Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart
BMW R50. Omdat 25 pk genoeg is
BMW: Boxermotoren van de degelijkste soort. En voor ’toen’ al best slim in de markt gezet: Een basismodel met drie (of naar wens 5) motoropties. En de verschillen in motorisering zaten hem in de cilinderinhoud.
De nieuwe generatie waren de “Vollschwingen BMW’s”
Met hun kenmerkende schommelarmvoorvorken, waardoor de rijeigenschappen aanmerkelijk beter waren dan die van hun voorgangers. Die Earles voorvorken waren in de tijd dat telescopische voorvorken eigenlijk al de norm waren gedateerd. Maar ze waren door hun zijdelingse stijfheid ideaal voor zijspangebruik. Ook de nog steeds toegepaste zweefzadels droegen bij aan het ouderwetse uiterlijk van de machines, hoewel ze veel meer comfort boden dan buddyseats.
De topmodellen: BMW R69 en BMW R69S
Voor het topmodel, de R69 en R69S, werd zoveel geld gevraagd dat de vader van een kennis er ooit een aanvullende hypotheek op zijn huis voor nam. De BMW R60 was feitelijk bedacht als zijspanmachine. En de braaf burgerlijke – maar voor brave burgers toch onbetaalbare – BMW R50 was door BMW gedacht als Behörden Kraftrad, als dienstfiets voor overheidsdienaren en dergelijke.
De kracht en status van de R69S
Die BMW R69S was met dik 40 pk ooit de snelste, en betrouwbaarste, in serie gebouwde motorfiets. De BMW R50? Die stamde uit een tijd dat de politie genoeg had aan een simpel stopteken en nog niet toe was aan snelle achtervolgingen. In de R50 zat gewoon weinig vaart. Uit 490 cc perste de liggende twin iets van 25 pk. Voorover liggend met de oren plat in de nek draafde de BMW R50 daar 145 km/u mee. Max.
De ondergewaardeerde BMW R50
In het kader van de prestaties, de droomfactor en de status zijn de R69S’en het meest gewaardeerd. Dat komt ook in de prijzen nadrukkelijk en tranentrekkend tot uiting. We zagen een heel correcte R69S van eigenaar verwisselen voor € 18.500. Aan de andere kant: een nieuwe BMW R1300 GS kost netjes aangekleed met Originalteile € 30.000. En dan heb je alleen maar een hoop software met steunwieltjes. Veel geld hoeft dus niet per definitie ‘duur’ te zijn.
De BMW R50’s leidden geruime tijd een soort schaduwbestaan. Want: Saai & Traag. En dat is feitelijk niet terecht. Want met een top van 140+ kun je alles doen wat maar mag. En met 25 pk aan boord zal je motor je nooit overweldigen met bruut geweld, wheelies en uitbrekende achterwielen. Daarbij is de grootste, de allergrootste plus van zo’n handtamme R50 zijn heerlijke motorkarakter. Net als bij de Britse twins blijkt 500 cc de ideale maat voor innerlijke beschaving. Als een BMW R50 op toeren draait, dan loopt de twin bijna zijdezacht en merk je het enorme verschil in zitvlak en schouders na een lange rit. En in een ruk van Midden-Nederland binnendoor naar de Franse Ardennen rijden is best een lange rit.
Herontdekking door echte liefhebbers
Intussen zijn de tamste boxers een soort van ontdekt. Door de echte liefhebbers. En door mensen die eigenlijk een R69S willen hebben, maar daar niet de poen voor hebben. Die laatste groep verandert na aanschaf vaak ook in echte liefhebbers van deze hoogst klassieke, stijlvolle en betrouwbare onthaasters. Wij troffen ons fotomodel – met de door BMW liefhebbers zo gewenste ‘matching numbers’ – bij Anne de Leeuw van het meervoudig taalkundige Histories Antique Motorcycles.
Matching numbers: het belang van authenticiteit
Blok, bak en frame hebben bij BMW dezelfde ingeslagen nummers. We zagen ooit een hardcore BMW adept na het bekijken van een in onze ogen mooie boxer met een van afschuw vertrokken gezicht vanuit hurkstand omhoog komen: “Dat ding kan zo op de stort! De nummers kloppen niet”. De BMW zelf stond er trouwens gewoon tevreden bij uit zijn koplamp te kijken.

