakers voor een caféracer is met een IKEA+ achtig gemak te monteren. En dat er ook mensen zijn die voor twee keer niks en met twee linkerhanden caféracers maken? Nou ja: elke markt heeft zijn trieste onderkant.

Een win win situatie

Vooralsnog is de tussenstand dat er een hele bende ‘ouwe’ maar technisch goede motorfietsen zonder enige economische waarde van de dood is gered. Dat ze niet meer fabrieksorigineel zijn maakt niet veel uit. De caféracers in spé waren voor hun ontdekking historisch en technisch vrij oninteressante tweewielers. Het feit dat er nu ‘zoveel’ van zijn verbouwd, dat moet de resterende ‘standaard ’exemplaren er op termijn alleen maar waardevoller door maken. En daarmee zijn dan ook de liefhebbers van Origineel Klassiek weer goed bediend.

Dolf Peeters, huurwoordenaar, automotive journalist, lid van de Heeren van Arnhem

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X
X