Een (BMW) caféracer. Mag dat?

Auto Motor Klassiek » Motoren » Een (BMW) caféracer. Mag dat?

Sluitingsdatum meinummer -> 17 maart

Automatische concepten

Is hij niet veel te jong? Te modern? In nummer 12 van AMK – doe jezelf zo’n spotgoedkoop abonnement, dan hoef je niet door de kou naar de kiosk – staat een BMW-caféracer. En die BMW in kwestie begon zijn leven als heel serieuze R1100R. In 1999. 1999 is verdorie als de dag van gisteren!

Maar de BMW die we ons nog als nieuw en uit de showroom kenden? Dat ding is alweer een kwart eeuw… jong. En nu verre van origineel. Hetgeen voor veel BMW-liefhebbers toch wel een beetje heel erg als vloeken in de kerk is.

Caféracers dus. Of cafe racers. Café racers misschien?

De benaming racer komt van de “Rockers” in het oude Groot-Brittannië. Zij reden met hun motorfiets zo snel mogelijk van café naar café. De truckers die daar zaten, noemden hen gekscherend cafe racers in plaats van echte racers. Deze naam hebben de “Rockers” zich eigen gemaakt en zo een nieuw begrip de wereld in gebracht dat vandaag de dag nog altijd wordt gebruikt.

Wat is een caféracer?

Een caféracer is in de basis een zoveel mogelijk gestripte motor. De motorfietsen hebben een sportief zitje, clip-ons en – als je knieën dat aankunnen – een rearset. Die set-up maakt dit type motoren minder geschikt als je ouder dan 23 bent. Luidkeelse uitlaatpijperij is een – niet door iedereen – gewaardeerde optie. Er is echter geen blauwdruk voor de beste caféracer. Het leuke van een caféracer-project is namelijk de vrijheid om je eigen draai aan het project te geven en zo je motorfiets echt de jouwe te maken.

Dat kun je doen met elke motorfiets. Maar de insteek is dat de basis gewoon technisch goed en niet erg duur mag zijn.

De aanpak kan net zo ver gaan en zo duur worden als je wilt. De spullen die je erop monteert, kunnen variëren van Ali tot allemachtig duur. In de praktijk zitten er bij de te koop staande exemplaren verschrikkelijk grote verschillen in de bouwkwaliteit. Tot op het levensgevaarlijke af.

Waar hardcore BMW-liefhebbers nogal eens schilfertjes tussen de vingers krijgen van drastisch verbouwde motorfietsen, daar is de soort zelf stevig ingebed in de markt. Niemand lacht je uit of spreekt er schande van als je zegt een Tribsa, een Norvin of wat voor bastaard dan ook te hebben. En zo’n machine kan best veel geldelijke marktwaarde hebben. Voor de aanschaf van een Egli Vincent moet je eerder aan een extra hypotheek dan aan een PL denken. De bouw van een top-caféracer is hoe dan ook een duur spel.

Je kunt er natuurlijk van alles over en van vinden, maar als je schik hebt gehad aan het bouwen en als je trots bent op het resultaat, dan heb je het goed gedaan.

Bedenk wel even wat je uitgangspunt is. Het verbouwen van een vrijwel correcte, nette klassieker tot caféracer kun je toch een beetje als zonde zien. Ook qua centjes. Omdat een nette originele CB750 bijvoorbeeld aanzienlijk meer waard is dan het exemplaar op de foto. Maar toen gold die insteek minder. De extra sportieve CB 750 kostte minder dan 1.000 gulden.

Rockers dus…
Rockers (ook bekend als leather boys en ton-up boys) zijn leden of aanhangers van een rock-‘n-roll- en motorrijderssubcultuur die eind jaren vijftig in het Verenigd Koninkrijk ontstond en in de jaren zestig populair bleef, vooral onder jongeren. Rockers die op motoren reden stonden algemeen bekend als ton-up boys, omdat ze een snelheid van 100 mph (mijl per uur) zouden kunnen of willen rijden.

(Hieronder staan er nog meer foto’s.)

Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?
Een BMW café racer. Mag dat?

Schrijf je in en mis geen enkel verhaal over klassieke auto’s en motoren.

Selecteer eventueel andere nieuwsbrieven

4 reacties

  1. Ik heb een zwak voor caféracers, maar dan wel “oude stijl”: dus liefst een ouder luchtgekoeld blok.
    Op basis van een oude Yamaha driepitter heb ik er vaker een gebouwd.
    DE FOUT die velen maken is in- en uitlaat niet op elkaar afstemmen: als je de uitlaat aanpast, zul je hetzelfde met carburatie moeten doen.
    Een pod-luchtfilter koop je niet van Ali, maar van een kwaliteitsmerk.
    Meer lucht betekent een armer mengsel, dus pas je naalden en sproeiers aan…tenzij je van smeltende zuigers houdt.
    Een open uitlaat laat ’trekken-van-onderuit’ smelten als sneeuw voor de zon, en maakt van je koppelrijke renpaard een uitgebluste pony…die op lage toeren totaal niet thuisgeeft.
    Een drama met optrekken en stoplicht-sprintjes dus, die je gaat verliezen van een pukkelig snotjong op een scootah.

  2. Er wordt heel wat afgebouwd en daar zit een hoop tijd en liefde in! Op het technisch vlak vind ik de groene Guzzi wel interessant omdat daar de uitlaatpijperij en carburateurs andersom zitten dan bij de originele krachtbron. Hoe dan? 😃
    Bij de BMW R1150 zie ik net als bij zijn café racer collega’s een minimalistische uitlaat. Nu vraag ik mij oprecht bezorgd af wat de invloed van dat minimalisme op de meestal vanaf fabriek redelijk optimale motorconcepten zal zijn? Staan alle paarden nog samen te trappelen voor de koets? Of zijn een onvermoed aantal paarden met al dat huisvlijt al de stal uit gejaagd? 😬 De creaties zijn hoe dan ook geslaagd. Of het nu allemaal origineel is of niet.

    • Cafe racers komen uit Engeland niet uit Duitsland op de Munch na dan. Bmw heeft niks te maken met Cafe racers is gewoon een automotor op 2 wielen. Vroeger stonden er regelmatig advertenties in de BigTwin van bmw rijders die op zoek waren naar collega uniform en leerliefhebbers🤣

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Maximale bestandsgrootte van upload: 8 MB. Je kunt uploaden: afbeelding. Links naar YouTube, Facebook, Twitter en andere diensten die in de reactietekst worden ingevoegd, worden automatisch ingesloten. Bestanden hier neerzetten