Beetje late reactie, maar ik denk met heel veel plezier terug aan mij R50 met megafoon pijpen, Ja dat kon toen nog in 1973. Heb hem helaas moeten verkopen.
Hij schijnt nog te rijden en als iemand weet waar kenteken vh -98-80 zich ergens bevind houd ik me aanbevolen, zou hem graag nog eens willen zien.
O ja, ik dacht dat er een 25 liter tank op zat, maar dat bleek op een warme voorjaarsdag maar 20 liter te zijn… 5 kilometer duwen met een leren motoroverall is dan geen pretje.
Mooooooi! Houen zo. Alleen die sleutel in die tank? Raar. Je moet r ook niet van die schijnwerpers op zetten, al zijn ze wel handig naast de standaard (parkeer-)verlichting. Mijn mening. En die nummers, die ziet toch niemand? Hoewel, zelf heb ik ook een wat hoger stuur op mijn R60 en op m’n R27 gezet. En verder moet je er héél zuinig op zijn. Veel mooie kilometers gewenst!
Prima antwoord!
Ik schrijf 1968. In de garage van de toenmalige groep Kessel(L) van de Rijkspolitie staat een weinig gebruikte R50 met zijspan. Als broekie mocht ik alleen poetsen……Dus starten dat ding en voorzichtig het pad op langs de Maas. Langzaam sneller, sneller, totdat er geremd moest worden. Toen duwde het zijspan me zomaar de plomp in! Gelukkig was de Maas niet diep, maar voldoende diep om nat te worden. Om mijn illegale actie te verbloemen kon nik niet anders doen dan met alle kracht die in me was het ding uittrekt het water duwen het pad op. Zwetend als een otter van de inspanning lukte dat gelukkig. Wat ik niet had gezien was dat de collega’s achter de ramen zich aan het bescheuren waren!
Uiteindelijk heb ik na het behalen van het rijbewijs nog geleerd te genieten van deze R50!
Omdat alle begin nu eenmaal moeilijk is
in de vijftiger jaren reden de boswachters bij ons als overheidsdienaren inderdaad op een R50. Hoewel de ‘rest’ van het ministerie het met Jawa vol moest zien te houden. De BMW was toen net zo schaars als een Mercedes. Allebei duur in een tijd dat er weinig geld was. De R69S liep ik toen al watertandend naar te kijken, en nu nog steeds. Alles wat toen boven de 120 km/u kon rijden, ging dus loeihard volgens de goegemeente. BMW huldigde toen het principe van max. 90 pk per liter om de levensduur een leven lang te laten duren. Het aanbod van een R27 (250cc) in de zeventiger jaren liet ik schieten. Te traag met al die snelle Japanners op de weg.
Nu zou dat een ander verhaal worden. Rustig rijden is een van de vele dimensies die je op een motorfiets doen genieten. Daarnaast blijven Alle andere opties gelukkig open.
Klinkt alsof e nog wsel onze dromen hebben, maar er niet meer van wakker liggen!
Ach ja, matching numbers. Het is maar net wat je belangrijk vindt. Ook BMW heeft uiteindelijk de matching numbers verlaten. Mijn R80/7 met een blok uit 1993 en Siebenrock Powerkit rijdt er niet minder goed om 😉
Tis hem de schik die telt!
zelf jaren een r60 als woonwerk gereden ,ging prima ook terzijde gezet ,heb deze nu dus in mijn schuur staan .
praat over 1990 dat ik deze aanschafte mijn dochter ging ook mee op de tank vond ikzelf veiliger .na diverse gesprekken met dienst van politie is er een steib zijspan gekomen .veel lol in haar jeugd van gehad .
Alles tot 500cc, waar vroeger hele volksstammen mee van Alpha naar Omega reden, werd ná de introductie van de UJM met de nek aangekeken.
Brave Triumphs werden verdreven door Bonnies, en de R50 stond ineens in de schaduw van alles met meer pit..
Volledig onterecht natuurlijk, daar komen veel mensen tegenwoordig achter door ze te ‘herontdekken’.
Ook BMW Mono’s zie je weer gestaag in interesse stijgen; kleintjes motorfiets zijn gewoon geweldig voor de rustige rit.
En met minder pk’s kom je er ook wel…uiteindelijk
Alleen worden die dingen die toen niemand wilde hebben steeds duurder (Sprak de Ural rijder)